Over mijn blog

Commentaar op actuele gebeurtenissen zult u op mijn blog niet aantreffen, al probeer ik wel aan te sluiten bij lopende discussies, bijvoorbeeld die over het basisinkomen (zie hier). Evenmin zal mijn blog met vaste regelmaat verschijnen. Ik zet mijn schrijfsel pas op internet als ik redelijk tevreden ben, en de indruk heb dat ik het voorlopig niet veel beter kan maken.

Mijn belangrijkste criteria: prettig leesbaar voor een breed publiek, informatief en prikkelend, met een inhoudelijke invalshoek die je elders weinig aantreft. Bovendien moet mijn schrijfsel anderen kunnen inspireren. “The highest purpose of art is to inspire”(Bob Dylan), al klinkt dit hoogdravender dan ik het hier bedoel. Maar ik heb nu eenmaal een zwak voor meneer Dylan, en dan bedoel ik niet alleen zijn teksten uit de jaren ’60  (zie hier tweede helft)

Ik beperk mij niet tot een specifiek thema, al heb ik wel mijn voorkeuren (klik hier, en dan op ‘series’). Ik heb een brede interesse en laat mij vaak leiden door wat ik toevallig tegenkom: een boek in de uitverkoop, een lezing, een gesprek met vrienden, surfend op internet terwijl ik naar iets anders zoek. Ik ben dol op serendipiteit: je bent op zoek naar een speld in de (digitale) hooiberg en komt eruit met een mooie meid, zoals iemand dit verschijnsel omschreef.

Fascinatie of irritatie, meestal de combinatie, dat is mijn brandstof voor deze blog. Ik schrijf liever over onderwerpen waar ik nog niet zoveel vanaf weet (zodat ik kan leren), dan over mijn eerdere onderzoeksthema’s. Ik word vooral geprikkeld als mijn vakgenoten voortdurend hetzelfde liedje zingen, terwijl het vals klinkt en op een twijfelachtige partituur berust.

De meeste economen blazen hoog van de toren, terwijl we eigenlijk jammerlijk tekort schieten in onze taak. Wij zijn blijkbaar nog steeds niet in staat om overtuigende verklaringen of oplossingen te vinden voor brandende economische problemen, zoals armoede, klimaatcrisis, werkloosheid, financiële crises e.d. We kunnen niet langer de beschuldigende vinger uitsteken naar ‘die domme politici’ die niet willen luisteren naar de wijze raad van economen. En het argument dat alleen de neoklassieke economen hebben gefaald – en de andere economische scholen beduidend beter zijn – is vaak een loze kreet. Het is waar: de andere sociale wetenschappen bakken er ook niet zoveel van! Om maar te zwijgen van de talrijke filosofen en bedrijfskundigen die met veel poeha allerlei open deuren intrappen, of de zaken ingewikkelder maken dan ze zijn.

Naar anderen wijzen levert echter niets op. “Verbeter de wereld, begin bij jezelf”, dat kan niet vaak genoeg worden gezegd. “Be the change you want to see in the world”, zoals Gandhi het zei.

Nieuwe stappen zetten

Hoe een nieuwe start te maken? Allereerst met bescheidenheid. We zullen moeten erkennen dat we nog steeds niet veel zijn opgeschoten met het analyseren en verklaren van belangrijke economische verschijnselen. De Nobelprijs voor de Economie afschaffen zou een mooi symbolisch gebaar zijn, zoals ik hier bepleit.

Zelfkritiek is een volgende stap. Wat doen we verkeerd? Wat zijn ‘verkeerde’ modellen of concepten? Hebben we teveel modellen, zodat we door de bomen het bos niet meer zien? Wat is overbodige ballast en moet dus verdwijnen?

Daarnaast moeten er nieuwe prioriteiten worden gesteld. Wat zijn de dringende maatschappelijke en wetenschappelijke vraagstukken waar economen en andere sociale wetenschappers meer energie in moeten steken? En hoe verhouden wij ons tot ‘gewone burgers’ en vooral ervaringsdeskundigen?

Misschien is die laatste vraag wel de belangrijkste. Sociale wetenschappers moeten zich niet alleen op vakgenoten richten, maar als het ware tot de hele mensheid, met als kernvraag: hoe krijgen we een betere wereld?. We moeten beseffen dat ook gewone mensen iets zinnigs over deze vraag te zeggen hebben. Al kunnen ze dat meestal niet zo goed verwoorden, zeker niet in academisch jargon. Het staat niet bij voorbaat vast dat academische deskundigen het beter weten dan ervaringsdeskundigen, met name als het om individuele gevallen of kwesties gaat.

Toegevoegde waarde

Hoe kunnen sociale wetenschappers ertoe bijdragen dat ervaringsdeskundigen en anderen die met hun voeten in de klei staan, betere beslissingen nemen – want daarin ligt toch hun toegevoegde waarde. Niet door zich superieur te wanen, zoals meestal het geval is. Niet door zich terug te trekken in hun ivoren torens en alleen in toptijdschriften te schrijven. Want die worden wel vaak geciteerd maar nauwelijks gelezen (en soms is dat maar beter ook), zelfs niet door vakgenoten. Behalve misschien door PhD-studenten.

Het streven naar waarheid door het uitbannen van onwaarheid”, deze uitspraak van John Lukacs zou het leidende beginsel in het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs moeten zijn, niet alleen voor historici – waar hij over sprak – maar ook voor economen en andere sociale wetenschappers, zowel op de universiteit als op het HBO. Dat zou betekenen dat het verwerpen van hypothesen belangrijker is dan deze proberen te bevestigen. Dus het omgekeerde wat er nu in het academische circuit plaats vindt.

Ook moeten we economie weer simpel maken. “Het is heel makkelijk om iets moeilijker te maken, maar het is heel moeilijk om iets makkelijker te maken.” Een citaat van Jos de Blok, oprichter van Buurtzorg Nederland, inmiddels de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland. Een bedrijf dat is overladen met prijzen voor Beste Werkgever en Beste Marketing, terwijl ze niet eens een aparte afdeling hebben voor HRM en marketing.

In de academische wereld zijn er juist allerlei prikkels om de wetenschap steeds ingewikkelder te maken, zoals de peer-review door louter vakgenoten. Zeker bij de sociale wetenschappen is dat contraproductief: naarmate de gewone burger minder snapt waar we mee bezig zijn en wat onze toegevoegde waarde is, zullen ze ons nog meer links laten liggen dan nu al het geval is. Economie weer simpel maken moet een taak worden voor de betere economen, dus niet alleen overlaten aan mindere goden, laat staan aan filosofen als Bas Haring.

Met mijn blog wil ik een bijdrage leveren aan de Grote Schoonmaak die hoognodig moet plaatsvinden in de economische wetenschap. Door onwaarheden te traceren, en door mijn essays vooral te richten op de geïnteresseerde leek en op de beginnende student, zodat ik mijzelf moet dwingen het verhaal simpel te houden, en de hoofdzaken van de bijzaken te scheiden. Weg met al die theorieën en modellen die het zicht op de economische werkelijkheid eerder vertroebelen dan verhelderen. En weg met de leerboeken en -methoden die de wetenschappelijke nieuwsgierigheid eerder verstikken dan stimuleren. Economisch onderzoek (en onderwijs) moet weer leuk en boeiend worden. Ik hoop met mijn blog het goede voorbeeld te geven.

U zult merken dat ik vrij negatief ben over de neoklassieke theorie. Daar heb ik vooral een pragmatische reden voor: zolang de neoklassieke economen een dominante marktpositie innemen  – om te spreken in termen van de mededingingswetgeving – is het belangrijk om hen het vuur aan de schenen te leggen, zoals we iedere (quasi)monopolist kritisch moeten benaderen. Dat lijkt mij gezond voor de intellectuele wedijver. In die zin is de hoogste tijd dat we de alleenheerschappij van de neoklassieke theorie – met een ‘marktaandeel’ van 86% in het econonomisch onderwijs op bachelorniveau, volgens Rethinking Economics – gaan doorbreken.
Bovendien, wie hoog van de toren blaast (neoklassieke economen zijn allesbehalve bescheiden) moet niet zeuren dat hij of zij teveel weerwoord krijgt.

Ik heb niet de illusie dat mijn blog het economenbolwerk op haar grondvesten zal doen schudden. Maar zoals Willem van Oranje het ooit zei: “men hoeft niet te hopen om iets te ondernemen, noch te slagen om te volharden”. Hoewel het schrijven mij veel energie geeft, zie ik mijn blog ook als een morele plicht. In de woorden van Edmund Burke: “The only thing necessary for the triumph of evil, is for good people to do nothing”.

Herkent u zich in deze woorden en wilt u zelf een bijdrage leveren, laat het mij weten. Anderen gingen u al voor, zoals Dirk Damsma , Eric Kamphuis  en Rethinking Economics. Heeft u minder tijd, dan kunt u ook bijdragen door te reageren op de diverse columns en artikelen. Of nog sneller, door een duimpje omhoog of omlaag te geven – overigens is deze wijze van beoordeling zodanig ingesteld dat alleen ik de score kan zien (vandaar dat overal een nul wordt aangegeven).

S. de Beter

PS 1: Bij een blog denken de meeste mensen waarschijnlijk aan columns op internet (digitale columns). Daarvoor zijn mijn schrijfsels eigenlijk te lang en soms te academisch. Ze zitten ergens tussen een populair-wetenschappelijk artikel en een essay. Is ‘blessay’ (blog-essay) de beste benaming? Ik bied geen literatuurlijst, maar verwijs wel steeds naar de bron van de gegevens of redeneringen die ik in mijn betoog gebruik. Ik beperk mij daarbij tot de naam van de auteur(s), het publicatiejaar en – indien relevant – de pagina(‘s). Want met internet zijn deze gegevens voldoende om de betreffende publicaties te vinden. Hier vindt u mijn opvattingen over literatuurlijsten en –verwijzingen.

PS 2: De naam ‘Eco-simpel’ staat niet alleen voor Simpele Economie. Eco verwijst ook naar ecologie, wat meerdere betekenissen heeft. In Duitsland hebben ze het over ‘Öko’ terwijl wij over ‘bio’ praten. Zoals u hier en hier kunt lezen, ben ik een warm pleitbezorger van de biologische landbouw.

Ecologisch heeft ook te maken met onze natuurlijke omgeving, meestal aangeduid als natuur of milieu; voor mij persoonlijk eveneens een belangrijk thema – al heb ik hierover nog steeds niet geschreven op mijn blog.

Daarnaast wil ik de aandacht vestigen op het concept ‘ecologische validiteit’, dat een stuk verder gaat dan ‘externe validiteit’ (generaliseerbaarheid). Het betreft de eis dat wetenschappelijke experimenten – en hetzelfde zou voor wiskundige modellen moeten gelden – zo goed mogelijk ‘real-life’ situaties proberen na te bootsen. Een eis waaraan meestal niet wordt voldaan. Ook niet bij gedragseconomie zoals ik hier laat zien.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.