Wat wij van Alan Krueger (hadden) kunnen leren

Mijn speurtocht naar de schimmige grens tussen wetenschap en commercie wil ik graag onderbreken door een blog over Alan Krueger. Want lezen en schrijven over economen zoals hij geeft veel voldoening. Zelfs als zijn zelfgekozen dood op 16 maart de aanleiding is.

Vraag een slimme scholier(e) – zonder economie in zijn pakket – hoe te achterhalen of een verhoging van het minimumloon goed of slecht uitpakt voor de werkgelegenheid (aantal arbeidsplaatsen), dikke kans dat hij of zij met de volgende onderzoeksopzet op de proppen komt. Kies minimaal twee gebieden – landen of regio’s – die in alle opzichten min of meer vergelijkbaar zijn. Behalve op één punt: de hoogte van het minimumloon. Nog beter: in regio A stijgt het minimumloon terwijl in regio B niets verandert. Vergelijk je vervolgens (de verandering in) de werkgelegenheid in deze twee gebieden, dan heb je behoorlijk hard bewijs voor een oorzakelijk verband tussen de hoogte van het minimumloon en de werkgelegenheid.

Deze methode – die nogal voor de hand ligt, en heel simpel en controleerbaar is – wordt aangeduid als een natuurlijk experiment. Wat iets heel anders is dan het laboratoriumexperiment dat vooral bij gedragseconomie veel wordt gebruikt, waar de onderzoeker vrijwel alle variabelen kunstmatig kan variëren. Het natuurlijke experiment wordt al eeuwenlang toegepast in de epidemiologie maar vreemd genoeg niet of nauwelijks door economen, tot voor kort. Deze onderzoeksmethode heeft aan populariteit gewonnen door het onderzoek dat Alan Krueger (samen met David Card) in 1993 heeft gedaan naar het werkgelegenheidseffect van een verhoging van het minimumloon in de Amerikaanse staat New Jersey; een studie die vrijwel in elke necrologie over Krueger wordt genoemd. Zij maakten een vergelijking met het aantal werknemers van fastfoodrestaurants in buurstaat Pennsylvania, waar het loon gelijk bleef. De verwachting dat de duurdere werknemers minder populair zouden zijn, kwam niet uit. De banengroei was juist groter in het duurdere New Jersey. Terwijl volgens de neo-klassieke economen de werkgelegenheid altijd daalt als de (minimum)lonen stijgen

Teulings over Krueger

“Zijn doel was echt om iets te leren van empirie. ‘Jongens, we denken wel altijd dit, maar laten we uitzoeken hoe het echt zit'”, zegt voormalig CPB-directeur Coen Teulings vorige week bij de NOS over Krueger. Ook hij noemt het minimumloononderzoek als voorbeeld van zo’n natuurlijk experiment in een vakgebied waar theorie de overhand had. “Hij was voortdurend bezig met dat soort situaties die zich plotseling voordoen, waarbij je ineens oorzaak en gevolg uit elkaar kunt houden.” Ach, denk ik dan, waarom nemen we deze onderzoekshouding niet als streefdoel in het economie-onderwijs? Door de scholieren/studenten niet te overspoelen met allerlei concepten en theorietjes maar door hen uit te nodigen zelf op zoek te gaan naar de verklaring van economische verschijnselen. Misschien had Teulings dit ook wel voor ogen toen hij in 2004 voorzitter werd van een commissie die een nieuw examenprogramma voor havo/vwo moest ontwerpen. Maar ik betwijfel ten zeerste of het huidige economieprogramma nieuwe Kruegertjes kweekt.

Als arbeidseconoom is Teulings al vroeg op de hoogte van het onderzoek van Card en Krueger. In juni 1996 schrijft hij erover in de Volkskrant. Hij is dan hoofd inkomensbeleid op het ministerie van Sociale Zaken en werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam (UvA). Je zou verwachten dat hij het voorbeeld van Krueger volgt. Door op zoek te gaan naar informatie uit vergelijkbare natuurlijke experimenten, bijvoorbeeld in Europa. En als die informatie niet voorhanden is, zou je op zijn minst een pleidooi in die richting verwacht hebben. In plaats daarvan kiest hij voor de vertrouwde weg van de abstracte theorie, door te redeneren op basis van “het monopsonie- of aanbodmodel”.

Tevens zou je verwachten dat hij een flinke push geeft aan natuurlijke experimenten als hij CPB-directeur is van 2006 tot 2013. Ook dat valt tegen. Ga je googelen op de combinatie CPB + natuurlijk experiment, dan is het enige resultaat hun studie uit 2016 naar het effect van de opening van de Westerschelde-tunnel op de huizenprijzen; overigens een studie met voorspelbare uitkomsten.

Geen vergelijkingsmateriaal?

Tegengeworpen kan worden dat Nederland niet de luxe heeft van de VS waar ze beschikken over 50 staten die zelf het minimumloon kunnen vaststellen – gelukkig maar, nu Trump president is. Dit weerwoord is echter veel te gemakkelijk. Zo is ons land in heel veel opzichten goed vergelijkbaar met België, Duitsland en met Scandinavische landen. Wordt daar het minimumloon aangepast of ingevoerd (zoals in Duitsland in 2015), dan kunnen we onderzoeken wat de invloed is (geweest) op de werkgelegenheid. En vervolgens moet je dan beargumenteren waarom in Nederland een afwijkend effect te verwachten is.

Maar het CPB vaart liever blind op haar eigen model dan gebruik te maken van empirische studies in het buitenland die met behulp van natuurlijke experimenten zijn uitgevoerd. Kijk maar naar de CPB-studie over het Nederlandse arbeidsmarktbeleid die in 2016 is gepubliceerd, en waarover ik eerder heb geschreven. Vrijwel geen enkele overheidsmaatregel leidt volgens de onderzoekers tot meer werkgelegenheid. De enige arbeidsmaatregel die volgens het CPB-model wèl een positief effect heeft op de werkgelegenheid is een verlaging van het minimumloon. Ze maken echter geen melding van een CEPR-studie die laat zien dat de VS-staten waar per 1 januari 2014 het minimumloon is verhoogd, in de eerste vijf maanden van 2014 méér werkgelegenheidsgroei hadden dan de overige staten. Hadden ze dat wel gedaan, dan zouden zij zich kunnen beperken tot de vraag in hoeverre en vanwege welke omstandigheden de arbeidsmarkt in ons land anders functioneert, zodat een vergelijking met de betreffende VS-staten mank zou gaan.

Een pleidooi voor diversiteit

We kunnen de redenering nog wat verder doortrekken. Als er niet genoeg vergelijkingsmateriaal is – dé voorwaarde voor een natuurlijk experiment – dan moeten we die zelf creëren. Door bij de uitvoering van overheidsbeleid niet voor één optie te kiezen maar door minimaal twee wegen naar Rome te zoeken.

Neem het financieringsbeleid van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), waar ik eerder over schreef. Vooral de laatste tijd is er veel kritiek op haar beleid. Van verschillende kanten komen er voorstellen over hoe het beter kan. In feite kan iedereen maar wat roepen want niemand weet wat het beste werkt. De enige oplossing lijkt mij de oprichting van een tweede NWO die dezelfde doelstellingen op een andere manier gaat realiseren. Door periodiek de resultaten van de twee NWO’s te monitoren, wordt vrij snel duidelijk welke constructies het beste werken. Op een simpele en doorzichtige manier komt zo uiterst bruikbare informatie beschikbaar voor de twee belangrijkste stakeholders van NWO. De eerste is de politiek die op gezette tijden keuzes moet maken over de omvang van het onderzoeksbudget en over de verdeling over de diverse financieringsorganisaties, waarbij zij zich mede kan laten leiden door de monitoringresultaten. De tweede zijn de onderzoekers die voor hun onderzoeksplannen financiering zoeken en willen weten bij welke van de twee NWO’s deze het beste passen.

Ook voor NWO zelf heeft het voordelen dat er een tweede NWO komt. Zij kan gewoon op de oude voet verder gaan en zich beperken tot kleine aanpassingen omdat de andere NWO nieuwe benaderingen gaat uitproberen. Bovendien zullen onderzoekers minder klachten indienen, vanuit het besef dat zij zélf hebben gekozen voor de ene en niet voor de andere NWO.

Nog veel meer

Er valt nog veel meer te zeggen over Alan Krueger, die vrijwel zijn hele leven op Princeton doceerde. Behalve in de jaren dat hij economisch adviseur van Clinton en Obama was. Hij schreef een boek over de economie van het terrorisme, waarin hij aantoonde dat de meeste terroristen geen armoedzaaiers waren – zoals meestal wordt gedacht – maar goed opgeleid en uit de hogere middenklasse afkomstig. Tevens onderzocht hij de positieve externe effecten van overheidsinvesteringen in onderwijs op armeluiskinderen. Veel onderwerpen die de meeste economen links laten liggen, hadden zijn belangstelling. Zoals de lonen van Uber-chauffeurs en het effect van drugsgebruik op de arbeidsparticipatie. Naast tennis was rockmuziek zijn grootste hobby. Zijn laatste boek Rockonomics, over wat “the music industry can teach us about economics and life” (zoals de ondertitel zegt), komt in juni uit.

Wat in de berichtgeving over de dood van Krueger weinig wordt genoemd: hij is de man die de Great Gatsby curve beroemd heeft gemaakt. Die in zijn eigen woorden het volgende in beeld brengt: “greater income inequality in one generation amplifies the consequences of having rich or poor parents for the economic status of the next generation.” In gewoon Nederlands: naarmate de inkomensverschillen groter zijn, wordt het voor een dubbeltje steeds moeilijker om een kwartje te worden, en voor een kwartje steeds makkelijker om een kwartje te blijven. Waarbij we voor de Nederlandse situatie vermoedelijk eerder moet kijken naar de verschillen in vermogen.

Op 13 maart, dus drie dagen voor zijn dood, gaf hij een lezing over het basisinkomen; dat hij in navolging van Milton Friedman, gelijk stelt aan de negatieve inkomstenbelasting. De aankondiging belooft dat hij de controverse rondom het basisinkomen zal opheffen door de introductie van het concept “Universal Basic Opportunity”. Zodra de tekst beschikbaar komt, zal ik daarover berichten.

Depressie?

Tot slot nog iets over zijn zelf gekozen dood, meestal aangeduid door het belachelijke woord ‘zelfmoord’. Officieel is daarover niets gezegd maar een (ondragelijke) depressie lijkt het meest waarschijnlijk. Hij is niet de eerste titaan die wij op deze manier hebben verloren. Uit mijn jeugd ken ik de uitdrukking “God plukt de mooiste bloemen eerst”, om te verklaren waarom mensen in de bloei van hun leven eerder de dood vonden dan levensmoeie ouderen. “Depressie plukt de mooiste bloemen eerst” is wellicht de hedendaagse variant.

Natuurlijk wordt er gespeculeerd over hoe zijn dood voorkomen of zijn depressie ‘genezen’ had kunnen worden. Het zijn pure speculaties want we weten het eenvoudigweg niet. Dus ze kunnen rustig de prullenmand in. Bij één citaat wil ik een uitzondering maken, want herkenbaar voor mij en wellicht voor anderen die aan een universiteit werken of hebben gewerkt.

“For Bruce Macintosh, Krueger’s death was a reminder of how isolating academe can be. Macintosh is a professor of physics at Stanford University who was employed at a national laboratory, not a university, until about five years ago. That culture was totally different, he said. At other workplaces, Macintosh said, you interact regularly with peers and supervisors, who are paying close attention to you and your work.”

“There’s nothing like that in an academic environment,” he said. “You can shut down completely for a year, and no one will notice,” as long as the grades get turned in.

S. de Beter (27 maart 2019)

Op woensdag 26 juni 2019 vindt in Washington DC een congres plaats ter nagedachtenis van Alan Krueger, na registratie ook te volgen via webstreaming.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten