Waarom Rockonomics de nieuwe inleiding in de economie moet worden

Het onderwijs moet de leefwereld van scholieren en studenten als vertrekpunt nemen, vinden vele onderwijskundigen. Een standpunt dat ook economiedocenten lijken te onderschrijven. Doch zelden praktiseren, onder meer vanwege het ontbreken van geschikt lesmateriaal.

Wat zou het eindpunt moeten zijn? Kritisch leren denken, vindt de overgrote meerderheid van de economen die de Groningse hoogleraar Dirk Bezemer heeft benaderd voor zijn onderwijscolumn in De Groene Amsterdammer.

Dit ideale vertrek- en eindpunt komt eerder binnen bereik wanneer we de economiestudie voortaan laten beginnen met het nieuwste boek van Alan Krueger, Rockonomics.

Krueger (waarover ik eerder schreef) was hoogleraar op Princeton en adviseur van Obama. Midden jaren negentig brak hij door met een studie over het minimumloon. Vrijwel elke (neoklassieke) econoom verwacht dat een verhoging van het minimumloon leidt tot minder werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Deze hypothese was echter nooit goed onderzocht. Krueger greep de verhoging van het minimumloon in de staat New Jersey aan om de gevolgen ervan te vergelijken met de naburige staat Pennsylvania, waar de vloer in het loongebouw ongewijzigd bleef. Tot veler verbazing werd de neoklassieke hypothese niet bevestigd. Integendeel, de werkgelegenheid (in de fast-foodsector) steeg in New Jersey sneller dan in Pennsylvania. Een conclusie die in later onderzoek van collega’s veelvuldig werd bevestigd. Wat overigens niet betekent dat allerlei econometrische beleidsmodellen daarop zijn bijgesteld – zo heeft een verlaging van het minimumloon in de modellen van het Centraal Planbureau nog altijd een significant positieve invloed op de werkgelegenheid.

Wetenschappelijke nieuwsgierigheid

De nieuwsgierige en empirische houding die zo kenmerkend is voor het werk van Krueger, vinden we ook terug in Rockonomics. Wat dit boek zeer geschikt maakt om studenten in te leiden in de economische wetenschap. Deze tak van sport is behoorlijk saai als we uitgaan van de homo economicus, die volgens Oscar Wilde van alles de prijs weet en van niets de waarde. Economie wordt pas boeiend bij de wisselwerking tussen enerzijds menselijke idealen en ambities, en anderzijds economische en technologische ontwikkelingen. Een wisselwerking die Krueger voortdurend laat zien. Zoals in hoofdstuk 5 (Streaming changes everything) waarin hij beschrijft hoe streaming de muziekindustrie op haar kop heeft gezet, en musici heeft gestimuleerd om nieuwe business modellen te proberen.

Krueger toont zich een gedreven onderzoeker die erop uittrekt om aan de benodigde gegevens te komen (en is daarmee een voorbeeld voor studenten én docenten). En dat zijn niet altijd de officiële statistieken, waartoe de meeste economen zich beperken. Krueger staat erom bekend dat hij heel creatief omging met zeer uiteenlopende informatiebronnen, en als deze tekort schoten zelf data ging verzamelen. Ook in zijn analyse van de popeconomie laat hij geen enkele middel onbenut om het naadje van de kous te weten. Naast interviews met mensen uit diverse geledingen van de muziekindustrie, en databestanden over concerten en andere inkomstenbronnen voor musici, heeft hij een enquête onder 1.200 professionele musici georganiseerd. De data die Krueger heeft verzameld en gebruikt, zijn bovendien toegankelijk voor iedereen, dus ook voor studenten. Die daarmee meteen aan de slag kunnen voor simpele replicatiestudies.

Zijn beschrijving en analyse van de popmuziekindustrie is doorspekt met verhalen: “music is all about telling stories.” (p. 2) Deze blijven volgens Krueger een stuk beter hangen dan abstracte principes en vergelijkingen die de traditionele leerboeken domineren. Bovendien geldt wat Krueger de theorie van “one degree of separation” noemt: iedereen kent wel iemand in zijn of haar netwerk die op een of andere manier met de muzieksector is verbonden. Zodat aansluiting bij de leefwereld van studenten is gegarandeerd.

Krueger kun je niet betrappen op definities die studenten uit het hoofd kunnen leren en op het tentamen reproduceren. Zeker, ook hij gebruikt theoretische concepten maar op een zodanige wijze dat iedereen snapt waar het om gaat (maken definities de student juist dommer?). Zo geeft hij talloze voorbeelden van prijsdiscriminatie, een veel gebruikte methode van (managers van) musici om hun inkomsten te vergroten. Hij verwijst onder meer naar Taylor Swift, door hem aangeduid als een Economic Genius, die haar zesde album Reputation de eerste week alleen als CD en betaalde download beschikbaar heeft gesteld (voor haar meest fanatieke fans), en pas daarna laten streamen door Spotify (voor het grote publiek)

All that jazz

Daarnaast brengt Krueger ons een belangrijke les bij: “You can’t understand markets or the economy without recognizing when and how the jazz of emotions, psychology, and social relations interfere with the invisible hands of supply and demand.” (p. 6). Een mooi voorbeeld van “all that jazz” vindt Krueger een experiment van twee sociologen waarin de deelnemers uit een lijst van 48 popnummers gratis hun favoriete muziek mogen downloaden. De ranglijst die daaruit ontstaat is vervolgens voorgelegd aan een veel grotere groep die ad random in twee subgroepen wordt ingedeeld. De eerste subgroep krijgt de feitelijke ranglijst te zien, de tweede de omgekeerde volgorde (het minst populaire nummer staat op de eerste plaats). Beide groepen – ook de tweede – blijken zich in belangrijke mate te laten leiden door de hen gepresenteerde ranglijst. Bij de tweede groep zijn er slechts een of twee ‘goede’ nummers die ondanks hun (opzettelijk) lage kwalificering veel worden gedownload.

Een ander onderzoeksresultaat vind ik eveneens nogal schokkend: in de eerste groep wordt het meest populaire nummer meer dan twintig keer vaker gedownload dan het minst populaire nummer, en tijdens het experiment werd het verschil steeds groter. De onderzoekers spreken van een “cumulative advantage”, of een “rich get richer” effect. “This means that if one object happens to be slightly more popular than another at just the right point, it will tend to become more popular still” (p. 114).

Krueger laat meer van dit soort effecten de revue passeren. Gecombineerd resulteren zij volgens hem in een marktstructuur waarin superstars steeds meer gaan domineren: “the winner takes it all”. Interessant detail: deze zinsnede werd beroemd door de gelijknamige hit van de Zweedse popgroep ABBA in 1980, het jaar waarin de inkomensverschillen in de VS niet langer kleiner maar juist groter werden – tot op de dag van vandaag.

Dit brengt mij op de laatste reden waarom Rockonomics zo’n geschikt boek is om studenten te interesseren voor ons vakgebied. Als we doorhebben hoe de economie van de popmuzieksector tegenwoordig in elkaar zit, kunnen we de recente ontwikkelingen in andere sectoren beter duiden, en nieuwe economische wetmatigheden beter onderzoeken. Die we overigens al kunnen waarnemen bij de klassieke muziek, waar vrijwel alle musici op een houtje moeten bijten terwijl een paar topdirigenten, zoals Jaap van Zweden, miljoenen verdienen. Maar eveneens in de rest van de arbeidsmarkt, zegt Krueger: “The U.S. job market had become a superstar, winner-take-all affair, much like the music industry, where a small number of top performers did fabulously well, while almost everyone else struggled to make ends meet” (p. 2). Wat ook steeds meer lijkt te gelden voor de Nederlandse arbeidsmarkt.

Kortom, het zou mooi zijn als mijn collega’s op universiteit of hogeschool voortaan Rockonomics benutten om hun eerstejaars enthousiast te maken voor de grondbeginselen van ons vakgebied – al zie ik dat nog niet zo snel gebeuren (om redenen die ik hier bespreek.). In ieder geval is het een ideaal vakantieboek voor iedereen die van popmuziek houdt en interesse heeft in de economie van de muziekindustrie.

S. de Beter (30 juli 2019)

Een iets aangepaste versie vindt u op de Blog van het economenblad ESB

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten