Met dank aan Coen Teulings

Omdat ik vermoed dat Coen Teulings mijn blog niet (regelmatig) volgt, heb ik hem mijn vorige blogpost toegestuurd. Daarin leverde ik commentaar op zijn recente artikel in Het Financieele Dagblad. Ik waardeer het dat Teulings snel met een uitgebreide reactie kwam. Jammer genoeg wil hij zijn reactie niet op mijn blog, zodat iedereen het zou kunnen lezen. Ik respecteer vanzelfsprekend zijn wens, maar maak een uitzondering voor één korte uitspraak die immers al met iets andere woorden in zijn FD-artikel stond: “Doelmatigheid is inderdaad hetzelfde als efficiëntie”. Deze zin motiveerde mij – dus met dank aan Teulings – om duidelijker dan de vorige keer in te gaan (vooral in de vorm van vragen en richtingaanwijzers) op enkele problemen die ik bij mainstraim economics signaleer.

Doelmatigheid is inderdaad hetzelfde als efficiëntie (jij suggereert dat je het daar niet mee eens bent)”. Dat Teulings – of een andere econoom – A (doelmatigheid) gelijk stelt aan B (efficiëntie), zie ik niet als een kwestie van eens/oneens. Bij concepten en ander theoretisch instrumentarium gaat het mij vooral om de vraag in hoeverre en waarom dit (A=B) vruchtbaar is. Vruchtbaar in het licht van het uiteindelijke doel van empirische wetenschap: falsifieerbare uitspraken doen over de (economische) werkelijkheid, zoals ik hier toelicht.

Is ‘doelmatigheid = efficiëntie’ bijvoorbeeld vruchtbaarder dan het onderscheid dat de meeste andere sociale wetenschappers hanteren, tussen effectiviteit (bereik je het doel?) en efficiency (bereik je dat op de meest efficiënte manier?). Heeft de voorkeur van economen voor ‘doelmatigheid = efficiëntie’ wellicht te maken met de methoden en technieken die zij in de (neoklassieke) theorie hanteren? Om het heel extreem te stellen: heiligt het middel het doel van de economische wetenschap? In de zin dat het (overwegend wiskundige) instrumentarium bepaalt welke vragen economen kunnen en willen beantwoorden?

Een andere kwestie: is het zinvol te praten over doelmatigheid, effectiviteit of efficiëntie zonder alternatieve opties te vergelijken? Vergelijk de uitspraak: “maatregel M is effectief / efficiënt / doelmatig”, versus “maatregel M is effectiever et cetera dan maatregel N”. Dit laatste verdient de voorkeur. Kosten zijn immers ‘opportunity cost’(alternatieve kosten). In concreto: de kosten van maatregel/optie M zijn de opbrengsten van alternatieve optie N die worden misgelopen door voor M te kiezen. Dit is een algemeen aanvaard principe onder economen – althans met de mond beleden. In de praktijk van het (beleid)onderzoek wordt het echter veel te weinig toegepast.

Dit denken in alternatieve opties kun je ook toepassen in de onderzoeksmethodologie: economen – en andere sociale wetenschappers – moeten zich niet beperken tot het onderzoeken van de nulhypothese (voor een kritiek, zie hier) doch minimaal twee alternatieve hypothesen met elkaar vergelijken. De hamvraag is dan: biedt theorie X een betere verklaring van verschijnsel Y dan theorie Z? Maar in hoeverre zijn de dominante economische modellen eigenlijk geschikt om alternatieve verklaringen te vergelijken?

Dat het denken in alternatieve opties in de praktijk van het economisch onderzoek zo weinig aandacht krijgt, heeft misschien iets te maken met de voorkeur die economen hebben voor optimaliseringsmodellen. Aan de hand van de Routeplanner wil ik uitleggen welk probleem ik hier mee heb. Deze staat bij de item ‘Optimalisatie’ standaard ingesteld op Optimaal (zie de screenshot hieronder) . Dat lijkt voor de hand te liggen, maar wat voor de een optimaal is kan voor de ander suboptimaal zijn.

Daarom kies ik meestal voor de snelste dan wel de kortste route – of voor een onderlinge vergelijking – afhankelijk van mijn prioriteiten. Anders gezegd: is de factor tijd bij mij de meest schaarse factor, of mijn portemonnee (brandstofbudget)?

Een optimum – of de meeste optimale route – kan weliswaar snel en makkelijk worden berekend maar de uitkomst roept meer vragen op dan zij beantwoordt. Is dit niet het hoofdprobleem van de neoklassieke economie, die immers dol is op wiskundige optima? En is dit de belangrijkste reden waarom DSGE modellen nog steeds domineren? Voor een recente kritiek, zie http://bilbo.economicoutlook.

Wat ik ook niet zo vruchtbaar vind in de dominante economische wetenschap is het onderscheid tussen rationeel en irrationeel, een onderscheid dat Teulings blijkbaar ook hanteert. Voor mijn kritiek, zie hier. Nuttiger vind ik het contrast tussen absolute versus beperkte rationaliteit (Simon en Williamson) en het verwante onderscheid tussen beslissen onder voorwaarden van zekerheid, risico en onzekerheid. Optimeren veronderstelt dat je alle relevante alternatieven en alle bijbehorende gevolgen (zekerheid) of kansen van de gevolgen (risico) kent. Onder onzekerheid kun je dus niet optimeren.

Mainstream modellen kunnen niet met fundamentele onzekerheid omgaan, en missen daarmee het grootste deel van de economische werkelijkheid.

S. de Beter

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten