​Zelfs Coen Teulings is het spoor bijster

“Welke lessen moet de discipline trekken?” Als Coen Teulings deze vraag stelt (in Het Financieele Dagblad van 18 mei jl., hieronder weergegeven), dan ben je geneigd om door te lezen. Want het gaat om de lessen die de economische wetenschap volgens hem moet trekken uit de financiële crisis, wat natuurlijk een uiterst belangrijke kwestie is. En Coen Teulings is niet de eerste de beste. Van 2006 tot 2013, dus ten tijde van de grootste crisis na de Grote Depressie, was hij directeur van het CPB. Daarna verbonden aan Cambridge University en nu universiteitshoogleraar in Utrecht.

Van zo iemand mag je toch wel een wijs antwoord op deze vraag verwachten. Hij had kunnen zeggen dat economen andere modellen moeten ontwikkelen. Dat we af moeten van de dominante positie van de neoklassieke economie, zoals de club van kritische economiestudenten Rethinking Economics onlangs heeft vastgesteld. Of dat er een tweede CPB moet komen die op een heel andere manier te werk gaat, zoals ik hier bepleit.

Desnoods had hij twee antwoorden kunnen geven, zoals Winston Churchill zei over Keynes: “If you put two economists in a room, you get two opinions, unless one of them is Lord Keynes, in which case you get three opinions”.

Maar Teulings geeft helemaal geen antwoord, althans niet op zijn eigen vraag. Hij beperkt zich vreemd genoeg tot de antwoorden die anderen geven op zijn vraag. “Toegeven dat economie een sociale wetenschap is”. Dat is volgens “verstandige mensen” een van de lessen die economen moeten trekken. Daar heeft hij helemaal geen moeite mee. “Economie gaat over het gedrag van mensen. Natuurlijk is het een sociale wetenschap, daar valt niets aan toe te geven want daarover zijn we het eens.” Wel is hij hogelijk verbaasd dat “verstandige mensen daar blijkbaar een ander beeld van hebben.”.

Ik moet denken aan de wijze waarop de Engelse econoom Ely Devons zijn beroepsgroep typeerde – wat voor het nageslacht is bewaard dankzij Nobelprijswinnaar Ronald Coase. “Wat zal een econoom doen als hij het gedrag van paarden wil bestuderen? Hij zou niet naar buiten gaan en paarden gaan observeren, maar zich terugtrekken in zijn studeerkamer, om na te denken over de vraag ‘wat zou ik doen als ik een paard was?’. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat paarden hun nut maximaliseren”.

Zie je wel, zou Teulings kunnen zeggen, economie is een sociale wetenschap. Want wij economen bestuderen eveneens het gedrag van paarden, pardon mensen, alleen op een iets andere manier.

Die andere manier, daar hebben “verstandige mensen” die hij heeft gesproken, blijkbaar moeite mee. Dan gaat het volgens hem om “de veronderstelling dat mensen rationeel zijn, het idee dat het menselijk gedrag voorspelbaar is, en de stelling dat markten efficiënt zijn.” Hij ziet dit als een driehoek – ja, economen zijn dol op meetkunde – die “is verworden tot een onontwarbare kluwen.” (….). Want de begrippen rationaliteit, voorspelbaarheid en doelmatigheid hebben niets met elkaar van doen.”. Dat heb ik de critici van de neoklassieke theorie ook nooit horen beweren. Zeker, sommigen stellen vraagtekens bij het concept van rationaliteit dat neoklassieke economen hanteren, terwijl anderen hun pijlen richten op de pretenties van voorspelbaarheid en doelmatigheid. Als Teulings die critici allemaal op één hoop gooit, dan is het niet verbazingwekkend dat hij daarna spreekt van “een onontwarbare, maar helaas ook onsamenhangende kluwen”.

Wat verstaan economen eigenlijk onder rationaliteit, voorspelbaarheid en doelmatigheid? Vreemd genoeg geeft Teulings geen enkele definitie of toelichting. Evenmin zegt hij iets over de institutionele context waarin concepten en theorieën betekenis krijgen, en beleid wordt gevoerd. Wat ik hiermee bedoel kan ik het beste uitleggen aan de hand van het volgende fragment, uit een recente column van Robert Kuttner.

In July 1945, when Clement Attlee became Britain’s first Labour prime minister with a healthy working majority in Parliament, the UK’s war debt was over 240 percent of GDP. What did Attlee do? He did not pursue an austerity program to reassure the country’s creditors. On the contrary, he doubled down on public investment and built a welfare state. He could do this because the rules of that era precluded a speculative run against the pound.

A third of a century later, when Francois Mitterrand became the first Socialist President of France in 1981, he also attempted a bold recovery program with lots of public investment. But the rules of the global system had changed, laissez-faire finance was back with a vengeance, and speculators pummelled the French franc. Within two years, Mitterrand had to reverse course and pursue austerity.

In the years since then, political and financial elites have redefined trade agreements to mean not just reciprocal cuts in tariffs but broader changes in global rules to make it easier for banks and corporations to evade national regulation.”

Wat rationeel, doelmatig of voorspelbaar is, hangt dus af van de wereld waarin economisch beleid wordt gevoerd. En die was in 1981 (en in 2009 of anno 2018) heel anders dan na WO II. Things have changed, om met Dylan te spreken.

Het ontbreken van een conceptuele en empirische context zien we eveneens bij het voorbeeld dat Teulings opvoert om te betogen dat rationeel gedrag niet leidt tot “efficiënte markten”, tot doelmatigheid (wat voor Teulings blijkbaar hetzelfde is). “Neem het bekende prisoner’s dilemma uit de speltheorie, waarin het voor twee gevangenen rationeel is om elkaar te verraden, terwijl ze beiden beter af zouden zijn als ze elkaar de hand boven het hoofd houden. Rationaliteit is hier ondoelmatig. Stel nu dat die twee gevangenen niet rationeel zijn, maar mensen van vlees en bloed, met gevoelens van mededogen. Dan houden ze elkaar wel de hand boven het hoofd. Irrationaliteit leidt dan tot doelmatigheid.” Als ik Teulings mag parafraseren: het prisoner’s dilemma laat zien dat het niet rationeel is om rationeel te zijn. Dan is er conceptueel iets niet helemaal in orde. Hetzelfde geldt overigens voor de wijze waarop Kahneman en andere gedragseconomen – door Teulings warm omarmd – het begrip irrationaliteit hanteren, zoals ik hier uitleg.

Door geen aandacht te besteden aan de context waarin economische actoren – hier: de twee gevangenen – zich bevinden, zijn de redeneringen van Teulings en andere economen louter Spielerei. Hij had op z’n minst moeten vermelden dat het hier gaat om een eenmalige ‘transactie’, een spel met 1 ronde. Wanneer de twee gevangenen nog een paar keer met elkaar op dievenpad moeten, is het helemaal niet zo verstandig om elkaar te verraden. Of denk aan de rol van de Maffia. Wanneer de ene misdadiger de andere verraadt, zou de ‘straf’ van de Maffia weleens minder aangenaam kunnen zijn dan een paar jaar in een veilige cel. Dat heeft dus niets te maken met “elkaar de hand boven het hoofd houden”. Kortom, de context bepaalt wat er bij het prisoner’s dilemma als rationeel gedrag kan worden aangemerkt. En zonder iets te weten over de doelen die economische actoren nastreven, kun je ook geen uitspraken over doelmatigheid doen.

Teulings constateert aan het eind van zijn opiniestuk dat “voor de economische discipline de voortekenen dus niet gunstig (zijn). De samenleving stelt na de crisis terechte vragen. Maar de antwoorden op die vragen zullen over tien jaar anders blijken dan de samenleving nu verwacht.”

Opmerkelijk, die laatste zin. Bedoelt hij dat economen zich nu niet druk hoeven te maken over die “terechte” maatschappelijke vragen, want de antwoorden zijn over tien jaar toch anders? Of kan Teulings, als voormalige directeur van onze nationale voorspellingsmachine, weten wat over tien jaar de antwoorden op die vragen zullen zijn?

Hoe dan ook, ik stel voor dat CPB-rapporten – alsmede de artikelen van Teulings – voortaan twee waarschuwingen bevatten. “Successen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst”. Met daaraan toegevoegd: “De vragen die in dit rapport/artikel worden behandeld, zullen over tien jaar heel anders worden beantwoord dan u als lezer nu verwacht.”

S. de Beter

HIERONDER HET OPINIESTUK VAN COEN TEULINGS

Rationaliteit, voorspelbaarheid en doelmatigheid zijn niet hetzelfde

critici van de economische wetenschap halen dikwijls verschillende bezwaren door elkaar

‘Het zou helpen als economen eindelijk zouden toegeven dat economie een sociale wetenschap is.’ Ik luister met belangstelling. De spreker is niet de eerste de beste. Zij is naamloos, maar staat model voor een hele groep verstandige mensen met wie ik sinds de financiële crisis over de economie als wetenschap heb gepraat. De crisis heeft de reputatie van het vak vanzelfsprekend geen goed gedaan. Een terechte vraag is dus: welke lessen moet de discipline trekken?

Toegeven dat economie een sociale wetenschap is. Ik luister belangstellend, maar tegelijkertijd voel ik me ongemakkelijk. Economie gaat over het gedrag van mensen. Natuurlijk is het een sociale wetenschap, daar valt niets aan toe te geven want daarover zijn we het eens. De vraag is waarom verstandige mensen daar blijkbaar een ander beeld van hebben. In het vervolg van het gesprek passeren veelal drie punten de revue: de veronderstelling dat mensen rationeel zijn, het idee dat het menselijk gedrag voorspelbaar is, en de stelling dat markten efficiënt zijn. Die driehoek is verworden tot een onontwarbare kluwen.
Mensen zijn geen koele calculerende machines; ze zijn van vlees en bloed, hebben emoties en een normatief besef. Voorspelbaarheid? Ga toch heen! Kijk naar de financiële markten, waar koersen door geruchten worden gedreven. Rationaliteit? Het is chaos! En die chaos, die kan nooit doelmatig zijn! Er moet in de economie weer meer ruimte komen voor de ‘animal spirits’ van Keynes. Al deze verwijten aan economen zijn herkenbaar. Economie draagt na anderhalve eeuw nog steeds de twijfelachtige erenaam the dismal science — de sombere wetenschap. En dan gebruiken ze ook nog die vreselijke wiskundige modellen.

Na zo’n advies blijf ik altijd verwonderd achter. De driehoek vormt een onontwarbare, maar helaas ook onsamenhangende kluwen. Want de begrippen rationaliteit, voorspelbaarheid en doelmatigheid hebben niets met elkaar van doen. Neem de eerste twee: leidt rationaliteit tot voorspelbaarheid? Helaas niet. Kuddegedrag is onvoorspelbaar, maar zeer rationeel. Bij een bankrun rennen wij als lemmingen naar de bank. Dat is rationeel, want wie te laat is, is zijn geld kwijt.

De vreemdste voorspelling van de economie is dat koersen op financiële markten fundamenteel onvoorspelbaar zijn. De crisis was het gevolg van rationeel gedrag van mensen — of eigenlijk computers, want die geven tegenwoordig de aan- en verkooporders. Dat rationele gedrag leidde tot een ondoelmatige uitkomst. Juist op financiële markten viert rationaliteit hoogtij.

Omgekeerd is irrationaliteit niet per se onvoorspelbaar. In een column in de NRC beschreef ik eens het driedeurenprobleem, een bekend raadsel waarbij mensen systematisch een irrationele keuze maken. Ik ‘voorspelde’ dat de lezers massaal boos zouden reageren omdat ze hun irrationele keuze juist zeer rationeel vonden. Mijn voorspelling was eenvoudig, want het probleem was al vaker beschreven. Steeds hadden lezers boos gereageerd: hoe durft een econoom te zeggen dat ik irrationeel ben? Er zijn veel meer voorbeelden waarin mensen voorspelbaar irrationeel reageren. Door het werk van Daniel Kahneman zijn de meeste verstandige economen daar inmiddels van overtuigd. Om het nog erger te maken: die voorspelbare irrationaliteit laat zich prima beschrijven met wiskundige modellen.

Het laatste punt in de driehoek: leidt rationaliteit tot de conclusie dat markten efficiënt zijn? Ook dat niet. Neem het bekende prisoner’s dilemma uit de speltheorie, waarin het voor twee gevangenen rationeel is om elkaar te verraden, terwijl ze beiden beter af zouden zijn als ze elkaar de hand boven het hoofd houden. Rationaliteit is hier ondoelmatig. Stel nu dat die twee gevangenen niet rationeel zijn, maar mensen van vlees en bloed, met gevoelens van mededogen. Dan houden ze elkaar wel de hand boven het hoofd. Irrationaliteit leidt dan tot doelmatigheid.

Voor de economische discipline zijn de voortekenen dus niet gunstig. De samenleving stelt na de crisis terechte vragen. Maar de antwoorden op die vragen zullen over tien jaar anders blijken dan de samenleving nu verwacht. Kortom, die twijfelachtige geuzennaam — the dismal science — die zal nog wel even blijven.

Bron: Het Financieele Dagblad van 18 mei 2018

Share

7 Reacties.

  1. Leuk artikel met prachtige uitspraak van Ely Devon!

    Slotzin van Teulings is inderdaad verwarrend en onduidelijk. Als je zo een verhaal afsluit laat je de lezers in verwarring achter.

  2. Kahnemann beweert niets anders, als het ik me goed herinner, de risico-aversie. Bij de mogelijkheden tot winst zijn we bereid te beschikken, bij verlies wordt het alles of niets. Dat wist iedere econoom ook al, althans kon hij/zij dat weten voordat deze heer de Nobel-prijs kreeg. En krijgen is iets anders dan verdienen.

    • Beste Peter Faasse,

      Ik snap niet goed op welke zinsnede van Teulings (of van mij) uw opmerking betrekking heeft. Graag even toelichten.

  3. Nou hierop dus,

    Ik citeer u en de betreffende passage van Coen Teulings onderstaand.

    “…Hetzelfde geldt overigens voor de wijze waarop Kahneman en andere gedragseconomen – door Teulings warm omarmd – het begrip irrationaliteit hanteren, zoals ik hier uitleg…..”

     

    “…Door het werk van Daniel Kahneman zijn de meeste verstandige economen daar inmiddels van overtuigd. Om het nog erger te maken: die voorspelbare irrationaliteit laat zich prima beschrijven met wiskundige modellen…”.

    Ik vind het werk van Kahneman van een abominabel niveau. Ik raad u aan de economische cyclus van Rudolf Steiner te lezen. Dat kan tot een zekere blikverruiming leiden.

     

    • Beste Peter Faasse,

      Als u kort en helder beschrijft wat de economische cyclus van Rudolf Steiner inhoudt, en welke meerwaarde deze biedt, dan beloof ik dat ik het zal lezen, en met een reactie kom. Deal?

      • No deal at all. Als u denkt dat iets geesteswetenschappelijks zich laat samenvatten dan slaat u de plank mis.

        Toen ik lang geleden, ik geloof in de 4e klas van de middelbare school -zo heette dat toen nog- in aanraking kwam met economie – ik herinner me dat het leerboek van Goossen was- waren twee belangrijke lessen als volgt. Economie gaat over schaarste (dat behoeft heden ten dage geen toelichting meer) en het voorwoord luidde zoiets als: elk model is minder dan de werkelijkheid behalve het fotomodel.

        Kortom, ik beveel andermaal het lezen van de cyclus aan. Het is hondsmoeilijk, maar de moeite waard. Ter geruststelling: in 1988 studeerde ik af aan de EUR in bedrijfseconomie.

         

  4. Teulings is inderdaad compleet de weg kwijt, lijkt het. Helaas is zijn verhaal nog onsamenhangender dan De Beter doet vermoeden. Teulings heeft gelijk dat de begrippen rationaliteit, voorspelbaarheid en doelmatigheid niet samenhangen. Verstandige mensen zijn daar allang achter, zoals De Beter terecht aangeeft. Maar binnen de neoklassieke mainstream hangen die begrippen doorgaans wel degelijk samen.
    Dit blijkt uit Teulings’ eigen voorbeeld over de economische theorie die ‘voorspelt’ dat beurskoersen onvoorspelbaar zijn. Deze theorie staat bekend als de efficiënte (Teulings zou zeggen doelmatige) markthypothese (EMH). Hierin wordt aangenomen dat rationele handelaren altijd alle beschikbare informatie gebruiken bij hun aan- en verkoopbeslissingen. Nieuwe informatie wordt zo altijd weerspiegeld in de prijs van elk financieel product. Omdat niemand kan voorspellen wanneer nieuwe informatie opduikt, zijn beurskoersen dan onvoorspelbaar. Elke individuele handelaar maximaliseert echter het rendement gegeven de informatie die hij of zij heeft. Dit is vermoedelijk wat Teulings hier met rationeel bedoelt. Kennen we deze informatie dan kennen we hun reactie. Beurskoersen zijn niet voorspelbaar, maar individuele reacties op nieuwe informatie wel. De markt als geheel zal daarom geen arbitrage-mogelijkheden laten liggen en is efficiënt in die zin dat vraag en aanbod van financiële producten altijd aan elkaar gelijk zijn. In zijn eigen voorbeeld is de kluwen dus wel degelijk samenhangend.
    ​In dezelfde alinea waarin Teulings beweert dat beurskoersen fundamenteel onvoorspelbaar zijn, stelt hij echter ook dat rationaliteit tot een ondoelmatige uitkomst heeft geleid. Ondoelmatigheid zoals zojuist gedefinieerd, is inconsistent met  de aanname van rationaliteit zoals deze gedefinieerd is voor de EMH. De fundamentele onvoorspelbaarheid die hieruit voortkomt, volgt namelijk uit de aanname van individuele rationaliteit (met voorspelbare reacties op nieuwe informatie tot gevolg). Deze veronderstelde rationaliteit zorgt ook dat prijzen alle informatie weerspiegelen zodat de markt als geheel doelmatig is in de betekenis van de vorige alinea.
    Als Teulings beweert dat rationaliteit tot een ondoelmatige uitkomst heeft geleid, heeft hij kennelijk een andere definitie van rationaliteit en/of doelmatigheid op het oog dan die hij enkele zinnen daarvoor impliceerde. Als we rationaliteit, doelmatigheid en voorspelbaarheid consequent definiëren zoals dat binnen de EMH gebeurt, kan rationaliteit namelijk niet tegelijkertijd tot onvoorspelbaarheid en ondoelmatigheid leiden. Of doelt Teulings niet op de EMH als hij het over fundamentele onvoorspelbaarheid heeft? Uit welke andere bekende economische theorie komt deze voorspelling dan voort?
     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten