Bad guy versus bad guy

Het bezoek van Juncker aan Trump vorige week ter afwending van een handelsoorlog had een onvermijdelijke framing. Bad guy versus good guy. Trump is onnozel, egoïstisch, leugenachtig, amoreel. Ik geef slechts de feiten. Geplaatst tegenover zo’n figuur werd Juncker geframed als de stem der rede, de integere elder statesman uit Europa die op het uur van de waarheid de wereldorde kwam redden. De wijze die de zot moest bewegen zijn destructieve plannen nog even uit te stellen. Het lukte en Juncker bezegelde het met een kus.

Daarin schuilde een diepe ironie. Het zijn de Junckers van deze wereld die Trump in het zadel hielpen. De Clintons, Tony Blair, Wim Kok, Gerhard Schröder – al die Democraten, sociaal-democraten en christen-democraten die het neoliberalisme omarmden en hier de Europese sociale orde ondermijnden. Juncker gaf van 1989 tot 2009 leiding aan een belastingparadijs waar witwassen en ontduiken tot bedrijfsmodel werden verheven. Van 2005 tot 2013 was hij president van de Eurogroep, bijgenaamd ‘Mr. Euro’. De monstergroei van de financiële sector, de loonmatiging en deregulering van arbeidsmarkten, de vastgoed- en consumptiebubbels na de introductie van de euro, de eurocrisis en de redding van de banken terwijl Zuid-Europa draconisch moest bezuinigen: hij was er bij, in het centrum van de macht. In een post-crisis Europa met hoge winsten maar stagnerende lonen en hoge schulden, met groeiende armoede en groeiende topsalarissen, pleitte hij voor verdere deregulering middels de kapitaalunie, zodat een nieuwe vastgoedbubbel de groei weer tijdelijk kan aanjagen. Waarmee we in het heden zijn beland, met Juncker als onze redder in nood.

De tragiek van het neoliberale tijdperk dat nu ten einde loopt, is dat de tegenkrachten die het opriep niet van links kwamen maar van rechts. Neoliberalen als Juncker hadden wel effectief beleid om banken, bedrijven en investeerders rijk te maken. Maar ze hebben geen plan voor de gevolgen ervan: de groeiende inkomenskloof, de tweedeling in de eurozone tussen noord en zuid, de culturele ontheemding en sociale afbraak, de vlucht van kapitaal naar lagelonenlanden, de stroom van gelukzoekers uit lagelonenlanden. Wie dat probeerde te benoemen werd door neoliberale sociaal- en christen-democraten weggezet als pessimist of populist. Gematigd linkse denkers lieten zich door die zwijgplicht muilkorven. Toen het neoliberale systeem vastliep, waren er dus slechts ad hoc oplossingen: Draghi’s whatever it takes’ in 2012, Merkels wir schaffen das’ in 2015, in 2016 de Turkije-deal, Junckers kus in 2018.

De kiezers zien het onvermogen tot strategisch denken en leiderschap van neoliberale politici en hun desinteresse in de echte problemen. Ze stemmen dus voor de Vijf Sterren, Brexit en Trump. Die hebben ook geen plan voor de fall-out van het neoliberalisme, maar benoemen het onverschrokken. Macron, Merkel, Rutte en Juncker moeten zich vervolgens schikken naar de nieuwe orde en gingen soebatten in Washington. Tot hun schrik ontdekken ze nu dat Trump keer op keer de vinger op de zere plek weet te leggen en hun zorgvuldig gekoesterde ficties opblaast.

Gisteren was het de Navo-solidariteit, die Trump bruut ontmaskerde als de hypocrisie van voor een dubbeltje op de eerste rij. Vandaag is het de handel, die na Trumps dreiging vooral om de belangen van de Duitse auto-industrie blijkt te draaien. En morgen? Morgen, verwacht ik, zijn de centrale banken aan de beurt. Trump heeft Jerome Powell van het Federal Reserve System al geschoffeerd door twijfel over de laatste rentestijging te uiten. In het neoliberale verhaal zijn centrale banken de hoeders van de munt als slechte politici met hun vingers aan de geldkraan willen zitten. In werkelijkheid hebben de centrale bankiers hun ex-collega’s in de grootbanken en multinationals gered en verwend. Te vaak waren de ecb en het grootkapitaal twee handen op één buik. De onafhankelijkheid van centrale banken is het volgende verhaal dat gaat worden ontmaskerd als sprookje. Eigenlijk weten we het nu al. Maar blijkbaar hebben we een Trump nodig om het te erkennen. Onze eigen leiders volharden liever in de fictie.

Zo nemen we stukje bij beetje, met elke dreun van Trump, verder afscheid van het neoliberale wereldbeeld. Maar zonder overkoepelend verhaal kunnen we niet leven. De postneoliberale samenleving is dus hyperontvankelijk voor nieuwe verhalenvertellers. De narcist uit het Witte Huis heeft geen verhaal, dat beginnen zelfs zijn fans in te zien. Het is hoog tijd – zo’n twee decennia te laat – voor een alternatief. Juncker, Rutte en hun geestverwanten hebben in dit opzicht niets te bieden. Wie wel?

Dirk Bezemer

Deze column verscheen oorspronkelijk in De Groene Amsterdammer van 1 augustus 2018 

Share

10 Reacties.

    • Vertelt Juncker in dit interview iets waardoor we de column van Bezemer anders moeten lezen? Zo niet, wat is dan de zin om die afschuwelijke Juncker ook nog eens een keer te beluisteren en te aanschouwen?

    • Door een soja-boycot had China de intentie om de USA te straffen. Door te beloven om extra soja uit de VS te importeren koos Juncker de kant van de VS. China zal dit niet kunnen waarderen en dat is jammer voor EU relatie met China, ik zie namelijk meer mogelijkheden om, in gelijkwaardigheid, zaken te doen op het Eur-Aziatische continent dan met de Amerika.

      Extra soja (producten) importeren zal niet eenvoudig zijn gezien de hoeveelheid gen-vrije soja die de VS produceert (zie ook ARD interview met Juncker). Maar ja, nood (de huidige droogte en dreigend veevoeder tekort) breekt waarschijnlijk de wet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten