Krijgt het onderwijs nu pas een ICT-omslag?

Dat we op sommige terreinen veel te afhankelijk zijn geworden van het buitenland is nu wel duidelijk. Bij mondkapjes vooral van Chinese bedrijven, bij testmateriaal van het Zwitserse Roche. Vrijwel geen aandacht is er voor de omgekeerde situatie: op andere terreinen is er eveneens een te grote afhankelijkheid, juist omdat er te weinig wordt uitbesteed. Zoals in het onderwijs.

S. de Beter (9/5/2020)

Verticale integratie is een belangrijk begrip in de economische wetenschap. Volledige integratie betekent dat vrijwel alle activiteiten die nodig zijn om het eindproduct te maken, binnen deze onderneming plaatsvinden. Een voorbeeld zijn olieconcerns zoals Shell: actief in alle schakels van de bedrijfskolom, van olieput tot benzinepomp.

Aan de andere kant van het spectrum heb je de ondernemer die vrijwel alle activiteiten heeft uitbesteed (verticale desintegratie). Hij is eigenaar van het merk onder wiens vlag de verkoop valt, en hij regisseert en financiert soms alle overige activiteiten. Neem de supermarktonderneming AH. Geen van de producten die je daar koopt worden binnen het overkoepelende Ahold-concern gemaakt want AH beperkt zich tot inkoop en inschakeling van toeleveranciers. De meeste AH-winkels zijn bovendien eigendom van zelfstandige franchisenemers.

Dit businessmodel, vanouds dominant in de retail, heeft zich de laatste decennia over andere bedrijfstakken verspreid. Denk aan Philips dat steeds kleiner is geworden, zeker qua personeelsbestand. Deels door bepaalde onderdelen af te storen, deels door activiteiten die vroeger binnen Philips werden uitgevoerd, in de loop der tijd uit te besteden aan externe partijen. Vrijwel altijd in de vorm van lange-termijn contracten met een duidelijk hiërarchisch karakter – dus je kunt niet zeggen dat Philips ‘de vrije markt’ heeft ingeschakeld.

BTW (omzetbelasting) is een goede graadmeter voor de mate van verticale integratie. Heeft een bedrijf veel benodigde dienstverlening en onderdelenproductie in eigen beheer, dan is de toegevoegde waarde – en dus de BTW – relatief hoog. Worden daarentegen veel toeleverende activiteiten uitbesteed, dan betaalt het bedrijf relatief weinig BTW. Althans per saldo, omdat de te betalen BTW wordt verrekend met de BTW over ingekochte spullen en diensten.

De Corona-crisis maakt pijnlijk duidelijk dat bij sommige medische hulpmiddelen globalisering en verticale desintegratie te ver zijn voortgeschreden. We hebben de productie overgelaten aan buitenlandse bedrijven, wat in normale omstandigheden voor ons een goede deal leek afgaande op de lagere kostprijs die zij kunnen realiseren. Treedt echter een crisissituatie op, zoals nu met Corona, dan gelden andere wetten.

Nationale overheden geven voorrang aan hun eigen burgers, dat is een van die ‘nieuwe’ wetmatigheden. Deze vorm van protectionisme zien we bij elke crisis, en bij elke sector die als vitaal of ‘in lands belang’ wordt gezien. Zo stegen na de uitbraak van de financiële crisis overal de voedselprijzen omdat heel veel nationale overheden gingen hamsteren of hun eigen productie afschermen van de wereldhandel. Ook in de huidige crisis zullen de voedselprijzen gaan stijgen – en zo de inflatie ‘uit het slop halen’

Nationalisatiebegrijpelijk maar onverstandig

Het wekt weinig verbazing dat sommigen nu roepen om nationalisatie van sommige delen van de gezondheidszorg en het daarmee verbonden onderzoek. “Als we in staat zijn om een genationaliseerd leger op het land, de zee en in de lucht aan te houden tegen een vijand die we nog niet kennen maar die misschien al ergens snode plannen smeedt, moeten we datzelfde ook kunnen doen tegen een virale of bacteriële vijand”. Aldus Adam Cohen in Trouw van 28 maart jl.

Nationalisatie is echter bij uitzondering een geschikte oplossing. Want zij creëert een monopolie – met alle nadelen van dien. Weliswaar heeft dit monopolie een publiek karakter en moet zij zich voegen naar de wens van het parlement maar in de praktijk ontstaat al snel een bilateraal monopolie met veel onderling getouwtrek. Wat te denken van de relatie tussen de NWO en het Ministerie van O&W? Officieel stuurt de laatste de eerste aan (op gezag van het parlement) maar aangezien er maar één NWO is (dus O&W geen alternatief heeft), zijn de rollen vaak omgedraaid, met een beide kanten een uitdijende bureaucratie, door sommige economen aangeduid als transactiekosten. Overdrijf ik? Lees mijn blogs over NWO en de literatuur over ‘hold-up’situaties die vaak voorkomen bij bilaterale monopolies.

Monopolies zijn er bovendien in alle soorten en maten. Een daarvan zien we in het onderwijs. Dit lijkt een rare bewering want zeker in Nederland kan in principe iedereen een school oprichten. En zelfs dezelfde financiering krijgen als bestaande scholen, mits ze aan bepaalde eisen voldoen. Die eisen vanuit de overheidsbureaucratie worden echter steeds strakker, zodat er al gauw een soort eenheidsworst ontstaat – een gemaskeerd monopolie omdat je als ouder (of student) slechts uit één smaak kunt kiezen.

Dit wordt verergerd door het regiem van de visitatiecommissies die de overheid heeft opgelegd aan het (alleen hoger?) onderwijs, maar ook elders in de (semi)publieke sector. Bij een dergelijk regiem is het onvermijdelijk dat er een soort gemeenschappelijke noemer ontstaat waaraan alle instellingen in grote lijnen moeten voldoen. Het gevolg is dat diversiteit systematisch (en waarschijnlijk onbedoeld) de nek wordt omgedraaid, doordat bepaalde praktijken worden ontmoedigd. Zodat iedere ‘verstandige’ onderwijsinstelling zich voegt naar de grijze middenmoot, meestal al in de voorbereiding van de visitatieronde.

Het eindresultaat is dat universiteiten en hogescholen (en voor andere onderwijscategorieen geldt vermoedelijk hetzelfde) nauwelijks meer op essentiele punten met elkaar wedijveren. Doch louter op sexy nieuwe studierichtingen en op secundaire zaken zoals: een gezellige binnenstad, een bruisend studentenleven en een hoge ranking (die overigens voornamelijk op onderzoek- en niet op onderwijsprestaties is gebaseerd). Verbazingwekkend dat lieden die veel waarde hechten aan diversiteit in de natuur, cultuur of wetenschap geen enkele moeite hebben met de eenheidsworst die het Nederlandse onderwijs is geworden. En dat niemand pleit voor een nieuwe universiteit of hogeschool die een frisse wind kan laten waaien; wat we sinds 1976, toen de Universiteit Maastricht werd opgericht, niet meer kennen.

Verticale integratie en Corona – geen goede combinatie

Ik heb de oorzaken of de redenen niet onderzocht maar het is opvallend dat in het (hoger) onderwijs vrijwel het hele budget wordt besteed aan eigen personeel (naast geld voor investeringen en andere materiele uitgaven). Al zit dit eigen personeel in toenemende mate in een flexibele schil, dus in tijdelijk dienstverband. Andere contractvormen, zoals uitbesteding van onderwijsactiviteiten, komen nauwelijks voor. Zelfs de inschakeling van zzp-ers (zoals ik) blijft beperkt tot onvoorziene situaties, zoals een onverwachtse toestroom van studenten terwijl het personeelsbestand nog niet mag worden aangepast. Dit alles betekent dat er sprake is van vrijwel volledige verticale integratie, omdat er geen toeleveranciers worden ingeschakeld in het onderwijsproces (met als enige uitzondering de gevestigde uitgeverijen die leerboeken produceren); al gaat de verticale integratie bij Nederlandse universiteiten en hogescholen nog niet zover dat zij ook huisvesting voor hun studenten garanderen.

De gevolgen van dit beleid werden pijnlijk duidelijk tijdens de Corona-crisis. Van de ene dag op de andere moesten alle docenten overschakelen op digitaal onderwijs. Iedereen die docenten en andere leerkrachten kent of zelf in het onderwijs zit, weet inmiddels hoe moeizaam dit in de meeste gevallen is verlopen; ondanks de vele inspanningen die de meeste docenten zich hebben getroost. Allerlei technische problemen in bestaande systemen kwamen aan het licht, een groot gedeelte van de leerstof bleek zich niet voor digitaal onderwijs te lenen, allerlei problemen met online-tentamens, enzovoorts. Kortom, de overgrote meerderheid van zowel leerkrachten als scholieren en studenten zullen blij zijn dat de scholen weer open gaan – en anders de ouders wel. Het klassikale onderwijs wordt na de Corona-crisis weer hogelijk gewaardeerd, en terecht. Maar het is niet zaligmakend, en niet (meer) geschikt voor alle onderwijsprocessen.

Een groot gedeelte van het onderwijs bestaat uit oefenen, eindeloos oefenen; negatief aangeduid als ‘stampen’, positief als ‘automatiseren’. Dan gaat het met name om sommige taal- en rekenvaardigheden (maar ook het toepassen van belangrijke concepten in verschillende toepassingen). Dat scholieren en zelfs studenten daarop steeds slechter scoren, lijkt grotendeels samen te hangen met het feit dat deze vaardigheden steeds moeilijker bijgebracht kunnen worden, althans klassikaal en in onze westerse cultuur. Vergelijk een doorsnee klas met jonge pubers in een of ander Afrikaans land met de Nederlandse variant. Dan zie je een leraar die geen enkele moeite heeft een overvolle klas braaf zijn zinnen te laten herhalen en simpele oefeningen te doen, versus in Nederland een docent duwend en trekkend aan een kruiwagen met kikkers die om het hardst individuele aandacht vragen, negatief en positief.

Zelfs op de universiteit is ‘oefening baart kunst’ in allerlei varianten een onmisbaar onderdeel van het leerproces. In onze cultuur en in ons tijdsgewricht is dit echter steeds moeilijker om dit klassikaal te organiseren. We moeten dus zo snel mogelijk overstappen – natuurlijk slechts voor een deel – op softwarepakketten waarmee scholieren en studenten op een individuele, speelse en creatieve manier basisvaardigheden oefenen. Ik vermoed dat de gaming-industrie op dit gebied heel wat te bieden heeft. Een extra voordeel is dat op die manier tegenwicht wordt geboden tegen de machtige positie van de leerboek-uitgeverijen.

Maar die computergestuurde onderwijspakketten zijn er toch allang, zult u tegenwerpen. Zeker, maar blijkbaar nog niet genoeg en niet voldoende professioneel. Want was dit wél het geval, dan had het onderwijs helemaal niet zoveel te lijden onder de Corona-crisis. Zoals de jeugd gewoon doorging met gamen, zo had ook een groot gedeelte van het onderwijs door kunnen gaan, tenminste als er een ruim aanbod van professioneel en attractief ICT-lespakketten was geweest. Waarom is dit nog steeds niet het geval?

Het heeft allemaal met verticale integratie te maken. Nederland had te weinig testmateriaal om voldoende mensen op Corona te testen omdat de productie daarvan te veel extern is geplaatst. In het onderwijs daarentegen is er te weinig ICT-materiaal omdat we teveel activiteiten intern hebben gehouden.

Meer gebruik maken van ICT-toeleveranciers

Drie redenen pleiten ervoor dat onderwijsinstelingen meer gebruik gaan maken van ICT-toeleveranciers. Ten eerste is het ICT-onderwijs als onderdeel van het eigen curriculum niet bepaald een succes gebleken: overal verdwijnt de ict-docent en de meeste scholieren zijn nog grotendeels digitaal ongeletterd (behalve als het om gamen gaat). Ten tweede heb je voor goede ict-producten voldoende schaalgrootte nodig, in de zin dat een bedrijf voldoende scholen als klant moet hebben om te kunnen renderen. Wat niet uitsluit dat ict-bedrijven middelgroot of zelfs klein kunnen zijn of blijven, door zich te richten op een hele specifieke deelmarkt. Tot slot geldt wat ik de Wet van Christensen wil noemen: baanbrekende innovatie wordt alleen gerealiseerd door bedrijven met een aangepast business model, en dat zijn bijna altijd nieuwe bedrijven.

Een bloeiende bedrijfstak van kleine en middelgrote bedrijven die in allerlei varianten ICT-lespakketten aanbieden (zodat onderwijsinstellingen voldoende keus hebben) kan alleen ontstaan wanneer onderwijsinstellingen worden verplicht zeg een kwart van het onderwijsbudget extern te besteden. Van bovenaf verplicht omdat er blijkbaar allerlei belangen, ‘wetten en praktische bezwaren’ zijn om vrijwel alles bij het oude te houden en eventuele veranderingen intern te organiseren. Een belangrijke factor tegenwerkende factor is het huidige business model. Hoewel de marginale kosten afnemen naarmate een universiteit of hogeschool meer studenten weet aan te trekken, levert iedere extra student hetzelfde bedrag aan Rijksbijdrage op. Vervolgens geldt de stelling: hoe aantrekkelijker de schaalvergroting, hoe meer activiteiten intern. Mede door de groei van het aantal managers en stafmedewerkers, want hun vaste kosten worden dan over meer studenten verdeeld.

Ik verwacht dat de ICT-onderwijsbedrijfjes overwegend door voormalige docenten (samen met digitale nerds) worden opgericht. Niet alleen doordat sommigen door mijn voorstel overbodig worden maar omdat dit een aantrekkelijker loopbaanperspectief is: eerst in het onderwijs en daarna overstappen naar een toeleverancier die ICT-lespakketten ontwikkelt (een omgekeerde loopbaan of een periodieke detachering kan natuurlijk ook). En daarmee kom ik bij een belangrijk voordeel van mijn voorstel: de personele tekorten in het basis- en voortgezet onderwijs zullen als sneeuw voor de zon verdwenen. Niet alleen vanwege de reductie in personeelsbestand maar – veel belangrijker – omdat het onderwijs aantrekkelijker is geworden. Omdat het niet langer een fuik is waar je niet meer uit komt als je te lang wacht, maar een mooie afwisseling tussen voor en in de klas staan met lesmateriaal ontwikkelen die ruimte biedt voor een vruchtbare combinatie van online en offline onderwijs.

Zal de Corona-crisis later in de geschiedenisboeken worden herinnerd als de aanleiding voor een omslag in het onderwijs die al veel eerder had moeten gebeuren?

NB Een belangrijke inspiratiebron voor mijn voorstel is Disrupting Class, dat een van de meest controversiële boeken van Christensen lijkt te zijn: zie hier voor een korte samenvatting, zie hier waarom zijn voorspelling nog niet is uitgekomen. Voor een overzicht wat er al aan ICT-gestuurd onderwijs op de Amerikaanse markt is, zie hier.

Dit artikel is ietsje korter ook gepubliceerd op het discussieplatform Sargasso, zie hier

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten