Over mij

Een standaardeconoom kun je mij niet noemen. En mijn loopbaan is evenmin binnen gebaande paden verlopen.

Ik had het geluk te mogen studeren in een tijd en aan een universiteit waar je allerlei combinaties van vakken kon kiezen. Ik koos voor zowel algemene als bedrijfseconomie, met vele uitstapjes naar rechten, sociologie en geschiedenis. Ook een tijdje filosofie en milieukunde gestudeerd, tot ik erachter kwam dat economie toch het leukste was. Tevens heb ik allerlei betaalde en onbetaalde studentenbaantjes gehad. Binnen en vooral buiten de universiteit, omdat ik graag wilde weten wat er buiten de ivoren toren gebeurde.

Een aanbod om daarna verder te gaan met een proefschrift heb ik afgeslagen, want ik ging liever lesgeven op de middelbare school waar ik toevallig terecht was gekomen. Het toeval bracht mij ook al vrij snel bij het beleidsonderzoek. Uiteindelijk ben ik toch in de universitaire wereld terecht gekomen en ben ik alsnog gepromoveerd. Vrij snel daarna werd ik free lance onderzoeker, docent en publicist. Verder ben ik vrijwilliger bij Humanitas (wekelijks op stap met dementerende senioren om hun mantelzorgers een beetje te ontlasten) en geniet ik van het vrije werkzame leven.

S. de Beter is een pseudoniem

Ik schrijf deze blog onder pseudoniem. Ik hoop dat mijn schrijfsels daardoor met een meer open houding worden gelezen. Naast allerlei voordelen is namelijk een van de problemen van internet dat eerder naar de boodschapper wordt gekeken dan naar de boodschap. Dat is natuurlijk van alle tijden, maar sinds de komst van internet is het nog gemakkelijker geworden om de boodschapper te identificeren, en vervolgens al een oordeel klaar te hebben. En als de auteur niet op internet te vinden is, dan hoef je zijn stuk al helemaal niet te lezen. Om het op zijn Amerikaans te zeggen: “If you are so smart, why aren’t you famous?”. Hoe gevoelig wij zijn (geworden) voor beroemde namen – en voor aantallen, zie hier – moge blijken uit de volgende twee voorbeelden.

J.K. Rowling, de schrijfster van de Harry Potter-boeken, heeft enkele jaren geleden een detective geschreven onder het pseudoniem Robert Galbraith. Het boek werd door verschillende uitgevers geweigerd, en toen het eenmaal gepubliceerd schoten de verkoopcijfers pas omhoog zodra bekend werd dat J.K.Rowling en Robert Galbraith een en dezelfde persoon waren.

Joshua Bell, een van de beste en beroemdste violisten, deed in 2007 mee aan een experiment. Vermomd als straatmuzikant speelde hij in een metrostation in Washington D.C. Het resultaat was veelbetekenend: slechts 27 van meer dan 1000 voorbijgangers bleven staan om te luisteren. Van degenen die doorliepen zullen velen ongetwijfeld zelf het idee hebben, dat zij heel goed het verschil kunnen horen tussen excellente en minder goede musici.

Dorpsstraat Ons Dorp

Nederlandse economen vormen een soort dorpsgemeenschap, waar je al gauw in een hokje wordt gestopt. Doorslaggevend is niet wat iemand zegt, maar vooral diens rang in de academische pikorde. 

Voor mij is het inmiddels een handige manier om in de email-correspondentie onderscheid te maken tussen nieuwsgierige lezers – die willen weten wie ik ben – en leergierige collega’s – die open staan voor andere inzichten en zich daarbij niet laten hinderen door een pseudoniem.

Overigens maak ik altijd bekend wie achter S. de Beter schuil gaat wanneer het tot een vorm van samenwerking komt. Zoals dat het geval is bij Follow-the-Money, Argus en de Blog-pagina van het economenblad ESB, waar ik tot dusver de meeste blogberichten heb gepubliceerd.

Schuilcollega’s

In de literaire wereld is het schrijven onder een nom de plume wél geaccepteerd. Denkt u maar aan Nescio, Willem Elsschot, Marek van der Jagt, Anna Enquist en Multatuli – als we ons beperken tot vijf grote schrijvers in de Nederlandse taal. Of aan vrouwelijke auteurs, die in vroeger tijden alleen konden doorbreken door een mannennaam te hanteren. Ook in de journalistiek opereerden columnisten zeker vroeger geregeld onder een schuilnaam: Tamar, Kronkel, Piet Grijs, Battus enzovoorts. In economenland volg ik het voorbeeld van The Economist, waar columnisten eveneens een pseudoniem gebruiken (‘Bagehot’, ‘Lexington’, ‘Schumpeter’).

In de literaire en journalistieke wereld werd en wordt het pseudoniem vaak gekozen om meer vrijheid te hebben bij het opschrijven van polemische of in elk geval onorthodoxe standpunten. Ook bij de economische en sociale wetenschappen hebben we, zeker vandaag de dag, dit soort standpunten hard nodig om de zelfgenoegzaamheid en navelstaarderij te doorbreken die helaas bij teveel academici domineren. Want die twee eigenschappen (plus intellectuele luiheid) leiden ertoe dat economen steeds minder serieus worden genomen.

Beter goed gejat dan slecht bedacht?

De laatste reden voor het gebruik van een pseudoniem heeft te maken met mijn opvattingen over auteursrechten en plagiaat. Als docent ben ik er natuurlijk op tegen dat studenten iets van een ander overnemen zonder bronvermelding. Het onderscheid tussen mijn en dijn is ook in de wetenschap belangrijk.

Aan de andere kant is het in het publieke debat en in de sociale wetenschappen het helemaal niet verkeerd om vrijelijk om te gaan met de vruchten van andere creatieve geesten. Beter creatief gejat dan een uitgebreid overzicht van literatuurreferenties, die soms vooral bedoeld zijn om de lezer te imponeren. Het belangrijkste is om de lezer of de toehoorder te overtuigen met harde feiten (deze wèl met bronvermelding!) en stevige argumenten. Tenslotte is niemand ‘eigenaar’ van een bepaalde theorie of redenering.

Dit impliceert natuurlijk dat u geheel vrij bent om mijn argumenten te benutten in uw eigen betoog, zonder bronvermelding of woord van dank.

Nog een laatste opmerking: dat tot dusver de ik-vorm is gebruikt, is niet helemaal terecht. Ik maak dankbaar gebruik van enkele intimi die kritisch commentaar leveren op eerste versies. 

S. de Beter

Met dank aan Pieter Geenen voor zijn strip, die op 21/9/17 in Trouw verscheen.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *