Houdbaar

De overheid moet goed op de centen letten: in eigen land moet de koopkracht krachtiger, kan men niet meer om de toenemende ongelijkheid heen, moeten de kosten van de zorgsector minder stijgen en graag ook de files korter, naast het paal en perk stellen aan het groeiend aantal vreemdelingen.

Ontwikkelingssamenwerking krijgt daarom steeds minder geld te verspijkeren. Bovendien: het kan allemaal een stuk doelmatiger. Uit de sector zelf hoor je over doelmatigheid alleen wanneer gestelde doelen kunnen worden gerealiseerd, maar dit betreft meestal resultaten op de kortere termijn. Tegelijkertijd waardt de hardnekkige opvatting rond dat de kwaliteit van het ontwikkelingswerk moet worden afgemeten aan de mate waarin de besteding van ontwikkelingsgelden een blijvend effect heeft: dat de resultaten van alle oprechte inspanningen sustainable zijn, zoals dat heet in de vaktaal. Realiteit en ideaal staan vaak op gespannen voet in het ontwikkelingswereldje.

Hoe vaker ik het adjectief sustainable tegenkom, des te suggestiever vind ik hem. Vaak wordt de illusie gegeven dat tijdloos geoliede organisaties of werkwijzen in arme landen kunnen worden gecreëerd, als het duidelijke resultaat van de inbreng van ontwikkelingsprofessionals en hun doelgroepen (in die volgorde, zoals ik vaak in de praktijk heb gezien). Zo worden overheidsdienaren in ontwikkelingslanden gemaand zich om te vormen tot ondernemers om tot ver na hun dood bedrijfjes te laten floreren, leren activisten organiseren om in een eigen organisatie tot in lengte van dagen de belangen van hun achterban te behartigen en maken boeren zich landbouwmethoden eigen om op hun sappig en geurig land schier eeuwig voort te boeren zonder flitspuit en kunstkorrels.

Of die ontwikkelingslui echt veel invloed hebben, betwijfel ik. Bovendien is het bestaan van een wereld met een overvloed aan bestendigheid, waarin nooit een bedrijfje failliet gaat, een belangenorganisatie geen onderdrukking kent, of de grond niet uitgeput raakt, nogal onwaarschijnlijk. En wie zoiets vurig wenst voor de eigen samenleving, wordt met verwijzing naar de heilzame dynamiek van door de markt gedreven vooruitgang al snel uitgemaakt voor een dromerige utopist met puisten.

Voor de arme landen overzee lijken echter andere normen te gelden. Het streven naar sustainable resultaten geldt als hét kerndoel van het ontwikkelingswerk. Of het streven naar het paradijs van houdbaarheid via de markt of via de staat vorm moet krijgen is een onbeantwoorde vraag. En of dat globalisering of juist het great again maken van het eigene betekent, is tevens in nevelen gehuld. Dat op weg naar de hemel van de sustainable eeuwigheid de afhankelijkheid van rijke landen en politieke instabiliteit in de arme landen misschien wel toe kunnen nemen, lijkt minder van belang: och, zijn dat niet tijdelijke verschijnselen? Zit hierbij de human factor de ontwikkeling niet te veel in de weg? Er moet toch een mouw zijn te passen aan de steeds toenemende ongelijkheid?

Waarom zouden arme landen eigenlijk minder recht hebben op dynamiek dan rijke? Eerder is het andersom, als men tenminste werkelijk een verkleining van de kloof tussen arme en rijke landen wil. Het grote publiek in rijke landen bestempelt echter in toenemende mate het besteden van overheidsgelden in ontwikkelingslanden als pure verkwisting met al die lastige regimes en de corruptie daar. Ook bedrijven willen niet hun zuur en zelf verdiende geld in de zweterige krochten van de laatste tropenbossen laten verdwalen. Voor de avontuurlijke welgestelde reiziger komt dat allemaal goed uit: voor hem moet alles bij het oude, of beter: authentieke, blijven in zijn existentiële hunkering naar het pure van opzwepende trommelaars gezeten voor hun lemen hutjes.

Niemand lijkt dus te wachten op dynamiek in de arme landen. Meer duidelijke aandacht hiervoor zou ontwikkelingssamenwerking echter niet misstaan. Een serieuze doordenking van wat sustanability betekent is meer dan op zijn plaats. Want houdbaarheid heeft altijd een uiterste datum, juist wanneer er dynamiek is. Mag armoede niet een beetje minder sustainable zijn?

Eric Kamphuis (20 oktober 2018)

Share

7 Reacties.

  1. Beste Eric, Goed dat je erop wijst dat voor ontwikkelingslanden dezelfde maatstaven zouden moeten gelden als voor ‘ontwikkelde landen’. Maar wat wil je nou echt? Meer ontwikkelingshulp (ja, trouwens) ongeacht de mate van corruptie (nee, beter niet).

    • Beste Geert, Bedankt voor je reactie. Meer geld moet naar ontwikkelingssamenwerking gaan. Een kritische kijk op corruptie evenals op het gebruik van vage noties is daarbij erg nodig.

      • Meer geld naar ontwikkelingssamenwerking (OS)? Hangt er vanaf hoe die OS eruit ziet. Meer fair trade dan hulp in de vorm van gratis spullen die we toch kwijt moeten. Zie http://eco-simpel.nl/2018/06/17/is-rwanda-een-voorbeeld-van-doughnut-economics/.

        Wat betreft corruptie: Erst kommt das Fressen, dann der Moral.

        • Zeker moet worden bezien welke vorm ontwikkelingssamenwerking krijgt. Fair-trade is daarin belangrijk, maar dan als stimulans voor de ontwikkeling van nieuwe markten, waarin sociaal-economisch kwetsbaren betere kansen krijgen. Wie heeft om gratis spullen die we toch kwijt moeten gevraagd (gratis of niet)?

          Maar wat wanneer die Moral das Fressen in de weg zit?

          • Ja, als corruptie ertoe leidt dat veel inwoners honger leiden (als je dat bedoelt met “wanneer die Moral das Fressen in de weg zit”), dan moet natuurlijk de corruptie eerst worden aangepakt. Ik doelde eerder op het verschijnsel dat regeringen – Nederland als ‘gidsland’ voorop – allerlei voorwaarden gaan stellen aan de ontwikkelingslanden bij het verstrekken van leningen en andere vormen van ontwikelingssamenwerking. Dat vind ik ongepast en hypocriet. Ik voel meer voor de Chinese benadering.

  2. Waarom alleen naar de overheid wijzen. In 2015 gaven alle Nederlanders 16 miljard aan vakanties. Daarvan kan toch wel een portie af en naar ontwikkelingsprojecten?

    • Het stuk gaat toch niet over meer of minder overheid bij ontwikkelingssamenwerking, heer ’t Mannetje?! Bovendien, als u geld wilt overhevelen van vakantie naar onwikkellingssamenwerking, dan heb je toch een overheid nodig om dit te realiseren, bijv. via een holiday-tax. Anders gaat iedereen op de ander zitten wachten om het goede voorbeeld te geven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten