D66-voorstel gaat niet ver genoeg

Prima voorstel van D66 om iedere student een basisbeurs van 300 euro te geven, en niet langer recht op huur- en zorgtoeslag. Maar het is niet voldoende om meer talenten uit kwetsbare milieus te laten profiteren van de ‘zegeningen van hoger onderwijs’ .

S. de Beter (8 augustus 2020)

Wat mij het meest bevalt aan het D66-voorstel: studenten krijgen niet langer recht op huur- en zorgtoeslag. Deze inkomenstoeslagen waren ooit bedoeld voor burgers die voor langere tijd – of voor altijd – te weinig verdienen om de gangbare huren en zorgpremies te kunnen betalen. Het lage inkomen van studenten daarentegen is slechts tijdelijk, en wordt na het afstuderen meestal meer dan evenredig gecompenseerd door een bovenmodaal inkomen.

Maar deze correctie is niet de kern van hun voorstel. Voor de rest van de bevolking wil D66 eveneens meer geld in de portemonnee in ruil voor afschaffen van allerlei inkomenstoeslagen. Bij de hogere inkomens in de vorm van een belastingkorting, bij de lagere inkomens door hen een soort basisinkomen van 300 euro per persoon te geven – wat bij studenten een basisbeurs heet. Ze zijn nog niet zo ver gegaan als Milton Friedman, de Amerikaanse econoom die door links zo’n beetje als de uitvinder van het verfoeide neoliberalisme wordt beschouwd. Al in 1962 bepleitte hij een negatieve inkomensbelasting, wat betekent dat de lage inkomens geen belasting hoeven te betalen maar een bedrag van de Belastingdienst krijgen, voldoende om van te leven (dus meer dan 300 euro per maand). Zodra je meer gaat verdienen worden de rollen omgedraaid en moet je geld aan de Belastingdienst betalen, wat wij inkomstenbelasting noemen. In het D66-voorstel daarentegen krijgen de rijkere burgers eveneens een extraatje in de vorm van belastingkorting. Zo’n overbodig cadeautje willen ook Rutger Bregman en andere voorstanders van het universele basisinkomen uitdelen. Zoals de huidige AOW eveneens terecht komt bij miljonairs en andere vermogende mensen die dit basisinkomen-voor-ouderen helemaal niet nodig hebben.

Bijwerkingen

Door de burger voortaan huur- en zorgtoeslag te ontzeggen komt er een eind aan allerlei onbedoelde bijwerkingen van deze inkomensafhankelijke toeslagen. Bij mensen met een bijstands- of vergelijkbare uitkering zorgen zij voor een hoog ‘marginaal tarief’: zodra ze deze uitkering verruilen voor een beter betaalde baan, worden ze gestraft door het (gedeeltelijke) verlies van hun huur- en zorgtoeslag; zodat ze per saldo nauwelijks méér verdienen. Vandaar dat veel mensen met een lage uitkering niet serieus gaan solliciteren op een baan die slechts weinig meer betaalt dan hun uitkering. Evenmin moet het ons verbazen dat burgers met een minimale uitkering blijken te sympathiseren met veelverdieners die in hun ogen eveneens worden gestraft met een hoog marginaal belastingtarief. Beide groepen voelen zich onrechtvaardig behandeld door de overheid, en deze overeenkomst zou voor veel mensen zwaarder kunnen wegen dan het verschil in inkomen.

Bij studenten heeft de huurtoeslag nog een extra verstorende werking. Uithuizige studenten woonden vroeger overwegend in studentenflats en in voormalige gezinswoningen met gemeenschappelijk gebruik van keuken en sanitair. De laatste jaren hebben steeds meer studenten in een studio met een eigen keuken en toilet. Als deze studio tevens een aparte voordeur en huisnummer heeft, staat zij geregistreerd als zelfstandige wooneenheid zodat de huurder recht heeft op huurtoeslag. Iedereen die de vrije huursector een beetje kent, snapt dat de verhuurder, dus de huiseigenaar, het meest profiteert. Deze kan de huurprijs opschroeven tot de bovengrens van de huurtoeslag (momenteel een maandhuur van € 737,14), wetende dat de huurder netto veel minder hoeft te betalen. Veel vermogende ouders kopen voor hun kroost een woning die wordt verbouwd tot zelfstandige wooneenheden, zodat zoon- of dochterlief samen met hun huisgenoten kunnen profiteren van de huurtoeslag. Hoe scheef wil je het hebben!

Het is diep tragisch dat linkse partijen nog steeds blind zijn voor deze uitwas van ons sociale inkomensbeleid – en dus nu door D66 worden ingehaald. Maar ook blind voor de indirecte gevolgen. Zoals meer bouwactiviteit voor nieuw- en verbouw van zelfstandige wooneenheden, voor projectontwikkelaars veel aantrekkelijker dan sociale woningbouw – mede door de huurtoeslag . Deze toeslag is bovendien een beloning voor individualisme en een financiële ontmoediging voor samenlevingsvormen waar voorzieningen worden gedeeld. Daarnaast tart zij een elementair gevoel voor rechtvaardigheid: jongeren die thuis wonen of samen in een gezellig studentenhuis krijgen géén aanvullende beurs in de vorm van huurtoeslag.

Leenstelsel overboord?

In de pers wordt het D66-voorstel voornamelijk gerelateerd aan het leenstelsel. Eerder moesten PvdA en GroenLinks erkennen dat zij in 2015 akkoord zijn gegaan met een vorm van studiefinanciering die veel afgestudeerden opzadelt met hoge studieschulden. Ook D66 is nu blijkbaar bevreesd dat veel hoogopgeleide kiezers (hun primaire doelgroep) sympathie hebben gekregen voor afschaffing van het leenstelsel, en bepleit daarom een basisbeurs van 300 euro per maand.

Tegenstanders van het leenstelsel kunnen wijzen op het inverdien-effect: het inkomen van afgestudeerden genereert tijdens hun loopbaan zoveel belastinginkomsten dat een studiebeurs zonder problemen gefinancierd kan worden. Een typisch economistische redenering, die zelfs zou rechtvaardigen om jonge talentvolle beleggers flink veel beleggingsgeld cadeau te doen. Het geld dat zij op die manier verdienen leidt immers tot extra belastinginkomsten, voldoende om deze overheidsinvestering rendabel te maken. Met een inverdien-redenering kun je bijna alles goedpraten!

Voorstanders van het leenstelsel zien onderwijs daarentegen als een investering die zich individueel terugbetaalt, en dus zonder problemen door de student zélf gefinancierd kan worden middels een lening. Ze benadrukken het sociale karakter: de student leent tegen aantrekkelijke voorwaarden (momenteel 0%) en hoeft pas terug te betalen wanneer zij of hij voldoende verdient. Zij worden sinds kort gesteund door studies van CPB en ResearchNed. Beide onderzoeksinstellingen concluderen dat tot dusver invoering van het leenstelsel geen invloed heeft op de mate waarin middelbare scholieren gaan doorstuderen. Dit geldt dit eveneens voor jongeren uit de lagere inkomensgroepen. Twee kanttekeningen zijn echter op hun plaats.

Ten eerste is de laatste conclusie niet zo positief als het lijkt: wij willen toch dat er juist méér studenten uit minder gegoede milieus gaan doorstuderen, niet dat het gelijk blijft. Bovendien staan de onderzoekers onvoldoende stil bij de vraag in hoeverre het ouderlijk inkomen een geschikte indicator is voor institutionele armoede en achterstand. Het opleidingsniveau van de ouders geeft vermoedelijk een betere indicatie. Ouders die zelf hebben doorgeleerd stimuleren hun kinderen op allerlei manieren om eveneens te profiteren van hoger onderwijs – en dus het sociale leenstelsel te benutten. Dit ligt meestal heel anders bij laag opgeleide ouders. Zo constateert ResearchNed dat hun kinderen minder bereid zijn om te lenen voor hun studie – in vaktaal: een grotere leenaversie hebben. Wat niet zo vreemd is: sommigen zien bij hun ouders hoe moeilijk het is om uit de schulden te komen of om zonder connecties een goedbetaalde baan te krijgen.

Positieve discriminatie lijkt mij de beste manier om de kloof in onderwijskansen zoveel mogelijk te dichten. De aanvullende beurs voor de lagere inkomens die D66 terug wil (voor maximaal 400 euro naast de basisbeurs van 300 euro) is te ongericht en gaat niet ver genoeg. Ongericht omdat niet zozeer het inkomen maar de opleidingsachtergrond van de ouders de belangrijkste drempel lijkt te zijn. Daarnaast moet de ongelijkheid al op de basisschool worden aangepakt: zorg in achterstandswijken voor kleinere klassen, voor meer faciliteiten voor huiswerkbegeleiding én voor beter betaalde leerkrachten met oog en hart voor talenten uit achtergestelde milieus. Talenten die we vervolgens een toekomstperspectief moeten geven door voor hen speciale studiebeurzen te creëren, voldoende om zonder financiële zorgen te kunnen studeren en als een soort beloning voor eerdere inspanningen. Zouden Michelle en Barack Obama in het Witte Huis terecht zijn gekomen zonder hun beurs voor Harvard?

Natuurlijk zijn er goede redenen om afgestudeerden niet op te zadelen met te hoge studieschulden. Ze mogen daardoor niet belemmerd worden in hun streven om een eigen huis te kopen en een gezin te stichten. Maar niet-academische bevolkingsgroepen hebben nóg meer last van de schuldenspiraal: om de schulden terug te betalen sluiten zij duurdere leningen af zodat ze nog verder in de nesten komen. Laten we met die kwetsbare groepen beginnen als we de torenhoge schulden van Nederlandse burgers willen aanpakken.

Dit artikel is tevens gepubliceerd op Sargasso en JOOP. Een korte samenvatting verscheen als Hoofdbrief in de NRC van 10 augustus.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten