Lusten en lasten van hoger onderwijs zijn ongelijk verdeeld

We zitten weer midden in de introductieweek voor studenten die van het hoger onderwijs mogen genieten. Hoeveel studenten krijgen we komend jaar erbij, willen bestuurders van universiteiten en hogescholen graag weten.

Want zij zijn het meest gebaat bij een grotere instroom, zonder al teveel rekening te hoeven houden met de lasten voor de rest van de bevolking, inclusief een deel van hun eigen personeel. Zo’n kromme verdeling van lusten en lasten wordt herhaaldelijk recht gepoetst, ook door wetenschappers die beter moeten weten. Neem mijn woonplaats Groningen, de stad waar het aantal studenten de laatste 20 jaar is verdubbeld en inmiddels bijna een kwart van de plaatselijke bevolking omvat.

S. de Beter (20 augustus 2021)

Met verbijstering las ik de uitspraken van Viktor Venhorst, economisch geograaf aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in het Dagblad van het Noorden (DvhN 24 juli). De titel van het artikel waarin hij ruimschoots aan het woord komt, spreekt boekdelen: “Onderzoeker: Verdubbeling aantal studenten in Stad is goed nieuws”.

Hij stelt dat “de meerderheid” van de studenten van RUG en Hanzehogeschool uit de drie Noordelijke provincies plus Overijssel komt, al noemt hij geen cijfers en jaartal. Toch zegt hij doodleuk: ,,Het is onze eigen jeugd die hier studeert en woont’’. Om die reden voelt hij niets voor een campus op het Zerniketerrein, waar het merendeel van de RUG- en Hanze-opleidingen zijn ondergebracht: ,,Bedenk wel dat de studenten onze eigen jongeren zijn, die hier voor een groot deel blijven, die meedoen in de stad, die hier een plek krijgen op de arbeidsmarkt.’’

Hij vindt het ,,opzienbarend dat ongeveer de helft hier blijft.” Hij maakt echter geen onderscheid tussen studenten die wel of niet uit het Noorden afkomstig zijn. In een RUG-rapport uit 2020 waarvan hij een van de auteurs is, staat over de eerste groep: ,,Twee jaar na afloop na de studie woont respectievelijk 49% (RUG) en 75% (Hanzehogeschool) nog steeds in het Noorden” (p. 25) Wat een verschil met de tweede groep: ,,Van de niet uit het Noorden afkomstige studenten woont 2 jaar na afstuderen 1 a 2% in het Noorden” (p. 24)

Blijkbaar is er toch niet zoveel plek op de Noordelijke arbeidsmarkt als Venhorst voorspiegelt. Want volgens hetzelfde rapport is zes jaar na afstuderen het aantal ‘blijvers’ uit de eerste groep teruggelopen naar 36% (RUG) en 65% (Hanze). Opvallend: IBM is het enige internationale bedrijf dat in Groningen een (kleine) vestiging heeft, om te profiteren van jong academisch talent (het eveneens vaak genoemde Google zit overwegend om heel andere redenen in Groningen, in de Eemshaven met genoeg energie en koelwater – en misschien ook subsidie). 

Ook bij de gevolgen van de studentisering voor leefklimaat en de woningmarkt vergeet Venhorst onderscheid te maken tussen “onze eigen jeugd” en de rest van de studentenpopulatie: studenten uit het buitenland (inmiddels al 24%) en uit de Randstad. RUG en Hanzehogeschool hebben momenteel samen 65 duizend studenten, waarvan er 45 duizend in Stad wonen. Zodat er maar liefst 20 duizend elders wonen – meestal bij hun ouders – en gezien de afstand zijn dat niet de buitenlandse en Randstedelijke studenten. Het is dus juist “onze eigen jeugd” die grotendeels buiten de Stad woont, en (noodgedwongen?) weinig gebruik maakt van het krappe woonaanbod. Wat ook tekenend is: “35% van de in het Noorden geboren universitaire studenten krijgen een diploma van andere universiteiten” (p. 17).

Voor de woningmarkt zijn de gevolgen van de groeiende studenteninstroom dramatisch geweest: snel stijgende huizenprijzen en veel starters die hun heil buiten de Stad moeten zoeken. Na Amsterdam is Groningen de stad met de meeste particuliere beleggers op de huizenmarkt, staat in een rapport (2019) van het Kadaster. In de periode 2012-17 is het aantal particuliere huurwoningen met ongeveer 40% gestegen. In een percentage van de totale woningvoorraad is dit een stijging van 20,1 naar 24,8 procent.

Niet vanwege het toerisme – zoals in de hoofdstad waar verhuren via AirBnB uiterst lucratief is geworden– maar vanwege de enorme groei van het aantal studenten. Een groei die niet afkomstig is van “onze eigen jeugd” want de RUG heeft zich het afgelopen decennium juist op buitenlandse studenten gestort doordat de regionale instroom stagneerde. Vooral Randstedelijke studenten wonen in huizen die door hun rijke ouders zijn gekocht. Ook de professionele huisjesmelkers hebben zich niet onbetuigd gelaten. Drie geleden al zei Jan Palland van Makelaardij Groningen in het DvhN: “Voor een starterswoning kan ik zomaar twintig bezichtigingen hebben staan, waarvan dan driekwart uit beleggers bestaat”. Dat is sindsdien niet veranderd.

De grootste profiteurs zijn Hanzehogeschool en RUG (de werkgever van Venhorst). Want voor iedere student die bij hen afstudeert krijgen ze een zogeheten Rijksbijdrage – naast de collegegelden van de studenten zelf. Een student erbij levert dus extra geld op terwijl de extra kosten veel lager zijn (voor achtergrondinformatie, zie hier). In feite zijn universiteiten en hogescholen te vergelijken met de Nederlandse melkveehouders. Beide groepen hebben te maken met een verslechterende opbrengst ‘per eenheid product’: zowel melkprijs als Rijksbijdrage vertonen al jaren een behoorlijke daling, zodat de totale opbrengsten alleen op peil kunnen blijven door een groei van de ‘afzet’: liters melk resp. studentenaantallen.

De groeistrategie van hogeronderwijsinstellingen wordt heel wat minder aantrekkelijk wanneer zij ook voor woonruimte zouden moeten zorgen, zoals gebruikelijk bij Amerikaanse topuniversiteiten – die mede daardoor een stuk kleiner zijn dan de RUG. In de huidige situatie krijgen de Nederlandse universiteiten en hogescholen alleen de lusten van de groei (extra inkomsten) en laten ze de extra lasten aan gemeente en de rest van de bevolking over.

Het is een kwalijke zaak dat onderzoekers als Venhorst deze kromme verdeling proberen recht te praten.

Een verkorte versie verscheen op 12 augustus in het Dagblad van het Noorden. Meer informatie over verkeerde prikkels in het hoger onderwijs en op de woningmarkt vindt u hier.

Share

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten