Geen diftar zonder de nodige randvoorwaarden

Successen (en mislukkingen) zijn vaak gebaseerd op meerdere factoren, niet  op slechts één. Deze simpele waarheid wordt al te vaak vergeten. Ook in de discussie over diftar.

S. de Beter (30 januari 2020)

Mijn stuk hierover heeft nogal wat reacties losgemaakt, vooral bij Joop en in het Dagblad van het Noorden (DvhN). In deze krant reageerde Hans Boer, blijkbaar iemand met de nodige ervaring in het afvalbeleid, met een uitgebreide repliek. Die ik hieronder in bijlage 1 heb opgenomen, om een paar redeneerfouten te laten zien die ik ook in eerdere publicaties over diftar ben tegengekomen, en blijkbaar nogal hardnekkig zijn. Voor de volledigheid heb ik in bijlage 2 een ander (en beter) diftar-artikel opgenomen.

Valse vergelijkingen

Laat ik beginnen met het enige punt waarin Boer mij gelijk geeft. “Burgers zijn voornamelijk doorgeefluik van het verpakkingsmateriaal, ze kunnen er niks aan doen, zegt Vrolijk, je moet het bedrijfsleven aanpakken”. Nogal kort door de bocht, deze weergave van mijn betoog, maar wat erger is: hij mist waaróm ik over dat doorgeefluik begon. Niet om te klagen over die lakse kabinetten die het bedrijfsleven niet hard durven aan te pakken, zoals Boer doet. Onder meer omdat op gemeentelijk of provinciaal niveau, waar linkse partijen beter vertegenwoordigd zijn, het bedrijfsleven eveneens weinig wordt ‘aangepakt’. Ik wilde een heel ander punt maken: vanwege die doorgeefluik-functie heeft de burger niet zo heel veel speelruimte en mogelijkheden om de afvalstroom te verminderen; daarom moet je extra voorzichtig zijn met financiële prikkels, zoals diftar.

Dat dit kwartje bij Boer (en vele anderen) nog niet is gevallen, blijkt tevens uit enkele rare vergelijkingen. Nadat hij eerst mijn Israëlische voorbeeld zonder enige argumentatie bestempelt als “een kwestie van appels en peren”, schrijft hij het volgende. “Vergelijk diftar eerder met gas en elektrisch: wie meer gebruikt moet meer betalen, wie veel restafval heeft betaalt meer”. Een valse vergelijking want gas en elektriciteit koop je in, en jouw woongedrag bepaalt hoeveel je nodig hebt. Zet je de hele dag de thermostaat op 23 graden, dan verbruik je meer gas of elektriciteit dan bij een temperatuur van 18 graden. Bovendien heeft de consument allerlei alternatieven, bijvoorbeeld een extra trui, of kaarsen voor extra licht en warmte.

De speelruimte bij gas en licht is dus veel groter dan bij afval, en niet kleiner zoals Boer durft te beweren. “Een belangrijk verschil met bijvoorbeeld gas is, dat een huishouden er zelf voor kan zorgen dat de rekening voor het afval omláág gaat, ook als het huis niet goed geïsoleerd is, je hebt het zelf in de hand”.

Combinatie van factoren

Net als alle voorstanders pepert Boer de lezer in dat het om een superieur systeem gaat: “Gemeenten met diftar in Nederland horen bij de best presterende gemeenten bij de afvalscheiding”. Wij moeten hem maar op zijn woord geloven, want hij geeft geen bronnen of indicatoren waarmee die prestaties zijn gemeten.

Evenmin neemt hij de moeite om even door te denken. Hij had zich moeten realiseren dat de diverse beleidsmaatregelen die bij invoering van diftar worden genomen, meestal in twee of drie categorieën kunnen worden ondergebracht. De eerste is het aanbieden van (betere) voorzieningen om bepaalde herwinbare afvalstoffen (papier, glas, plastic, blik e.d.) gescheiden in te leveren. De tweede is het beprijzen van restafval: het afval dat vervolgens overblijft. Een eventuele derde categorie is een voorlichtingscampagne om de burger te wijzen op de noodzaak van recycling. Omdat deze beleidsmaatregelen bijna altijd gelijktijdig worden ingevoerd, kun je moeilijk achterhalen welke daarvan hoofdverantwoordelijk is geweest voor de geconstateerde afname van het restafval. Tenzij je RCT-onderzoek uitvoert (RCT=Randomized Control Trial) met een of meer controlegroepen, maar dat soort onderzoek ben ik op dit gebied nog niet tegengekomen.

Met gezond verstand nadenken komen we echter een heel eind. De eerste categorie heeft volgens mij een positieve werking: hoe meer voorzieningen voor afvalscheiding worden aangeboden (mits gebruiksvriendelijk en in de nabije omgeving), hoe meer burgers daarvan gebruik maken – met als automatisch gevolg: minder restafval. Denk aan het succes van de papier- en glasbakken, zonder enige vorm van financiële beloning.

Een negatief resultaat verwacht ik van de tweede categorie, het beprijzen van restafval. Zeker als dit niet wordt gecombineerd wordt met de eerste categorie, dus zonder goede afvalvoorzieningen. Bij andere recyclebaar afval zoals blik en plastic is dit nog steeds niet goed geregeld, zeker in Groningen-Stad. In zo’n situatie werkt een financiële prikkel averechts, want gefrustreerde burgers gaan ‘creatieve’ oplossingen bedenken. Die wel goed zijn voor hun portemonnee maar niet voor het milieu.

Advies

Mijn advies aan gemeenteraadsleden, in Groningen en elders: ga pas akkoord met variabele afvalstoffenheffing wanneer iedere ingezetene voldoende mogelijkheden heeft om afval te scheiden, want zonder deze voorzieningen is diftar een (linkse?) variant van neoliberaal bezuinigen (met veel averechtse effecten). Bovendien is het zinvol om nog eens goed kijken naar mechanische afvalscheiding, zoals Paul Feldbrugge (bijlage 2) bepleit.

Kiest men toch voor (gedeeltelijke) afvalscheiding door de burger, dan zou de besluitvorming in twee stappen moeten gaan. Eerst beslissen over voldoende mogelijkheden om burgers hun afval te kunnen laten scheiden. Wat overigens niet alleen een klusje voor ambtenaren is want buurtbewoners weten vaak zelf het beste waar en hoe ze afval kunnen en willen scheiden. Ook gemeentelijk milieudienst en afvalverwerkingsbedrijf moeten zich daarover kunnen uitspreken, alsmede andere partijen die een rol kunnen spelen (denk aan de schillenboer). Pas wanneer alle voorzieningen voor afvalscheiding goed op orde zijn, voor iedere burger in iedere wijk (zodat je niet kunt volstaan met standaardoplossingen), valt na een grondige evaluatie te praten over diftar, dus over variabele tarieven voor restafval.

​Ik sta niet alleen met dit standpunt. In het recent verschenen Handvest voor de slimme stad van het Wetenschappelijk Bureau van Groen Links lezen we het volgende: “Als verzekerd is dat huishoudens hun gescheiden afval makkelijk en gratis kwijt kunnen, komt een ander instrument in beeld om de afvalscheiding te verbeteren: gedifferentieerde tarieven, kortweg ‘diftar’” (p. 131). Oftewel: eerst de afvalscheiding door burgers goed op orde, dan pas diftar (mogelijkerwijs). 

Ik sluit niet uit dat invoering van gedifferentieerde tarieven naderhand helemaal niet nodig blijkt te zijn, Want zoals gezegd: eerdere successen met diftar lijken  hoofdzakelijk te danken aan betere voorzieningen die toen werden ingevoerd, niet aan het beprijzen van restafval zelf. Maar ik vrees dat de gemeenteraadsleden van Groen Links zo snel mogelijk willen scoren en niet willen afwachten dat eerst alle benodigde voorzieningen zijn gerealiseerd en geevalueerd; waarmee ze het advies van hun Wetenschappelijk Bureau in de wind slaan.

Diftar treft vooral lagere inkomens

Verder adviseer ik rekening te houden met verschillen in inkomen, een kwestie die ik tot dusver op mijn blog nog niet heb besproken, en elders in de discussie en literatuur nauwelijks aan bod komt. Wat vreemd is want de afvalstoffenheffing is een bepaald bedrag en niet een percentage van het gezinsinkomen. Dit betekent dat hogere inkomens een veel kleiner (misschien zelfs verwaarloosbaar) percentage betalen dan de lagere inkomens.

Diftar wordt meestal voorgesteld als een financiële beloning voor goed gedrag qua afvalscheiding. Maar het is natuurlijk ook een boete voor slecht gedrag op dit terrein, want wie géén afval scheidt heeft meer restafval en zal dus een hoger bedrag aan afvalstoffenheffing moeten betalen.

Vergelijk de hoge boetes bij bijvoorbeeld snelheidsovertredingen. U weet allemaal dat deze voor sommige automobilisten geen enkel probleem zijn (en dus geen invloed hebben op hun rijgedrag) want ze verdienen genoeg of ze kunnen met creatief boekhouden de boetes als bedrijfskosten opvoeren.

Bij diftar kan hetzelfde gebeuren. Voor de rijkere burgers is een hogere afvalstoffenheffing bij meer restafval (dus minder afvalscheiding) helemaal geen probleem, louter financieel gezien (wel in moreel opzicht, mag je hopen). Diftar is dus voor de lagere inkomens een veel grotere straf dan voor hogere (wat bij financiële prikkels bijna altijd het geval is). Willen we deze ongelijke behandeling?

Boer heeft wel gelijk

Heeft Boer helemáál ongelijk met zijn kritiek? Nee, zo erg is het niet. Dat ik (in navolging van Wikipedia) sprak over het ‘solidariteitsbeginsel’ in de (oude) situatie dat iedere burger min of meer evenveel afvalstoffenheffing betaalt, was niet erg handig. Bij het begrip ‘solidariteit’ stellen wij ons meestal wel iets anders voor. In feite gaat het alleen om het wel of niet toepassen van financiële prikkels. ‘Niet’ is hier beter dan ‘wel’, dat is eigenlijk mijn punt.

Tot slot: ben ik een onruststoker zoals Boer suggereert? Ja, eigenlijk wel. Alleen door ‘intellectuele onrust’ zijn wij in staat dwaalwegen te herkennen, zodat discussie en besluitvorming op een hoger peil komen. Ik beschouw de suggestie van Boer dus als een compliment.

Bijlage 1: Diftar goed voor milieu en portemonnee

Hans Boer (DvhN, 25/1/20)

Hein Vrolijk betwistte in deze krant nut en noodzaak van diftar, het gedifferentieerd afval tarief. Zijn argumenten deugen niet, wil hij wel een eerlijke discussie?

Ik werd een beetje verdrietig van het stuk over diftar van Hein Vrolijk in de krant van 21 januari. Het lijkt me iemand die beter zou moeten weten. Diftar is een gedifferentieerd afvaltarief: meer betalen voor afval als je het afval slecht scheidt, minder als je het goed scheidt. Waarom ? Omdat gescheiden afval, zoals papier, glas, GFT, textiel, hergebruikt kan worden, afval wordt grondstof. Beter voor het milieu (verbranden van het restafval levert emissies en CO2 uitstoot op), en ook nog goedkoper, dus minder kosten. Waarom is Vrolijk dan tegen ? Eerlijk gezegd snap ik dat na lezing nog steeds niet. Misschien denkt hij dat het allemaal niet hoeft omdat het toch al goed gaat met het afval? Dan vergist hij zich lelijk. Nederland loopt allang niet meer voorop bij de afvalscheiding, afgesproken doelen worden al jarenlang niet gehaald. Juist in deze tijd is een grotere inspanning voor het milieu nodig. Ook voor een maximaal hergebruik van ons afval. Ik loop zijn argumenten langs.

Zijn vergelijking met crèches en betalen voor te laat de kinderen ophalen is een kwestie van appels en peren. Vergelijk diftar eerder met gas en elektrisch: wie meer gebruikt moet meer betalen, wie veel restafval heeft betaalt meer. Een belangrijk verschil met bijvoorbeeld gas is, dat een huishouden er zelf voor kan zorgen dat de rekening voor het afval omláág gaat, ook als het huis niet goed geïsoleerd is, je hebt het zelf in de hand. Belangrijk voor mensen met lage inkomens.

Diftar werkt wel degelijk. Toen Vlaanderen massaal diftar invoerde sprong dat gewest naar de eerste plaats op de lijst van beste afvalscheiders in Europa. Gemeenten met diftar in Nederland horen bij de best presterende gemeenten bij de afvalscheiding, logisch dat zo langzamerhand steeds meer gemeenten volgen, ook de grotere Arnhem, Maastricht en Nijmegen doen het al vele jaren. Dat is geen hobby, dat zijn bewezen feiten.

Vroeger, zegt Vrolijk, betaalde iedereen dezelfde afvalstoffenheffing en dat was solidair. Hoe bedenk je het. Solidair met wie? Als huishouden A het afval goed scheidt en daardoor lage kosten oplevert, en huishouden B doet er niks aan en levert hoge kosten op, dan is een gelijk tarief niet solidair maar onrechtvaardig.

Burgers zijn voornamelijk doorgeefluik van het verpakkingsmateriaal, ze kunnen er niks aan doen, zegt Vrolijk, je moet het bedrijfsleven aanpakken. Op dat laatste punt heeft hij nou een keer groot gelijk, de kabinetten durven het bedrijfsleven al 25 jaar nauwelijks aan te pakken, ze sluiten liever convenanten. Maar we kunnen er natuurlijk zelf wel degelijk wat aan doen, namelijk het verpakkingsmateriaal zoveel mogelijk apart houden en apart inleveren. En de gemeente moet dat optimaal mogelijk maken, dat spreekt vanzelf. Diftar in Groningen betekent, dat we beslist meer aan de GFT-inzameling moeten gaan doen, nog meer bakken voor hergebruik plaatsen, misschien meer ophalen van de gescheiden stromen in plaats van dat de burger het weg moet brengen, afvalcoaches aanstellen.

Gaan de huishoudens dan misschien het restafval dumpen ? Die vrees is precies de reden waarom grote gemeenten langzamer dan kleine op diftar overstappen. Inmiddels hebben de gemeenten zoveel ervaring opgedaan met de bestrijding van zwerfafval dat ze dat kunnen beheersen. Huishoudens hebben die neiging vooral in de beginperiode. Strenge en intensieve handhaving gedurende de eerste jaren levert daarna een stabiel beeld op, niet erger dan het was vóór de invoering van diftar. Het beeld in Vlaanderen, ook in de grote steden, bevestigt dat.

Diftar zou zich niet goed verhouden met de strijd tegen het economisme die Klaver van GroenLinks aanzwengelt: dat houdt in dat alle maatschappelijke kwesties worden gereduceerd tot financiële of economische problemen, los van schadelijke gevolgen voor de factoren arbeid en milieu. Juist daarom past diftar in het GL-programma: door het milieu te beprijzen krijgt dat eindelijk een zelfstandige, sterke rol in de afwegingen. Zie ook de CO2-heffing, waar GL ook een groot voorstander van is. Milieubeprijzing is dus juist een wapen in de strijd tegen economisme.

Restafval zou een onduidelijk begrip zijn: ‘restafval. Dat is de totale afval minus ……?? En dan beginnen de definitie- en meetproblemen.’ En hij denkt dat gemeenten kunnen sjoemelen met het zwerfafval. Absolute onzin. De gemeenten meten het afval, zowel restafval als de hergebruiksstromen worden geregistreerd volgens landelijke definities en een landelijk model, juist om goede vergelijking mogelijk te maken. Restafval is simpel het afval dat niet wordt hergebruikt, daar kan dus ook spul inzitten dat wel hergebruikt kunnen worden, maar dat niet apart is gehouden.

Eerlijk gezegd, nu ik alles langsloop begin ik te twijfelen aan de bedoelingen van Vrolijk. Een eerlijke discussie of onrust stoken ?

Hans Boer uit Groningen is voormalig ‘regiefunctionaris afval’ bij de gemeente Leeuwarden en beleidsmedewerker bij het Noordelijk Afval Overlegorgaan.

Bijlage 2: Diftar bureaucratisch antwoord op reëel probleem

Paul Feldbrugge (DvhN, 29/1/20)

Diftar, waarbij de afvalstoffenheffing is gekoppeld aan de hoeveelheid aangeboden afval, creëert overbodige rompslomp. Mechanische scheiding van afval is een beter alternatief.

Eerst even mijzelf positioneren: ik zou nog liever gisteren dan vandaag oplossingen zien voor het energie- en afvalvraagstuk als onderdeel van de algemene duurzaamheidsproblematiek – bij voorkeur oplossingen die breed worden ondersteund en (bijna) alle mensen motiveren hun bijdrage daaraan te leveren.

Maar om me – naar aanleiding van het artikel van Hans Boer (DVHN, 25/1) – even te beperken tot het afvalvraagstuk: waarom in godsnaam weer een nieuwe bureaucratie optuigen met het diftar systeem?

Weer een getallen/geld administratie erbij, weer een groep mensen die zich hieraan zal onttrekken (zie het woord ‘bijna’ in de bovenste alinea), waardoor weer een extra handhavings- en opsporingsploeg zal moeten worden ingezet. Het hele arsenaal bestaande afvalbakken kan zelf bij het afval, want voor het diftar-systeem zullen weer nieuwe afvalbakken (met sloten!) moeten worden verspreid – verspilling ten top! Bovendien zal dit systeem in ieder geval weinig soelaas bieden voor één van de grote afvalboosdoeners: de berg verschillende soorten plastics en kunststoffen. Deze wegen immers zeer weinig, maar sommige soorten nemen nogal wat volume in (zoals piepschuim). Als je dan al een bureaucratisch systeem zou willen optuigen: kies dan voor afvalvolume in plaats van afvalgewicht.

Maar de grote vraag is of dit allemaal nodig is: de technische vooruitgang maakt het meer en meer mogelijk afvalstromen door mechanische scheiding op steeds duurzamere wijze af te handelen, mede met gebruikmaking van de zich snel ontwikkelende kunstmatige intelligentie. Daarnaast moet, zoals zo vaak betoogd, de enorme omvang van verpakkingsmaterialen eindelijk maar eens grondig tegen het licht worden gehouden – aanpak bij de bron dus. En dit alles uiteraard vergezeld van een eerste globale voorselectie van verschillende afvalsoorten middels afvalscheiding in de huishoudens. Zolang dit nog nodig is.

Laat het huidige systeem van afvalinzameling blijven zoals het is (en al jaren naar tevredenheid van de burgers functioneert): afval kun je tegen een jaarlijks standaardtarief op gemakkelijke en publieksvriendelijke wijze inleveren op daarvoor afgesproken plekken. Voor de burger wel zo eenvoudig. Afval is niet te vergelijken met gas of elektriciteit, net zo min als poep en plas is te vergelijken met eten en drinken. Het woord ‘gebruik’ (en de daaraan gerelateerde voorgestelde bekostiging per hoeveelheid) is bij afvalstoffen dan ook niet het juiste woord. Afval is (helaas) een bijproduct van leven en moet zoveel mogelijk gekanaliseerd (gesorteerd, gescheiden) en geminimaliseerd (hergebruikt) worden.

Maar hou als overheid het bewustzijn voor duurzaamheid op peil en vermeerder deze onder meer door blijvende voorlichting (“Ik blijf het toch zeggen” lijkt me een uitstekende reclameslogan daarvoor!). Ik heb voldoende vertrouwen dat gemotiveerde burgers zich duurzamer en duurzamer gaan gedragen – eerder uit moreel besef dan door zo’n oliedom financieel-administratief systeem als diftar.

 

Share

1 Reactie

  1. In plaats dat de inwoners beter gefaciliteerd worden gaan veel gemeenten na de invoering van Diftar ook nog over op omgekeerd inzamelen. Afbraak van service derhalve. De zorgplicht die gemeenten hebben is volledig uit het oog verloren. Oorzaak is de eenzijdige focus op vermindering van het restafval, het #kilofetisjisme Door de perverse prikkels tengevolge van Diftar holt de kwaliteit van de gescheiden afvalstromen al jaren achteruit, gevolg extra kosten. Ook wordt er meer gedumpt in de openbare ruimte zie @afvaldumping074
    Omdat Diftar meestal op basis van volume is zijn fysiek sterke mensen, die het afval goed kunnen aanstampen, goedkoper uit. Ook zijn grotere gezinnen duurder uit.
    Beter overgaan op nascheiden verpakkingen en al het plastic uit het restafval. Zonder Diftar en zonder omgekeerd inzamelen. Streven naar zo zuiver mogelijk inzamelen van glas, papier, textiel en GFT.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten