Over de dunne lijn tussen wetenschap en commercie (1)

Mijn blog van gisteren bevat een pleidooi van Dani Rodrik voor een stoutmoedige economische wetenschap. Die is hard nodig maar kan alleen wortel schieten als er voldoende stoutmoedige economen zijn. Economen die beschikken over een open mind en intellectuele moed, gebaseerd op een onafhankelijke positie zodat ze niet gevoelig (hoeven te) zijn voor het Grote Geld, Politieke Posities en andere externe motivaties. Hoe staat het daarmee in Nederland?

S. de Beter (20 maart 2019)

“Die dunne lijn tussen commercie en wetenschap is een hele mooie”. Zegt Barbara Baarsma in een interview in mei 2013. Zij is dan bijzonder hoogleraar en directeur van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO). Bovendien is zij net een jaar kroonlid van de Sociaal-Economische Raad en vervult zij een aantal commissariaten. Die diversiteit maakt dat ze naar eigen zeggen beter presteert. “Ik weet gewoon meer, dankzij mijn ervaring en kennis van al die sectoren en functies.

Leden van de Eerste Kamer gebruiken een vergelijkbaar argument om hun vele nevenwerkzaamheden te rechtvaardigen: vakkennis en ervaring buiten de Senaat maakt hen beter geschikt voor hun parlementaire taken. Dankzij het spitwerk van Follow the Money eind vorig jaar weten we dat bijbanen vaak niet worden gemeld en zich concentreren in de goedbetaalde bovenkant van de maatschappij. Bovendien heeft de helft van de senatoren nevenfuncties die overlappen met hun woordvoerderschap. Dit gedrag ondermijnt een belangrijk principe in de politiek: parlementariërs moeten niet de verdenking op zich laden dat hun politieke beslissingen op enigerlei wijze worden beïnvloed door de hand die hen voedt.

In de universitaire wereld zijn nevenfuncties al langer punt van discussie. In De Groene Amsterdammer doet een groep journalisten, aangeduid als de Onderzoeksredactie, in 2014 verslag van hun onderzoek naar nevenwerkzaamheden van Nederlandse professoren. Een overzicht daarvan ontbreekt, is hun belangrijkste bevinding. Terwijl de universitaire branchevereniging VSNU in haar gedragscode heeft staan dat hoogleraren op hun individuele universitaire profielpagina een “actueel en volledig overzicht” moeten geven. Een kwart van de hoogleraren noemt niet alle nevenfuncties en 21% van die hoogleraren vermeldt niets over hun werk voor bedrijven. Ook hier wordt de gedragscode – in Nederland zeer populair als ‘oplossing’ voor maatschappelijke uitwassen – aan de laars gelapt. Ruim 80 procent van de professoren blijkt één of meerdere nevenfuncties te hebben.

Over de uitkomsten van dit onderzoek stelt SP-Kamerlid Jasper van Dijk vragen aan Onderwijs-minister Jet Bussemaker (PvdA). Zij juicht de nevenwerkzaamheden alleen maar toe. Het “betekent dat universiteiten midden in de samenleving staan”. Zij heeft geïnformeerd bij de VSNU, die haar hebben verzekerd dat bij de niet opgegeven nevenwerkzaamheden het vooral gaat over ”nevenfuncties in de privésfeer die geen relatie met het werk hebben”. De VSNU wil wel toegeven “dat de registratie nog niet goed op orde is” bij bijzondere hoogleraren. Dat zijn professoren die niet door de universiteit worden betaald maar door een externe partij (meestal een stichting), vrijwel altijd voor 1 of 2 dagen per week. Deze constructie wordt volgens de Onderzoeksredactie gemiddeld bij één op de vijf hoogleraren toegepast.

Bussemaker ziet geen probleem, integendeel. “Het bestaan van nauwe banden tussen universiteiten met commerciële en niet commerciële maatschappelijke partijen juich ik toe, mits hierover transparantie bestaat.”. En even verderop: “Zolang de academische onafhankelijkheid gewaarborgd is, juich ik samenwerking toe.”

Goed geregeld?

Afgaande op de huidige universitaire cao lijkt het inmiddels allemaal goed geregeld. “Geen toestemming wordt verleend voor het verrichten van nevenwerkzaamheden: (…………) waarbij (de schijn van) belangenverstrengeling met universiteitswerkzaamheden aanwezig is.”. Het lijkt te mooi om waar te zijn. En zoals vaker: het is maar een beetje waar.

Om te beginnen komt deze zinsnede niet uit de cao zelf maar uit een bijlage: de ‘sectorale regeling nevenwerkzaamheden’, gebaseerd op artikel 1.14 van de cao. Daar lezen we in lid 4: “De werkgever kan in aanvulling op deze regeling een procedure of administratieve regels ter uitvoering van de sectorale regeling vaststellen”. Dit suggereert dat de regeling niet hoeft maar kan worden toegepast.

Bovendien gaat het bij een cao om afspraken tussen werkgever en werknemer, zoals blijkt uit lid 2: “Nevenwerkzaamheden kunnen slechts worden verricht met toestemming van de werkgever”. Een cao regelt niet wat de werkgever, dus de universiteit, moet doen jegens de overheid, de samenleving of de belastingbetaler die zo’n groot deel van het universitaire onderwijs en onderzoek financiert. Concreet: de hoogleraar moet wél zijn of haar nevenactiviteiten aan de universiteit melden maar deze kan vervolgens ongestraft besluiten om de informatie niet publiekelijk te maken. Dit hoeft zij evenmin van haar hoogleraren te eisen.

Wat dan ook onvoldoende gebeurt, zo is vijf jaar geleden vastgesteld door de Onderzoeksredactie. Er zijn plannen om dit najaar opnieuw de balans op te maken. Over de uitkomsten daarvan ben ik niet optimistisch, zeker wanneer de doorsnee hoogleraar zich net zo gedraagt als Barbara Baarsma, voor TV-kijkers Neerlands bekendste econoom. Herhaaldelijk mag zij aanschuiven bij Jinek, Pauw en vooral De Wereld Draait Door. Zij wordt dan opgevoerd als hoogleraar economie bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) en niet als directeur en bestuurder bij de Rabo, die sinds drie jaar haar belangrijkste werkgever is.

Net als de meeste andere academische economen zet zij zich graag neer als een doorgeleerde expert die politici van advies kan voorzien. “Beleidseconomen voeden hen met zo veel mogelijk objectieve feiten en rationele argumenten en zij hakken vervolgens de knopen door. Natuurlijk vind ik het leuk als ze een beleidsvoorstel overnemen, maar dat betekent niet dat het anders is mislukt. En soms zetten we politici wel degelijk aan het denken. Achter de deuren gebeurt veel meer dan je leest in de krant”. Aldus Baarsma in het 2013-interview.

Wie er achter de deuren veel invloed heeft, zien we in de Top-200 van invloedrijkste Nederlanders die de Volkskrant jaarlijks publiceert. Deze ranglijst kijkt naar de activiteiten in besturen, raden en commissies; en wordt daarom ook wel aangeduid als de ‘schaduwmacht van notabelen’. In de 2018-editie staat Baarsma op plek 45, hoger dan haar collega’s Arnoud Boot (48) en voormalig CPB-directeur Coen Teulings (106). Hoewel zij in deze ranglijst als Rabo-bestuurder staat vermeld, ziet de gemiddelde Nederlander haar als hoogleraar. In die hoedanigheid staat zij het hoogst genoteerd.

Hoe transparant is Baarsma?

Wat voor hoogleraar is Baarsma nu eigenlijk? Haar persoonlijke website bij de UvA- faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB) vermeldt louter publicaties. Wil je meer weten, dan zit je hier op een dood spoor. Want onder het kopje ‘profiel’ is het leeg en verder zijn er ‘geen nevenwerkzaamheden bekend’. Althans, dat was de situatie voordat bekend werd dat zij per 1 maart 2019 is toegetreden tot het Nederlands Comité voor Ondernemerschap, waarin ook Koningin Maxima zitting heeft. “Nu moet je eindelijk jouw nevenwerkzaamheden maar eens noemen”, moet iemand tegen haar hebben gezegd. Haar belangrijkste ‘nevenfunctie’, bij de Rabo, blijft echter onvermeld.

Is NARCIS een betere bron? “NARCIS is dé nationale portal voor wie informatie zoekt over wetenschappers en hun werk”, zo meldt de website vol trots. Ten onrechte, want er staat alleen op wat de academici zelf kwijt willen; alleen zij kunnen hun gegevens aanpassen en actualiseren. Baarsma vindt deze database blijkbaar volstrekt onbelangrijk want haar pagina op NARCIS volstaat met gegevens over haar periode bij SEO (tot begin 2016), dus toen zij voor het eerst hoogleraar werd. Bijzonder hoogleraar, vermeldt NARCIS, omdat SEO toen haar leerstoel betaalde.

Per 1 april 2016 gaat zij aan de slag bij de Rabobank als directeur Kennisontwikkeling. Maar, zo laat de UvA weten, “Barbara Baarsma blijft hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie”. Blijft? Maar ze was toch bijzonder hoogleraar op de leerstoel Toegepast Economisch Onderzoek? Is zij nu geruisloos gewoon hoogleraar geworden en is voor haar een nieuwe leerstoel gecreëerd? Was er eigenlijk een officiële vacature voor deze leerstoel en hadden eventuele andere kandidaten een serieuze kans? Betaalt de Rabo nu haar nieuwe leerstoel en is zij dus eigenlijk toch weer bijzonder hoogleraar? Of is zij, net als bijvoorbeeld Alexander Rinnooy Kan, onbezoldigd gewoon hoogleraar? Baarsma zelf vermeldt het niet op haar persoonlijke UvA-website en het is lastig iemand bij de economische faculteit te vinden die daarover uitsluitsel kan of wil geven. Hun overzicht van hoogleraarsbenoemingen vermeldt alleen haar benoeming als SEO-hoogleraar in 2009; daarna wordt zij niet meer genoemd. Wél laat de UvA trots weten dat zij sinds begin dit jaar directievoorzitter van Rabobank Amsterdam is geworden.

Alvorens in een van de volgende delen enkele tipjes van haar sluier op te lichten, alvast een tip voor Eva Jinek, Jeroen Pauw, Mathijs van Nieuwkerk, en allen die bij hen aan tafel zitten als Barbara Baarsma wordt uitgenodigd. Zodra zij een politiek gekleurde mening te berde brengt, vraag dan simpelweg: “zegt u dit als hoogleraar, Rabo-bestuurder, prominent VVD-lid, of gewoon als prive-persoon?”. Natuurlijk kiest zij het eerste, zodat de vervolgvraag luidt: “hoe moeten wij – en de mensen thuis – weten of uw mening als hoogleraar afwijkt van wat u in de andere rollen zou zeggen?” Een experiment dat er misschien toe leidt dat zij wat minder vaak op de buis komt; uit eigen beweging of op last van haar werkgever(s).

Dit artikel is in een iets andere vorm gepubliceerd in Argus nr. 50 (op 19/3/19)

De volgende aflevering in de mini-serie over “de dunne lijn tussen wetenschap en commercie” vindt u hier.

PS (16 april 2019) Mevrouw Baarsma heeft haar leven (grotendeels) gebeterd door inmiddels op haar persoonlijke website te vermelden dat zij als hoofdfunctie directievoorzitter bij RABO-Amsterdam is, zoals u hier kunt zien. Dus is mijn blog toch niet helemaal voor niets geweest 😉

Voor het geval zij in de verleiding komt om te beweren dat zij haar hoofdfunctie veel eerder publiekelijk heeft gemaakt, geef ik hieronder de screenshot van haar persoonlijke UvA-website die ik op 27 februari 2019, dus voorafgaande aan de publicatie, heb gemaakt.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten