Studenten snoepen van de huurtoeslag – en dat is niet in orde

Dat gebeurt niet vaak dat ik instem met een standpunt van de VVD. Dit keer wel, althans gedeeltelijk. De VVD was bij de laatste verkiezingen de enige partij die pleitte voor afschaffing van de huurtoeslag voor studenten. Dat vind ik een goed voorstel, maar in tegenstelling tot de VVD wil ik ter compensatie de basisbeurs weer terug, en deze afhankelijk maken van het inkomen van de ouders. Want in de huidige situatie profiteren vooral de rijkeluiskinderen van de huurtoeslag. Misschien kwam de VVD-achterban daar zelf ook achter, en heeft zij de partijtop zover gekregen haar oorspronkelijke standpunt niet in het regeerakkoord op te nemen. Misschien in ruil voor de afschaffing van de dividendbelasting? Want die stond niet in het VVD-verkiezingsprogramma en wel in het regeerakkoord.

Eerst een samenvatting van mijn artikel.

Toen in 1997 de Wet op de huurtoeslag werd ingevoerd, sprak niemand over studenten die met huurtoeslag een eigen appartement kunnen betalen. Evenmin over projectontwikkelaars en huisjesmelkers die dankzij de huurtoeslag hogere huren kunnen vragen. Toch is dit de praktijk geworden, vooral in studentensteden.

Deze ontwikkeling gaat ten koste van de groepen voor wie dit sociale vangnet oorspronkelijk is bedoeld. Mensen met te weinig inkomen om de huur te kunnen betalen, dus mensen met bijstand of met slecht betaalde banen, en zzp-ers/zelfstandigen die last hebben van bezuinigingen of webwinkels. Krijgen deze drie groepen nog steeds het leeuwendeel van totale rijksuitgaven voor huurtoeslag, het aandeel van studenten groeit snel. Mede dankzij universiteiten en hogescholen die hun gemeente zo gek hebben gekregen om flink veel zelfstandige wooneenheden te laten bouwen die recht op huurtoeslag geven. Dit leidt echter tot de situatie dat juist rijkeluiskinderen meer gaan profiteren van de huurtoeslag. De wereld op z’n kop!

Niet zo heel lang geleden kon alleen de elite hun kinderen laten studeren. Aan deze schande (en verspilling) kwam in de jaren ‘60 een einde met de basisbeurs voor iedereen. Wordt studeren weer voornamelijk iets voor de rijke bovenlaag?

Op het eerste gezicht lijkt dit mee te vallen, want het aantal studenten stijgt nog steeds. Maar landelijk komt deze groei de laatste 15 jaar vrijwel uitsluitend van buitenlandse studenten. Hogescholen en universiteiten zien ze graag komen, vanwege het extra geld dat ze daarmee kunnen verdienen. In tegenstelling tot de Amerikaanse elite-universiteiten zoals Harvard zijn ze hier echter zeer zuinig met gemeubileerde kamers en met studiebeurzen voor armlastige studenten. Met als gevolg dat de buitenlandse instroom relatief veel rijkeluiskinderen bevat, die wél de peperdure studentenkamers kunnen betalen, vaak met behulp van huurtoeslag..

Bij Nederlandse studenten zien we een vergelijkbare tweedeling. Als in 2014 het leenstelsel de basisbeurs vervangt, blijven veel studenten van minder rijke ouders langer thuis wonen. Want die steken zich niet graag in de schulden. De rest heeft blijkbaar een andere instelling gezien de enorme stijging van de studieschuld, van 12 naar bijna 18 miljard euro in de periode 2012-2016.

Studenten van rijkere ouders hebben ook minder last van de krapte op de woningmarkt, die in studentensteden voor absurd hoge huizenprijzen en huren zorgt. Integendeel, ze hebben er zelfs profijt van. Hun ouders willen graag van de huizenbubbel profiteren, door voor zoon- of dochterlief een oud studentenpand op te kopen. Om dit vervolgens door goedkope Oost-Europese bouwvakkers laten voorzien van extra deuren, toiletten en keukenblokken. Want op die manier creëren ze zelfstandige wooneenheden, wat de bewoners recht geeft op huurtoeslag.

Studenten moeten niet langer in aanmerking komen voor deze sociale voorziening. Weliswaar betalen zij relatief veel huur, maar hun lage inkomen is slechts tijdelijk. Want de meesten studeren om daarna een hoog inkomen te genieten. Bovendien kunnen zij tijdens hun studie zélf de hoogte van hun inkomen bepalen – een luxe die voor de overige huurtoeslag-ontvangers niet is weggelegd. Naast een eventueel bijbaantje ontvangen zij immers een toelage van hun ouders en/of een DUO-lening met 0,0% rente. Gewiekste studenten kunnen zelf uitrekenen hoe hoog deze moet zijn om maximaal te profijt te trekken van de huurtoeslag.

Moeten studenten dan nóg meer lenen om hun studie en levensonderhoud te kunnen bekostigen? Nee, dat zou de groeiende kloof tussen arm en rijk alleen maar groter maken. Het is goedkoper en rechtvaardiger om de huurtoeslag te vervangen door een basisbeurs. Goedkoper omdat projectontwikkelaars, huisjesmelkers en vermogende ouders dan niet langer misbruik kunnen maken van de huurtoeslag. En rechtvaardiger wanneer die basisbeurs afhankelijk wordt van het inkomen van de ouders. Dan hoeven de échte lage inkomens niet langer te vrezen dat de huurtoeslag verder wordt uitgekleed.

Tot zover de samenvatting.

De glazen bol van economen

‘Niets aan het handje’, dat is de teneur van het verslag over de toekomst van de huurtoeslag, uitgebracht door de commissie Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) tijdens de laatste kabinetsformatie. Hoewel de uitgaven voor huurtoeslag in de periode 2006-2015 met 60 procent zijn gestegen, is haar conclusie “dat het overheidsbeleid op de sociale huurmarkt tamelijk effectief is. Er is voldoende goede huisvesting tegen een betaalbare huur voor huishoudens met een relatief laag inkomen.” (p. 8). Het is voor de commissieleden te hopen dat ze geen mensen kennen die momenteel wanhopig op zoek zijn naar betaalbare woonruimte, want ze zouden door hen vierkant worden uitgelachen – of beschimpt.

Natuurlijk baseert de ambtelijke commissie zich op een gerenommeerd onderzoeksbureau, in dit geval het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Dat constateert eind 2016 in zijn voorstudie: “De recente sterke stijgingen van de uitgaven voor de huurtoeslag zijn incidenteel van aard. Op lange termijn zijn er geen houdbaarheidsproblemen: de groei van de uitgaven voor de huurtoeslag blijven achter bij de groei van de economie.” Alsof economische groei voldoende waarborg biedt om sociale voorzieningen op peil te houden, zeker bij deze regering.

Geheel volgens de Nederlandse traditie heeft de IBO-commissie het CPB lekker laten rekenen, dus weten we nu precies hoe de toekomst eruit ziet. In 2013 werd aan huurslag 2,4 miljard euro uitgekeerd, 6% meer in 2012, voor 1,4 miljoen mensen. Volgens het CPB gaat dit aantal “vanaf 2021 dalen, terwijl die tussen 2006-2015 met 3% per jaar groeide en tot 2021 nog met circa 0,9% per jaar zal groeien.”, zo lezen we in het IBO-rapport (p. 11).

Hoeven wij ons de komende jaren dus geen zorgen te maken over deze sociale voorziening? Inderdaad, zo meent huisvestingsdeskundige Peter Hendriks van Follow the Money (FTM). In Huurpeil, het tijdschrift van de Woonbond, schrijft hij dit voorjaar: ”Die stijging van het beroep op de huurtoeslag is nu opgehouden. Omdat weer meer mensen aan het werk zijn, rekent het kabinet erop dat de uitgaven aan de huurtoeslag weer snel zullen dalen. De druk is dus van de ketel en het is even tijd voor mooiweerzeilen.” Was het maar waar.

Niet alleen EIB en CPB hebben hun modellen waarmee ze naar de toekomst kunnen extrapoleren. Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), waar huisvesting en dus huurtoeslag onder valt, heeft een eigen ramingsmodel – een onmisbaar instrument om in Nederland serieus genomen te worden als beleidsorgaan. Zij moeten eveneens regelmatig controleren of het ramingsmodel nog steeds goed functioneert. Gelukkig was er geen vuiltje aan de lucht. “De ex post analyse van de ontwikkeling van het gerealiseerde budget huurtoeslag met behulp van het ramingsmodel van BZK, maakt ook duidelijk dat dit model het gerealiseerde budget ex post goed kan voorspellen.” (p. 36). Om te variëren op Mark Twain: voorspellen is heel makkelijk, vooral als het om het verleden gaat.

Maar ook als het om de toekomst gaat! Want macro-economen (en helaas geldt voor andere kwantitatieve sociale wetenschappers vaak hetzelfde) hebben vaak als vuistregel: als ons model het verleden goed kan ‘voorspellen’, kunnen we het ook voor de toekomst gebruiken. Blijkbaar voelen zij zich niet aangesproken door de verplichte bijsluiter van alle financiële producten: “in het verleden behaalde successen bieden geen garantie voor de toekomst”.

Goed kijken en gezond verstand zijn beter

Om een inschatting te maken van het toekomstig gebruik van de huurtoeslag heb je in eerste instantie genoeg aan tabel 3.4.1 uit het IBO-rapport.

Links staan de diverse groepen die gebruik kunnen maken van de huurtoeslag, voor alleenstaanden bij een jaarinkomen van maximaal 22.400 euro en een maximale maandhuur van 710 euro (417 euro voor jongeren tot 23 jaar). De kolom tweede van links geeft het aandeel van deze groepen in de toename (‘oploop’) van het huurtoeslagbudget in de periode 2008-2013, dus in de eerste vijf jaar na de financiële crisis. Het grootste aandeel hebben de mensen met WW, bijstand of een vergelijkbare uitkering: 43%. Dit is niet zo vreemd want door de financiële crisis en de daarop volgende bezuinigingen is ook de totale populatie sterk gegroeid, met 35% (rechter kolom). Je mag er vanuit gaan dat vrijwel iedereen in deze groep huurtoeslag ontvangt – behalve duurbetaalde bestuurders en managers die na ontslag een flinke WW- of wachtgelduitkering opstrijken. De tweede kolom van rechts, aangeduid als “groei van het aantal HT-ontvangers”, laat zien met hoeveel procent het aantal mensen met huurtoeslag (HT) is gestegen, binnen de groep ‘Ww, bijstand en overige sociale voorzieningen’ met 27%.

De groepen ‘werknemer’ en ‘zelfstandige’, samen verantwoordelijk voor 28% van de toename in het aantal HT-gebruikers, laten een vergelijkbaar beeld zien. De financiële crisis heeft ervoor gezorgd dat vele werknemers en zelfstandigen onder de maximumgrens van 22.400 euro jaarinkomen zijn gezakt. Want de categorie werknemers met recht op huurtoeslag is met 15% gegroeid en bij de groep zzp-ers/zelfstandigen is het aantal HT-ontvangers zelfs bijna verdubbeld (+79%) in de periode 2008-2013. De tabel laat verder zien dat het totale werknemersbestand met 2% is afgenomen en het aantal zelfstandigen met 16% toegenomen (rechter kolom).

Om te voorspellen hoe het aantal HT-ontvangers zich na 2013 zal ontwikkelen heb je geen ingewikkeld model nodig. Immers, naarmate werkgelegenheid en bestedingen weer aantrekken en de inkomens stijgen, zal bij deze drie groepen het aantal HT-ontvangers minder snel stijgen of zelfs dalen. Er is echter een vierde groep HT-ontvangers, die tot voor kort weinig aandacht kreeg en een heel andere dynamiek vertoont.

Studenten zijn een slag apart

Ook studenten hebben een laag inkomen die voor een relatief groot deel aan huur opgaat. Zij komen echter alleen in aanmerking komt voor huurtoeslag als ze beschikken over een zelfstandige woning – wat betekent dat deze een eigen toegangsdeur, toilet en keukenblok heeft, die niet met anderen worden gedeeld. Tussen 2008 en 2013 hebben studenten voor 12% bijgedragen aan de totale stijging van het huurtoeslagbudget. Het IBO-team heeft het over “studenten die de afgelopen periode (onverwacht) meer dan voorheen de weg naar de huurtoeslag hebben gevonden.”(p. 10).

Wanneer je als onderzoeker iets ‘onverwachts’ vindt, is een goede reden voor nader onderzoek. Het IBO-rapport beperkt zich echter tot twee, bijna verscholen opmerkingen. “Studenten kiezen er mede vanwege de huurtoeslag nu vaak voor in zelfstandige wooneenheden te gaan wonen, terwijl ook (goedkopere) onzelfstandige eenheden voor hen mogelijk zijn passend bij de levensfase waarin zij verkeren.”(p. 43). Over de rol van de verhuurder: “Ook verhuurders reageren op financiële prikkels: verhuurders houden in hun aanbod rekening met de grenzen van de huurtoeslag. Dit is de afgelopen jaren bijvoorbeeld zichtbaar geworden bij de studentenhuisvesters, waarbij zowel het aanbod van woningen als de prijszetting zodanig zijn gekozen dat de huurders aanspraak kunnen maken op huurtoeslag. Ook andere verhuurders spelen in op de grenzen van de huurtoeslag.” (p. 42)

Meer informatie hierover vinden we in de NRC van 13 augustus jl. Naast studentenhuisvesters zijn in toenemende mate commerciële beleggers actief in de studentenhuisvesting, die zich vrijwel uitsluitend beperken tot de bouw van zelfstandige wooneenheden. “Ze zeggen dat ze inspelen op de vraag naar zelfstandige kamers, maar studenten kunnen dat alleen maar betalen omdat ze huurtoeslag krijgen”, zegt beleidsmedewerker Erik Maassen van de Woonbond in het NRC-artikel. Anders gezegd: de marktpartijen kunnen aan de vraag naar zelfstandige studentenwoningen voldoen omdat de kosten bij de gemeenschap terecht komen, in de vorm van hogere uitgaven voor huurtoeslag. Het NRC-artikel laat zien dat zowel studentenhuisvesters als de nog commerciëlere projectontwikkelaars de huurprijs vaak zodanig afstellen dat de studenten een maximale huurtoeslag kunnen krijgen.

Broekzak-vestzak

Het NRC-artikel besteedt geen aandacht aan huisjesmelkers en vermogende ouders die eveneens handig gebruik kunnen maken van de huurtoeslag. Een complexe problematiek die zoveel nuances kent dat één op de werkelijkheid gebaseerd fictief verhaal meer zegt dan honderd statistische gegevens. Daarom eerst een gefingeerde dialoog tussen vader Bert-Jan en zijn studerende zoon Egbert.

Bert-Jan: “Moet je eens luisteren, Egbert, wat ik vannacht heb bedacht. Ik werd halverwege de nacht wakker, waarschijnlijk omdat ik steeds aan die nieuwe Tesla moet denken.

Egbert: “Gewoon kopen die auto, zou Rutte vroeger zeggen”.

Bert-Jan: “Dat ga ik ook zeker doen, niet omdat het milieu mij plotseling zo aan het hart gaat, maar het is gewoon een hebbedingetje voor ons soort mensen. Maar ik heb nog wel even probleempjes met de financiering, hoe gek dat ook klinkt, en toen bedacht ik een leuk plan.

Ik weet dat je het vreselijk naar je zin hebt met jouw twee dispuutgenoten in dat aftandse huis dat nodig eens een flinke opknapbeurt moet hebben. Maar je moet ook eens aan je toekomst denken, nu je binnenkort 23 wordt en eindelijk aan je master gaat beginnen.

Via via heb ik contact met de huisbaas en ik kan jullie ‘krot’ voor een leuk prijsje kopen. We weten allebei dat de huizenprijzen bij jullie echt de pan uitrijzen, dus ik ben wel gek als ik niet ga meeliften op die hausse. Maar dat is niet het enige pluspunt. De hoognodige opknapbeurt wil ik benutten door er drie zelfstandige woonruimtes van te maken. Mijn tennismaatje weet nog wel een paar Roemenen die dit even snel willen doen voor een spotprijsje. Als ik het snel regel, dan kan dat in de zomervakantie, als jullie op Ibiza zitten te feesten. Als zij drie aparte deuren plaatsen, en bij ieder van jullie wc en keukenblok, dan hebben jullie alle drie een zelfstandige woonruimte en dus recht op huurtoeslag, zo simpel is het.

Jullie betalen nu ieder 350 euro per maand, dus het lijkt voor de hand te liggen om daar na de verbouwing zeg 400 euro van te maken, plus 10 euro servicekosten om zwart een schoonmaakster in te huren; om te voorkomen dat de stank bij jullie ondragelijk wordt – grapje. Dan zitten jullie nog net onder het maximale huurbedrag van 417 euro, die recht geeft op huurtoeslag. Toch stel ik voor om 700 euro aan huur te vragen.”

Egbert: “Wat is dit nu weer voor iets raars, Pap, we betalen nu al veel te veel, en jij laat ons zelfs twee keer zoveel betalen!”

Bert-Jan: “Ik zal het je uitleggen aan de hand van een tabel. De wet op de huurtoeslag maakt onderscheid tussen jonge huurders, van 18 tot 23 jaar, en oudere huurders. Aangezien jullie alle drie in de zomervakantie 23 worden, horen jullie in september bij de tweede categorie, waar een maximale huur van 710 euro wordt gehanteerd. Ik ga eerst even uit van die 12 duizend euro die ik jaarlijks naar jouw rekening overmaak. De rest van de uitgaven heb je zelf verdiend met jouw bijbaantje. Als ik jou straks 700 euro aan huur vraag, dan krijgt jij maar liefst 354 euro aan huurtoeslag. Zodat jouw nettohuur slechts 346 euro bedraagt. Ik heb het maar even voor jou uitgerekend: van die 710 euro (700 huur plus 10 euro voor ‘servicekosten’) krijg je 52% terug aan huurtoeslag.

Egbert: “ Wat kan mij die percentages schelen! Als ik jou 400 euro aan huur betaal, krijg ik weliswaar minder huurtoeslag – 187 euro zie ik in jouw tabel – maar ik heb ook een lagere netto-huur (213 euro), en dat is 133 euro minder dan bij jouw voorstel.”

Bert-Jan moet diep zuchten, hij had zijn zoon toch wel iets hoger ingeschat. “Jongen, wij zijn toch broekzak – vestzak. Die 133 euro krijg je natuurlijk van mij terug, dat is nogal logisch. Waar het om gaat is dat we op die manier maximaal van de huurtoeslag profiteren.”

Bert-Jan: “ We kunnen nog een stapje verder gaan. Die bachelor was een makkie, dus had je tijd voor dat bijbaantje. Maar als je in september met het masterprogramma begint, dan moet je dat echt opgeven. Als jij je tenminste eindelijk aan de officiële studieduur gaat houden. Dit betekent dat je naast die ouderlijke bijdrage van 12 duizend ook geld van de DUO moet lenen. En dat bracht mij tot de vraag: waarom leen je niet het hele bedrag van de DUO? De rente is 0,0% en je hebt 35 jaar de tijd om het terug te betalen. Dan kan ik die 12 duizend euro in mijn zak houden en heb ik het ontbrekende bedrag om die Tesla te kopen.

Stel dat je 16 duizend euro zou lenen, dat is iets meer dan het bedrag dat volgens het Nibud de gemiddelde student nodig heeft, dan zit je nog steeds goed met bruto-huur van 700 euro. Je krijgt iets minder huurtoeslag en dus ligt je netto-huur iets hoger, maar dat zijn peanuts voor ons.

Egbert ziet echter een probleem. “Heb ik jou nog niet verteld dat mijn huisgenoten hun master bij een andere universiteit willen doen, en dus gaan verhuizen? En ik heb al andere huisgenoten gevonden maar dat zijn buitenlandse studenten. Ik heb ze in de dancing ontmoet toen ik dat ene halfjaar in Polen zat via het Erasmusprogramma. Pap, ik beloof je dat we het nu echt niet weer op een zuipen en feesten gaan zetten. Ook zij willen hier hun master in 1 jaar halen.

Bert-Jan: “Ik hoop van harte. Maar dat ze uit Polen komen is helemaal geen probleem, want alle EU-studenten kunnen een verblijfsvergunning krijgen en daarmee hebben ze ook recht op huurtoeslag.”

Egbert is nog steeds niet helemaal overtuigd. “Als ik over ruim een jaar klaar ben met mijn studie, dan hoop ik wel flink te gaan verdienen, en dan zit ik al heel snel boven het maximuminkomen van 22 duizend, en gaat dat hele verhaal van huurtoeslag niet meer op.”

Bert-Jan: “Dat valt wel mee, hoor. Het duurt nog wel even voordat jij jouw droombaan – ook financieel – hebt gevonden. Bovendien gaan ze bij de Belastingdienst altijd uit van het jaarinkomen, en niet van het laatste maandinkomen, dus daar profiteer jij van. Heb je in de tabel gezien waarom het handig is om op een bruto-huur van 700 euro te gaan zitten en niet op 400 euro? In het laatste geval krijg je bij een jaarinkomen van 22 duizend nog 25% huurtoeslag, terwijl je bij een huur van 400 euro slechts 1% huurtoeslag krijgt.

Wist je trouwens dat jij zelfs huurtoeslag krijgt als ik over zeg een half jaar de huur nog meer ga verhogen? Omdat de huurprijs eerst wel heeft voldaan aan de regels voor de huurtoeslag, heb ik een ‘verworven recht’, zoals dit genoemd wordt. Onthou dat goed, jongen, in Nederland kun je je altijd beroepen op een of ander ‘verworven recht’. Daar moet ons soort mensen het vaak van hebben!”

win-win-win-win

Ik vermoed dat dit soort gesprekken vaker worden gevoerd, in diverse varianten. Dit blijft meestal onder de radar want alleen in besloten kring durven Nederlanders uit te komen voor – en zelfs te pochen met – hun calculerend gedrag.

Jos van der Lans is een uitzondering. Hij begint zijn column voor Huurpeil, het blad van de Woonbond, als volgt: “Laat ik het maar gewoon zeggen. Mijn partner en ik hebben voor onze jongvolwassen kinderen in Amsterdam huizen gekocht (……) Op eigen kracht zouden mijn kinderen jarenlang zijn overgeleverd aan halve of hele huisjesmelkers die huren vragen die nauwelijks opgebracht kunnen worden door de inkomens die ze verdienen in een voor hen totaal geflexibiliseerde arbeidsmarkt.” Deze “win(kinderen)-win(ouders)-situatie” is zelfs “een win-win-win(waardevermeerdering)-win(subsidie door de staat)-situatie”, waarbij de “subsidie door de staat” betrekking heeft op de huurtoeslag die zijn kinderen kunnen incasseren. Grijpt je deze kans niet als vermogende ouder, dan ben je “een dief van je portemonnee”, zo stelt Van der Lans.

Hij beseft terdege dat er een veel grotere groep niet-vermogende ouders met kinderen bestaat die al deze voordelen niet kunnen genieten. En dat hij een bevolkingsgroep vertegenwoordigt “die deze impliciete vorm van staatssteun het minste nodig heeft”. Zijn laatste zin: “Dat dat vrijwel niemand in Den Haag nog te denken geeft is een somber teken aan de wand”. Helemaal mee eens. Zoals ik het ook alarmerend vind dat de IOB- en EIB-onderzoekers dit soort vestzak-broekzakconstructies geheel buiten beschouwing hebben gelaten.

Denk niet dat het benutten van huurtoeslag is voorbehouden aan vermogende ouders en hun kind(eren). Een huisjesmelker zal tegenover een willekeurige student op zoek naar woonruimte vrijwel dezelfde bewoordingen gebruiken als Bert-Jan tegenover Egbert: “De huur lijkt heel hoog maar mét huurtoeslag valt het erg mee, zoals ik kan laten zien aan de hand van de volgende tabel ………….”. Gaat het om buitenlandse studenten die niet bekend zijn met deze typisch Nederlandse sociale voorziening, dan zijn er inmiddels voldoende bureautjes (of ervaren Nederlandse studenten) die hen graag willen helpen met het aanvragen van huurtoeslag.

Buitenlandse studenten, daarover wordt in het IBO-rapport met geen enkel woord gerept. Toch was daar toen alle reden toe, en anno 2018 nog veel meer. De IBO-tabel 3.4.1. vermeldt dat in de periode 2008-2013 de totale populatie studenten is gegroeid met 16% (rechter kolom). Dat had de IBO-onderzoekers te denken moeten geven want het aantal Nederlandse studenten in het hoger onderwijs is in die periode redelijk stabiel gebleven. De groei moet dus uitsluitend worden toegeschreven aan de instroom van buitenlandse studenten.

Ook buitenlandse studenten hebben recht op huurtoeslag als ze beschikken over een zelfstandige wooneenheid (en over een verblijfsvergunning, wat bij EU-studenten automatisch gaat). Hoewel cijfers hierover ontbreken, heb ik niet de indruk dat zij massaal van de huurtoeslag profiteren – eerder minder dan meer vergeleken met Nederlandse studenten. Maar de woningmarkt is wel zwaar onder druk gezet door de instroom van buitenlandse studenten, zeker na 2013 toen deze pas goed op gang kwam, zoals ik hier laat zien. En dit gaat maar door. Zo had de Rijksuniversiteit Groningen het laatste cursusjaar ongeveer 20% buitenlandse studenten, na Maastricht (58%) het hoogste percentage in Nederland. Voor het komende studiejaar is het aantal aanmeldingen vanuit Europa met maar liefst 50% gestegen, en van daarbuiten met 31%.

Free lunch

Al die buitenlandse studenten hebben huisvesting nodig – en zij hebben niet het alternatief om bij hun ouders blijven wonen (uitgezonderd de studenten uit de Duitse en Belgische grensstreken). En dat komt bovenop de woonbehoefte van Nederlandse studenten die ook last hebben van weinig aanbod en hoge huren.

Er wordt dus in Groningen (en in andere studentensteden) driftig gebouwd, waarbij de gemeente voorrang wil geven aan zelfstandige wooneenheden. Ook bij verbouw. Alleen al in juli jl. heeft de gemeente Groningen 16 vergunningen afgegeven, waarbij 76 studentenkamers werden omgezet in 55 zelfstandige woningen. Gevolg: 21 minder kamers beschikbaar voor (buitenlandse) studenten. Geen probleem, zal de gemeente zeggen, want uit ons “onderzoek blijkt dat er geen vraag is naar onzelfstandige woonruimte”. Natuurlijk willen studenten na enige tijd wat meer ruimte en privacy. Maar willen ze er ook voor betalen? Dankzij de huurtoeslag hoeft dat ook niet, ze krijgen een ‘free lunch’ zoals economen dat noemen. Hetzelfde geldt voor de gemeente; de ‘rekening’ wordt over de schutting gegooid naar het Rijk, en uiteindelijk naar de andere mensen die huurtoeslag nodig hebben.

Om een indruk te geven: die 55 zelfstandige wooneenheden die in juli zijn gerealiseerd, kosten de gemeenschap op jaarbasis 183 duizend euro: 55 x 12 x 278 (de maandelijkse huurtoeslag, uitgaande van een jaarinkomen van 16.000 euro en een huur van 710 euro, zie de tabel van Bert-Jan). Hoe zouden B&W van Groningen beslissen als niet het Rijk maar de gemeente dit extra bedrag moest betalen? En dan heb ik het niet eens over de nieuwe panden die met zelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd.

Zelf je inkomen bepalen

Met mijn pleidooi voor afschaffing van de huurtoeslag voor studenten maak ik mij niet populair, zo heb ik inmiddels gemerkt (zelfs als ik ter compensatie een inkomensafhankelijke basisbeurs voorstel). Tegenstanders brengen naar voren dat de uitwonende student een zeer groot gedeelte van zijn inkomen aan huur betaalt (gemiddeld 50% volgens enquêtes, dus naar eigen zeggen), derhalve tot de doelgroep behoort. Deze stellingname vinden we terug bij Peter Hendriks van Follow the Money: “Het heeft iets vreemds om burgers die toevallig studeren, bepaalde rechten te onthouden.” Hij suggereert daarmee dat de deelname aan het hoger onderwijs berust op een soort tombola, waarbij het lot bepaalt wie wel en wie niet mag studeren aan universiteit of hogeschool. Een valse suggestie want de meeste studenten komen nog steeds uit de rijke bovenlaag. Anders gezegd: de doorsnee student onderscheidt zich van de andere gebruikers van huurtoeslag door het feit dat hij overwegend rijke ouders heeft.

Dat brengt mij op een ander verschil. De meeste andere huurtoeslag-ontvangers zitten vast aan een inkomen dat door anderen is bepaald – denk aan de bijstand. Dat geldt op een iets andere manier ook voor zzp-ers en andere kleine zelfstandigen: alleen als ze voldoende (betalende) klanten hebben, kunnen ze financieel boven water blijven – en hebben ze geen of minder huurtoeslag nodig. Een student daarentegen is de enige die zelf zijn inkomen zelf kan bepalen: door veel of weinig te lenen bij de DUO of door zijn ouders vaker om geld te vragen, zoals de dialoog tussen Bert-Jan en Egbert laat zien.

Weliswaar betalen studenten relatief veel huur, maar hun lage inkomen is slechts tijdelijk. Want de meesten studeren om daarna een hoog inkomen te genieten. Daarop berust immers het principe van de studielening: de student neemt een voorschot op de inkomsten die hij na zijn studie gaat verwerven.

Voor alle duidelijkheid: ook zzp-ers en andere zelfstandigen hebben vaak tijdelijk huursubsidie nodig, als zij met wisselende inkomsten te maken hebben. Deze tijdelijkheid is echter van een heel andere orde dan die van studenten, die x jaar studeren en daarna (meestal) geen huursubsidie nodig hebben.

Mijn voorstel heeft als belangrijkste voordeel dat we op deze manier de bezuinigingen voorkomen die zo nadelig uitvallen voor de mensen die de huurtoeslag absoluut niet kunnen missen. Want ik voorspel dat het gebruik van de huurslag door (buitenlandse) studenten een hoge vlucht gaat nemen, zodat er weer nieuwe bezuinigingen worden doorgevoerd. De groei van het aantal buitenlandse studenten zal namelijk gewoon doorgaan zolang er niet wordt gekozen voor een ander bekostigingssysteem (voor mijn voorstel, zie hier). En bij Nederlandse studenten lijkt een zelfstandige woonruimte voor weinig geld (dankzij de huurtoeslag) het nieuwe normaal te zijn geworden.

Beide ontwikkelingen leiden tot nog meer de druk op de ketel van de oververhitte woningmarkt. Wordt mijn voorstel gerealiseerd, dan kunnen projectontwikkelaars en huisjesmelkers in ieder geval bij (buitenlandse) studenten de snelst groeiende categorie op de huurdersmarkt niet langer de huurtoeslag ‘inzetten’ om de huurprijs te verhogen. Dit betekent niet dat de gekte op de stedelijke huizenmarkt helemaal verdwijnt – een huizenbubbel is immers een zichzelf versterkende spiraal – maar het kan wel het begin van een kentering zijn. Zoals ook een file kan verdwijnen – of worden voorkomen – als er een fractie minder verkeer op de weg komt.

Mijn voorstel zorgt hopelijk ook voor een grondige herbezinning op de manier waarop wij in Nederland betaalbare huren proberen te realiseren. De huurtoeslag lijkt mij in de huidige vorm niet het meest geschikte middel, want teveel vervelende bijwerkingen. “De huurtoeslag heeft een eigen prijsopdrijvend effect”, zo constateert Ronald Paping in 2017 toen hij nog voorzitter van de Woonbond was. Hij ziet liever dat de huren met 10% worden verlaagd.

De huurtoeslag in één klap helemaal afschaffen is natuurlijk niet de oplossing. Laten we eerst maar studenten uitzonderen. En goed onderzoeken wie de laatste jaren van de huurtoeslag hebben geprofiteerd, en wat de gevolgen van afschaffing zijn, bij studenten en mogelijk in de toekomst bij andere groepen. Ook moeten we over de grens kijken hoe andere landen betaalbare huren hebben gerealiseerd; wat de IBO-commissie volledig heeft nagelaten.

Inkomensafhankelijke basisbeurs

Afschaffing van de huurtoeslag moet er niet toe leiden dat studenten meer gaan lenen. Want de invoering van het ‘sociale leenstelsel’ heeft eveneens allerlei negatieve bijwerkingen gehad. Zo draagt het bij tot een verdere maatschappelijke tweedeling. Scholieren uit de financieel zwakke milieus zullen zich wel twee keer bedenken alvorens ze gaan studeren. Of ze blijven langer thuiswonen want dat is – mede dankzij gratis openbaar vervoer – veel goedkoper dan een dure kamer (zelfs met huurtoeslag). Deze groep studenten steekt zich van huis uit niet graag in de schulden. Aan de andere kant zijn er veel studenten (zoals Egbert) die geen zin hebben in de rol van ‘arme student’. Ze maken zo veel mogelijk gebruik van de studielening tegen 0,0% rente, met als gevolg dat de totale studieschuld is gestegen van 12 naar bijna 18 miljard euro in de periode 2012-2016. Waarschijnlijk denken zij – en hun ouders – dat ze later voldoende verdienen om die lening terug te betalen en fiscaal uit te buiten.

Het is goedkoper en rechtvaardiger om de huurtoeslag te vervangen door een basisbeurs. Goedkoper omdat projectontwikkelaars, huisjesmelkers en vermogende ouders dan niet langer misbruik kunnen maken van de huurtoeslag. En rechtvaardiger wanneer die basisbeurs afhankelijk wordt van het inkomen van de ouders.

Financiering van mijn voorstel hoeft geen groot probleem te zijn. Gisteren werd bekend dat de afschaffing van de dividendbelasting waarschijnlijk twee miljard euro gaat kosten, in plaats van 1,4 miljard die in het regeerakkoord wordt genoemd. Gewoon schrappen, meneer Rutte, deze maatregel die geen enkel verkiezingsprogramma stond. De beste manier om als regering – en als VVD – weer een beetje geloofwaardig te worden.

S. de Beter (17/08/18)

Wilt u weten wat er in uw eigen wijk of gemeente plaatsvindt aan verbouw en nieuwbouw van zelfstandige wooneenheden (die recht geven op huurtoeslag), ga dan naar de volgende site https://zoek.overheid.nl/berichten_over_uw_buurt_uitgebreid_zoeken.

Rechts bij ‘onderwerp’ klikt u op ‘Omgevingsvergunning’ want vreemd genoeg vallen (alle?) vergunningen voor bouw en verbouw in deze categorie . Bij de zoektermen tikt u ‘zelfstandig’ of ‘appartement’. U kunt zelf bepalen voor welke periode u een overzicht wilt, doch u krijgt alleen de gegevens over de laatste twee maanden.

Waarom universiteiten en hogescholen graag buitenlandse studenten willen hebben, daarover ging de eerste aflevering van mijn serie “Studeren in de 21e eeuw”, waarin ik mij voorlopig beperk tot Nederland. Hierboven schreef ik over het fenomeen dat studenten steeds meer gebruik maken van huurtoeslag (waarvan een samenvatting verscheen in de augustus-editie van Huurpeil, het blad van de Woonbond). Deze twee trends versterken elkaar, zoals ik in de volgende aflevering laat zien.

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten