Afzien

Bij een aantal collega’s zette ik afgelopen week de vraag uit: wat moeten (we) onze studenten leren? – in één zin graag. Ik kreeg antwoorden binnen van economen bij universiteiten, centrale banken, pensioenfondsen, denktanks – kortom een breed palet van achtergronden.

Je hoort nogal eens dat het economieonderwijs in crisis verkeert: niet realistisch, geen ruimte voor alternatieve gezichtspunten, anti-overheid, masculien, je kweekt er egoïsten mee, en nog zo wat gebreken. De internationale rethinking economics’-beweging onder studenten beijvert zich voor verandering. Ze inventariseerde vorig jaar het bacheloronderwijs in de economie aan Nederlandse universiteiten. Eén van de bevindingen was dat de tijd die aan onderzoeksmethoden besteed wordt voor 97 procent op gaat aan statistiek en wiskunde. Alsof een interview doen niet geleerd hoeft te worden, of niet nodig is. Verder: 86 procent van de onderwijstijd in de theorievakken wordt besteed aan de neoklassieke theorie – alsof er verder bijna niets anders is. Neoklassieke theorie doen betekent het volgende. Bij elk economisch vraagstuk stel je je voor hoe één rationeel persoon die uitzonderlijk goed kan rekenen zou reageren. Die reactie druk je uit in getallen (hier komt je methoden-kennis van pas). De uitkomst doe je keer acht miljoen: het aantal huishoudens in Nederland. Et voilà: je hebt inzicht in hoe de Nederlandse economie werkt. Ik chargeer maar een heel klein beetje.

Reden te over dus voor bezorgdheid, maar ook om heel benieuwd te zijn naar de mening van economen over goed onderwijs. Onder de ruim dertig antwoorden die ik ontving kwam één thema geregeld terug – in de woorden van de kortste bijdrage: ‘kritisch denken’. Verschillende anderen noemden ook ‘zelf nadenken en niet uit het hoofd leren’, ‘waarheidssprekers worden’, ‘scepsis en bescheidenheid’, ‘zelfkritiek en zelfstandig denken’.

Niemand zegt dat het hieraan schort in het economieonderwijs, dat was de vraag ook niet. Maar dat lijkt me niet zo’n gekke verklaring voor al die aandacht voor kritisch denken. Laten we wel wezen, een wetenschapper die benadrukt dat kritisch denken belangrijk is: dat is zoiets als een voetbalcoach die uitlegt dat zijn pupillen moeten trainen. Uiteraard. Niemand van mijn respondenten zegt bijvoorbeeld dat onze studenten moeten leren rekenen – dat gebeurt namelijk al genoeg. Kritisch leren nadenken blijkbaar niet? Het wordt niet met zoveel woorden gezegd maar inderdaad, collega’s: als we heel eerlijk zijn, valt hier nog een wereld te winnen.

Mijn kleine onderzoekje onder mede-economen is misschien niet helemaal representatief. Het zijn bijvoorbeeld Nederlandse economen. De druk tot conformeren is hier niet zo groot als bijvoorbeeld op topuniversiteiten in de VS, waar de richting van de wetenschap bepaald wordt. Verder: veel van mijn respondenten zijn bezig met toegepast werk, en dus geïnteresseerd in de echte wereld. Een serieuze handicap als je hoog wilt scoren in de neoklassieke economie, maar ook een bezigheid die je met de neus op de verbeterpunten van het vakgebied drukt. De meeste van de aangeschreven collega’s weten dat er, naast de dominantie van de oogkleppen-economie die blijkens het rethinking economics-onderzoek in de tekstboeken van de bachelorfase domineert, ook nog wel een ander soort economische wetenschap is: bescheidener, realistischer, niet per se makkelijker, wel leuker en nuttiger.

Ik denk zelfs dat de meerderheid van de Nederlandse economen het stiekem met die laatste twee kwalificaties eens is. Stiekem, want officieel vinden we dat onze studenten eerst twee tot drie jaar ‘de basis’ (neoklassieke economie) moeten leren. In deze fase verliezen we veel studenten die wel willen weten hoe de economie werkt, maar niet per se hoe je een neoklassiek model oplost. Maar hou toch vol, studenten: overleef je die jaren van afzien, dan beginnen we met je na te denken over een wereld waarin mensen niet hyperrationeel zijn en er geen evenwicht op markten heerst, waarin cultuur ertoe doet, waar handel niet tussen landen maar binnen multinationals gebeurt, en – geen grapje – waarin financiële markten een eigen dynamiek hebben, ja, zelfs invloed op de reële economie. Dat heet dan ‘aannames loslaten’ om ‘de werkelijkheid dichter te benaderen’ (onthullend taalgebruik). Dit kan beter. Er zijn ook manieren van economie bedrijven en onderwijzen waarin de werkelijkheid vanaf dag 1 centraal staat. De faculteit economie die dit onderwijs direct na het vwo aanbiedt, kan nu alvast gaan uitbreiden.

Dirk Bezemer

Overgenomen uit De Groene Amsterdammer, 9 mei 2019

Voor andere artikelen over (economie)onderwijs, zie http://eco-simpel.nl/categorie/onderwijs/

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten