Democratisch geld

Laatst stond ik in Hamburg voor de keuze: zwartrijden of ergens gaan pinnen? Zo kan het gaan in Duitsland, waar Bargeld meer gewaardeerd wordt dan hier te lande. De buschauffeur stelde het zelf voor. Als ik het risico wilde nemen, zou hij me niet tegenhouden.

De voorliefde voor contant geld verschilt sterk per land. In Duitsland wordt jaarlijks twaalf procent van het bruto binnenlands product gepind voor busritjes en andere dagelijkse uitgaven. Hier is dat slechts zes procent, erg weinig voor een Europees land. Alleen in Zweden en Zwitserland is het minder. Omgekeerd bedragen betalingen met pinpas of creditcard in Duitsland slechts acht procent van het bbp, hier meer dan achttien procent.

Vanwaar het verschil? Een mogelijkheid, een monetaire verklaring, is dat Duitsers minder vertrouwen in hun financieel systeem hebben dan Zweden en Nederlanders. Dat zit zo. Geld is een hiërarchisch ding. Er zijn allerlei soorten geld – munten, briefjes, banktegoeden – en die zijn wel inwisselbaar maar niet gelijk. Contant geld wordt door de Centrale Bank uitgegeven, banktegoeden door banken. Mijn euromunt is een claim op de Europese Centrale Bank, mijn banktegoed is een claim op mijn bank. Mocht het misgaan in het financieel systeem, dan zou mijn bank kunnen omvallen, dat komt voor. Maar de Centrale Bank kan niet failliet gaan. Als we dus meer contant geld gebruiken, is dat (volgens deze theorie) omdat we op safe spelen. Het is een motie van wantrouwen tegen de banken. Sinds de crisis van 2008 is vrijwel overal het gebruik van contant geld toegenomen.

Deze monetaire verklaring van de Duitse twaalf procent in vergelijking met onze zes procent past bij een stereotiep beeld van de Duitse voorkeur voor veiligheid. Maar men zegt ook dat Duitsers zo van regels houden, terwijl mijn buschauffeur die vrolijk aan zijn laars lapte. En een paar procenten meer contant geld gaat je niet helpen in een crisis.

Misschien is er dus een betere verklaring. De digitalisering van geld is een van de technologische ontwikkelingen die ons dagelijks leven veranderen. Sommige maatschappijen houden daar meer van dan andere. In China koop je noedels met smile to pay-gezichtsherkenning, in de VS betaal je je pizza met een app. En in Duitsland kun je dus niet zonder muntjes het openbaar vervoer in, tenzij de chauffeur je voorstelt de wet te breken. Men is daar gewoon op allerlei gebied een stuk behoudender. Ook deze verklaring berust op een stereotype, maar misschien een beter? Ook in het Verenigd Koninkrijk en Italië wordt veel geld opgenomen in vergelijking met de rest van Europa.

Binnenkort gaan we zien welke verklaring de juiste is. Er wordt gewerkt aan central bank digital currency (CBDC): betalen met je pasje, maar dan via de Centrale Bank in plaats van je eigen bank. Zweden loopt er (uiteraard) in voorop. Want waarom moeten mensen (en dus hele volken) die liever Centrale Bank-geld gebruiken dat eigenlijk op zo’n omslachtige manier doen? Pinnen, met je meedragen en dan weer uit je zak opdiepen – het kan bijna niet lastiger. Tot nu toe kunnen alleen banken een rekening bij de Centrale Bank aanhouden. Met de huidige technologie is er geen reden waarom niet iedereen dat zou kunnen.

Sommigen verwachten dat het binnen enkele jaren zo ver zal zijn, als een onvermijdelijke stap in de democratisering van het geld. Toen de Rijkspostspaarbank in 1881 werd opgericht, had een kleine elite toegang tot een bankrekening. Met een Postbankrekening werd dat voor iedereen bereikbaar. Toen Diners Club in 1957 de eerste creditcard in Nederland aanbood, werd die slechts door een enkeling gebruikt. Zelfs in 1980 waren hier nog maar twintigduizend creditcards in omloop. Nu gebruiken we met een kleine acht miljoen huishoudens samen ruim zes miljoen creditcards.

Zo zal het met CBDC ook wel gaan. Het snelst dus in landen die nu al het meest van Centrale Bank-geld (munten en briefjes) houden, althans, volgens de monetaire verklaring. Klopt het verhaal van de behoudende Duitsers, dan is Duitsland juist het laatste land dat CBDC gaat accepteren. Een Duitser van zijn muntgeld scheiden, ik geef het je te doen.

We zullen zien. Het werd trouwens zwartrijden, daar in Hamburg. Uitzicht op een pinautomaat was er niet en ik had al genoeg vertraging opgelopen. Gelukkig was het maar één halte.

Dirk Bezemer

Verschenen in De Groene Amsterdammer op 16 januari 2019

Share

1 Reactie

  1. Ik heb het idee dat de cultuur theorie, dus dat de hoge cashgebruik ligt aan de behoudende Duitsers, klopt. Ik kan het alleen niet bewijzen 🙂 De Zwitsers hadden volgens mij ook een voorkeur voor ‘Bargeld’, evenals mensen in Japan en Hong Kong. En in daar zijn nu juist al 20 jaar digitale alternatieven, maar toch blijven veel mensen cash betalen.

     

    Misschien heeft het een psychologische verklaring dat mensen houden van tastbaar geld: dat voelt ‘echter’ dan digitaal geld. Mensen geven contant geld zelf minder snel uit, hoe wel het rationeel niet uit zou mogen maken.

     

    Dit psychologische effect kan misschien ook verklaren waarom goud, hoe irrationeel ook, toch millennia lang als geld gebruikt werd en zelfs het anker van het monetaire systeem was.

Laat een reactie achter op Sem Huizer Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten