Best News brengt slechte journalistiek

Het kan helemaal geen kwaad om te laten zien dat het soms beter gaat met sommige groepen in sommige delen van het wereld, vooral wanneer deze verbeteringen in arme ontwikkelingslanden worden gesignaleerd.

Integendeel, goed nieuws geeft een ontwikkelingsorganisatie zoals bijvoorbeeld OxfamNovib en haar donateurs het blijde gevoel dat hun bijdragen niet voor niets zijn, zelfs als ze snappen dat de vooruitgang niet op hun conto geschreven kan worden.

Daarom kunnen we blij zijn met het digitale tijdschrift World’s Best News, opgericht door beroepsoptimist Ralf Bodelier, dat mensen wil inspireren met nieuws over vooruitgang in de wereld. Maar soms is een van de medewerkers zo gedreven dat zij zich niet beperkt tot goed nieuws maar haar pijlen richt op een organisatie die de euvele moed heeft om slecht nieuws te brengen.

Ik heb het over Mirjam Vossen, wetenschappelijk medewerker bij World’s Best News, die reageert op een rapport van OxfamNovib. Het bijbehorende bericht kunt u hieronder integraal lezen (maar dan zonder tussenkopjes), gevolgd door de integrale reactie van Vossen; zodat u eerst zelf een oordeel kan vormen. Mijn commentaar komt daarna. Voor alle duidelijkheid: dat gaat niet zozeer over het Oxfam-rapport als zodanig maar over de berichtgeving daarover door World’s Best News.

Het is een fantastische tijd om rijk te zijn. Miljardairs zagen in 2018 hun vermogen met $2,5 miljard per dag toenemen. Heb je de pech om bij de armste helft van de wereldbevolking te horen? Dan was 2018 je een stuk minder goed gezind: jouw vermogen nam met 11% af.

Sinds de financiële crisis is het aantal miljardairs verdubbeld. Tussen 2017 en 2018 wist zelfs iedere 48 uur iemand de status van miljardair te bereiken. Dat klinkt als goed nieuws – want er worden toch meer mensen rijk?

Dat zou goed nieuws zijn, als iedereen dezelfde kans zou hebben om miljardair te worden. Maar helaas is dit niet zo.

Of je uit een goede familie komt, of je man of vrouw bent, waar je geboren bent, je toegang tot gezondheidszorg en onderwijs… dit zijn slechts een paar van de factoren die jouw kansen bepalen. Slechts een paar mensen hebben álle factoren mee en komen in het rijtje van de superrijken terecht.

Een meisje dat in een arm land, in een arm gezin, geboren is, kan er bijna vanuit gaan dat zij en haar kinderen ook arm zullen blijven.

Met goed onderwijs, goede gezondheidszorg en publieke voorzieningen zou dit meisje meer kans hebben om uit de armoede te raken. Wat daarvoor nodig is? Belastinginkomsten en eerlijkere belastingsystemen. Zo kunnen de inkomsten besteed worden aan dit soort essentiële diensten. Maar dan moet belasting wel door de juiste mensen, op de juiste plek betaald worden.

Als alle nieuwe en oude miljardairs en multinationals eerlijk belasting zouden betalen, dan zou het speelveld een stuk eerlijker worden. Helaas zijn de laatste jaren de belastingtarieven voor vermogende personen en multinationals drastisch verlaagd. Door lucratieve belastingdeals en door gebruik te maken van belastingparadijzen kunnen ze zelfs het beetje belasting dat ze moeten betalen voor een groot deel vermijden.

Deze belastingdeals zijn niet beschikbaar voor gewone burgers. Die moeten wel gewoon belasting betalen, of moeten opdraaien voor de gevolgen van de misgelopen belastinginkomsten. Zo kost belastingontwijking ontwikkelingslanden jaarlijks 100 miljard per jaar.

Ongelijkheid is niet alleen oneerlijk, het Oxfam Novib rapport Public Good or Private Wealth toont ook aan dat het schadelijk is voor de economie en leidt tot toenemende maatschappelijke onrust……..”Economisch en sociaal zijn de gevolgen van deze trends enorm”, zegt Michiel Servaes, algemeen directeur van Oxfam Novib. “In toenemende mate hebben mensen het idee dat politieke leiders vooral naar een rijke elite luisteren en niet naar de wensen van de gemiddelde burger.”

“Die boosheid zag je in Nederland met de discussie over dividendbelasting. En wanneer een groepje CEO’s in een geblindeerd busje premier Rutte in het torentje bezoekt, vragen mensen zich terecht af waarom zij die toegang hebben en wat daar besproken wordt. Bedrijven en vermogende particulieren moeten gewoon hun eerlijke bijdrage aan de samenleving leveren en niet worden voorgetrokken.”

De reactie van Mirjam Vossen

De rijken worden steeds rijker en de armen steeds armer. Dat is de boodschap van het ‘Inequality Report’ van Oxfam, waarvan vandaag een nieuwe jaarlijkse editie verscheen. Miljardairs zagen hun vermogen in 2018 met 2,5 miljard dollar per dag toenemen, de armsten zagen het hunne met 11% afnemen. De 26 allerrijksten bezitten nu evenveel aan vermogen dan de 3,4 miljard armsten. De kloof tussen arm en rijk, kortom, groeit alsmaar door.

Maar klopt het wel dat de armen steeds armer worden? Nee, zegt Johan Norberg, auteur van ‘Vooruitgang’. Hij noemt de rekenmethode van Oxfam ‘misleidend’. De organisatie kijkt namelijk alleen naar het vermogen van mensen, en niet naar bijvoorbeeld het inkomen. En dan is een Amerikaanse, net afgestudeerde fiscaal-jurist extreem arm. Hij heeft immers niet alleen een glansrijk carrièreperspectief, maar ook een torenhoge studieschuld. Volgens de Oxfam-methode is hij armer dan een Congolese boerin die nauwelijks inkomsten en bezittingen heeft. Zij heeft immers ook geen schulden.

Die rare berekening is terug te zien in de cijfers onder het Oxfam-rapport: bijna 20 procent van de ‘allerarmsten’ woont in de VS en Europa, terwijl in China geen extreem arme mensen meer zijn. Dat kun je met recht misleidend noemen. Temeer omdat de teksten en foto’s alleen gaan over armen in ontwikkelingslanden, niet over rijken met schulden.

Met de rekenmethode van Oxfam krijg je cijfers waarmee je de wereld makkelijk kunt choqueren. Maar ze dragen weinig bij aan ons begrip van een wereld waarin armoede snel daalt.

Oxfam had ook nog een ander verhaal kunnen vertellen. Dat, bijvoorbeeld, de extreme armoede tussen 2008 en 2018 daalde van 21% naar minder dan 9%. Of dat in 1990 nog 93 kinderen op de duizend stierven voor hun vijfde jaar, en dat dit er nu 39 zijn.

Met recht had Oxfam zelfs mogen claimen dat zij een niet te onderschatten bijdrage aan deze prachtige ontwikkelingen leverde.”

Over de vis en de hengel

Bij ontwikkelingssamenwerking maken ze graag gebruik van de analogie van de vis en de hengel. Het Rijke Westen moet de honger van arme mensen niet ledigen door hen meer vis te geven. Of door hen geld te geven zodat zij (meer) vis kunnen kopen. Het is beter – zo is de communis opinio – om hen hengels te sturen zodat zij zélf vissen kunnen vangen. Nóg beter is dat zij zelf hengels maken – wat meestal alleen kan worden gerealiseerd wanneer ontwikkelingslanden tijdelijk de import van (goedkope) buitenlandse hengels verbieden of met importtarieven duurder maken (zoals Rwanda met tweedehandskleding uit de VS heeft gedaan).

Deze analogie heeft alles te maken met het onderscheid tussen inkomen en vermogen. Als mensen in ontwikkelingslanden meer geld verdienen (of uit het Rijke Westen krijgen) om vis en andere consumptiegoederen te kopen, dan zouden we kunnen spreken van een inkomensstijging of minder armoede. Vermogen daarentegen gaat over de financiële capaciteit om hengels te kopen, of – nog beter – om een werkplaats of fabriek te maken waar hengels worden geproduceerd.

De bewering van Mirjam Vossen (gepromoveerd in de framing van wereldwijde armoede in de Europese media) dat Oxfam een misleidende rekenmethode heeft gebruikt, is daarom nogal raar – of getuigt van slordig taalgebruik. Het is immers een principiële keuze om naar de ene of de andere maatstaf voor armoede te kijken. OxfamNovib is er heel duidelijk over: hun onderzoek was niet zozeer gericht op (veranderingen) in inkomensongelijkheid (de mondiale verdeling van de vissen) maar primair op de vermogensongelijkheid (de verdeling van de hengels), en vooral in relatie met de groeiende belastingontwijking. Deze expliciete keuze van Oxfam kun je ter discussie stellen maar dan moet je wel met goede argumenten komen. Wat niet mee zal vallen want vermogen (een hengel) zorgt bijna altijd voor meer inkomen (vis), terwijl het omgekeerde meestal niet geldt, zeker als je op het bestaansminimum leeft.

Dit is pas echt misleiding

Input voor deze discussie levert Vossen niet. En zij rept met geen woord over de effecten van de massale belastingontwijking door multinationals, hét hoofdthema van het Oxfam-rapport. Zij beperkt zich tot een misleidend voorbeeld, door een Amerikaanse, net afgestudeerde fiscaal-jurist, met “een glansrijk carrièreperspectief, maar ook een torenhoge studieschuld” te vergelijken met “een Congolese boerin die nauwelijks inkomsten en bezittingen heeft” maar ook geen schulden. Volgens “de Oxfam-methode”, zo zegt Vossen, is de eerste armer dan de tweede; waarmee ze wil aangeven dat deze methode niet klopt. Dit is pas echt misleidend (of dom), want je moet immers categorieën oftewel gemiddelden nemen, en niet specifieke individuen in een bepaalde fase van hun loopbaan. Dus moet je de doorsnee Amerikaanse fiscaal-jurist vergelijken met de doorsnee Congolese boerin. Dan komt er heel ander beeld naar voren. Want die Amerikaanse fiscaal-jurist heeft aan het eind van zijn leven zijn schulden ruimschoots afbetaald en een behoorlijk vermogen opgebouwd; juist daarom kon hij zich onbekommerd die hoge studieschulden veroorloven. De gemiddelde Amerikaanse fiscaal-jurist heeft dus veel meer vermogen dan de gemiddelde Congolese boerin. Die kan en wil helemaal geen schulden maken of leningen afsluiten, want zij kan deze in de regel nooit terugbetalen. Kortom, de maatstaf van Oxfam is heel relevant maar je moet hem wel op de juiste manier gebruiken.

Vrouw Vossen is overigens niet de enige met dergelijke misvattingen en redeneerfouten. Zij liggen ten grondslag aan het huidige ‘sociale leenstelsel’. Zij verklaren waarom de huidige vorm van studiefinanciering heel anders uitpakt dan de naam suggereert, zoals ik hier betoog. Dat zorgt ervoor dat het Nederlandse hoger onderwijs steeds elitairder wordt. Want de praktijk is dat vooral rijkeluiskinderen maximaal lenen (tegen 0,0% rente) – om meer te feesten, om te speculeren op de beurs of met bitcoins, of alvast te sparen voor een eigen huis. Later kunnen ze die schulden met gemak terugbetalen, dankzij een goedbetaalde baan en rijke ouders die alleen al om fiscale redenen hen graag wat toeschuiven. Studenten uit armere milieus weten maar al te goed dat je zonder rijke ouders je hele leven last kunt hebben van torenhoge schulden, en nemen dus minder gauw de stap om te gaan studeren.

Slechte journalistiek

Het ontbreken van economisch en statistisch inzicht – en slordig taalgebruik – is niet het enige probleem bij Mirjam Vossen, ook in journalistiek opzicht is haar stuk ver beneden de maat. Zo is haar kwalificatie ‘misleidend’ in eerste instantie gebaseerd op de mening van ene Johan Norborg, blijkbaar voor haar een expert sinds hij het populaire boek Vooruitgang (2016) heeft geschreven – een standpunt dat niet door iedereen wordt gedeeld. Heeft zij hem geïnterviewd over het Oxfam-rapport? Niet erg waarschijnlijk want in de rest van haar stuk komt hij niet meer voor. Of wilde zij haar eigen mening wat steviger maken door een expert aan te roepen die weliswaar het Oxfam-rapport niet heeft gelezen maar bij voorbaat een mening heeft? Norberg omschrijft zichzelf als “liberaal in de klassieke Europese traditie”. Hij heeft in 2002 een boek geschreven met de titel “leve de globalisering” en wordt dus waarschijnlijk niet blij van berichten dat de huidige globalisering een aantal grote problemen heeft veroorzaakt. Zoals de internationale wedloop in belastingontwijking door internationale concerns, die door Oxfam heeft bekritiseerd en door Vossen volledig genegeerd.

Ik betwijfel of Vossen het Oxfam-rapport eigenlijk wel gelezen heeft, want passages of cijfers daaruit vermeldt ze niet. Ze suggereert dat de Oxfam-onderzoekers zich alleen hebben gebaseerd op een rapport van de Zwitserse bank Credit Suisse. Zij verbaast zich over de conclusie dat 20 procent van de allerarmsten in de VS en Europa woont. Volgens de Oxfam-cijfers daarentegen leeft van de armste helft van de wereldbevolking 26% in India, 21% in Sub-Sahara Afrika, slechts 2% in Noord Amerika en 8% in Europa. Blijkbaar heeft zij de laatste twee percentages verdubbeld (want die betreffen de armste helft, zo lijkt zij te hebben gedacht), zodat je op 20% uitkomt; maar dat is meer dan ‘een beetje dom’. En blijkbaar weet Vossen niet – of wil zij dat niet weten – dat ook in relatief rijke landen veel mensen schulden hebben én arm zijn; denk aan alleenstaande moeders in de VS die zich in de schulden moeten steken voor hun zorgrekening.

Had Vossen het Oxfam-rapport (goed) gelezen, dan had ze gezien dat Oxfam-onderzoekers – net als zij – een daling van de inkomensongelijkheid constateren. Ook erkennen ze dat het aantal mensen dat in extreme armoede leeft nog steeds daalt. Maar de vaart waarin extreme armoede wordt teruggedrongen neemt af. Met als gevolg dat we de doelstelling extreme armoede uit te bannen niet gaan halen in 2030, zoals de Wereldbank recentelijk concludeert. Miljarden mensen leven op een inkomen net boven het extreme armoede-niveau – en kunnen dus geen hengel kopen om zelf te gaan vissen. De Wereldbank heeft berekend dat 3,4 miljard mensen, bijna de helft van de wereldbevolking, rond moet komen van minder dan $5,50 per dag!

Positief nieuws over de wereld, en over ontwikkelingslanden in het bijzonder, is bijzonder waardevol. Maar als dat betekent dat de negatieve ontwikkelingen niet genoemd mogen worden, dan werkt het positieve nieuws uiteindelijk averechts. Nog erger is dat Vossen een kritische organisatie als Oxfam op twijfelachtige gronden in diskrediet brengt. En suggestief taalgebruik hanteert, zoals “Met de rekenmethode van Oxfam krijg je cijfers waarmee je de wereld makkelijk kunt choqueren.” In deze context getuigt haar laatste zin – misschien onbedoeld – van een diep cynisme. En dat is wel het laatste waarmee Ontwikkelingssamenwerking vooruit geholpen wordt.

Het is natuurlijk de vraag of dit stuk van Vossen een uitzondering is of juist representatief voor de berichtgeving op World’s Best News (WBN). Vindt WBN het brengen van Blijde Boodschappen belangrijker dan de hoogste opdracht voor wetenschappers én journalisten: het streven naar waarheid, door het uitbannen van onwaarheid (John Lukacs)? Blijkt dat het geval – uit te zoeken door een afstudeerder of promovendus? – dan zou een alarmbel moeten afgaan voor De Wilde Ganzen, The Hunger Project en Partos, een branchevereniging voor Ontwikkelingssamenwerking. Want zij zijn de oprichters – en misschien tevens de belangrijkste financiers – van WBN. Vooral Partos heeft dan wel iets uit te leggen aan haar ruim 100 leden, waaronder OxfamNovib.

S. de Beter (2 februari 2019)

NAWOORD

Vanwege het principe Hoor en Wederhoor heb ik de concepttekst naar Mirjam Vossen gestuurd, zodat zij de gelegenheid kreeg om eventuele misverstanden of onheuse beschuldigingen recht te zetten. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt, door domweg niet te reageren.

Wat zij (of een andere WBN-medewerker) wél heeft gedaan, is het later toevoegen van de korte kanttekeningen die Oxfam bij haar artikeltje heeft gemaakt, nadat ik Oxfam van haar publicatie op de hoogte had gesteld. Vossen heeft dus nagelaten om zélf Oxfam op de hoogte te stellen of om een reactie te vragen, wat niet getuigt van professionele journalistiek.

Denk niet dat ik haar een slechte journalist of wetenschappelijk medewerker vind. Over een ander stuk van haar was ik juist positief, wat ik haar heb laten weten. En de rest van haar schrijfsels heb ik niet gelezen.

Ook Ralf Bodelier, oprichter en leider van WBN, heb ik voorafgaande aan de publicatie tevergeefs om een reactie gevraagd. Pas na de derde mail kwam hij met de volgende reactie: “Heel goed dat je ons kritiseert, ga zo door, alleen wrijving geeft warmte.”. Maar dat had niet tot gevolg dat hij een link naar mijn blog opnam, zodat de WBN-lezers eveneens deelgenoot zouden worden van de door hem gewaardeerde “wrijving” – die volgens het spreekwoord overigens geen warmte maar glans teweeg brengt. Integendeel, hij verviel in de eerdere fout om uitgebreid commentaar te leveren op de korte reactie van Oxfam, zonder deze organisatie daarvan op de hoogte te stellen of om een vervolgreactie te vragen.

De voorlaatste zin luidt als volgt: “WBN beschouwt zich (….) als een trouwe bondgenoot van Oxfam”. Blijkbaar heeft Bodelier een hele speciale opvatting over hoe je met trouwe bondgenoten omgaat.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten