Geschiedvervalsing of gewoon een beetje dom?

Bij de vorige aflevering in de serie “Heeft de economische keizer geen kleren aan?” begon ik met een samenvatting, gevolgd door twee blogposten waarin deze werd toegelicht en gedocumenteerd. Dit keer bewandel ik de omgekeerde weg. Wat nu volgt is een samenvatting van wat ik op 21 oktober publiceerde http://eco-simpel.nl/2017/10/21/spiegeltje-spiegeltje-aan-wand/

“Dit kan niet waar zijn”, dacht ik toen hoogleraar Bas Jacobs, voorzitter van de Koninklijke Vereniging voor Staathuishoudkunde (KVS) zijn club introduceerde als “de oudste beroepsvereniging voor economen ter wereld”. Werd tot dusver 1862 als oprichtingsjaar aangehouden, “uit geschiedkundig onderzoek was naar voren gekomen dat 1849 als het ware als geboortejaar van de Vereniging moet worden aangemerkt”, aldus de KVS-site. Een raadselachtige zin: hoe kan er nu verwarring zijn over de oprichting van een officiële vereniging, en waarom de toevoeging “als het ware”?

Als je wilt weten wanneer een vereniging is ontstaan, ga je op zoek naar de eerste statuten en bestuursleden. Historica Joke Mooij, die het betreffende onderzoek op verzoek van de KVS heeft uitgevoerd, constateert in haar Denken over welvaart (1994) dat deze inderdaad uit 1862 stammen. Maar daarna gaat zij terug naar het jaar 1849, toen de jurist J. de Bosch Kemper het eerste Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboekje uitgaf “en daarmee de stoot gaf tot het ontstaan van de vereniging”. We lezen even verderop dat hij toen de enige auteur was, en bovendien zijn spaarpot flink moest aanspreken want deze eerste uitgave was zwaar verliesgevend. Daarom zocht hij medeauteurs (en financiering) die op 1 november 1849 voor het eerst bijeenkwamen. Mooij bestempelt hen als de “Kring van medearbeiders aan het Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboekje”. In andere historische studies komen we deze zogeheten Kring echter nergens tegen.

Economen hebben er een handje van om hun stempel te drukken op activiteiten die al veel langer onder andere sociale disciplines vallen, wat bekend staat als economisch imperialisme. Blijkbaar doen ze deze vorm van landjepik ook bij organisaties want in 1862 werd niet een economenclub opgericht maar de Vereeniging voor de Statistiek in Nederland. Het lidmaatschap stond open voor iedereen met belangstelling voor statistiek. “Behalve statistici, staathuishoudkundigen, ambtenaren, juristen en artsen, telde de vereniging ook politici, bankiers en industriëlen onder haar leden”, aldus Mooij.

Rond 1890 begon haar ledental flink dalen, waarschijnlijk omdat de Rijksoverheid toen eindelijk serieus werd met de inwilliging van haar belangrijkste wens: de oprichting van een Centraal Bureau van de Statistiek (CBS). In plaats van opheffing werd zij in 1892 omgezet in de Vereeniging voor Staathuishoudkunde en Statistiek.

Om kort te gaan: de KVS doet aan geschiedvervalsing door te verkondigen dat zij “de oudste beroepsvereniging voor economen ter wereld” is. Wat in 1862 van start ging was immers geen club van economen – die toen niet eens bestonden – maar van geëngageerde burgers die debatten over sociale en economische kwesties wilden funderen op betrouwbare gegevens. Daarmee is zij minder oud dan de Royal Statistical Society (1833) en de American Statistical Association (1841). Op academisch niveau werd de staathuishoudkunde – tegenwoordig meestal aangeduid als macro-economie – aanvankelijk uitsluitend beoefend door enkele juristen. Pas vanaf 1892 kun je met enig recht spreken van een economenclub, waarmee Nederland achterbleef bij de UK (1890), de VS (1885), Duitsland (1873) en vooral Frankrijk (1842).

Zeker in termen van moreel kapitaal is het onderzoek van Mooij voor de KVS een zwaar verliesgevende investering gebleken. Het bevestigt vooral de opvatting dat economen het soms niet zo nauw nemen met de feiten. En dat ze zelf een stuk minder rationeel zijn dan ze bij anderen veronderstellen.

Op 1 juni jl. heeft het KVS-bestuur besloten om komend jaar een nieuwe toekomststrategie te ontwerpen voor de nogal kwakkelende vereniging. Eerst maar eens schoon schip maken met het verleden, zou ik zeggen.

Share

1 Reactie

  1. Beste collega,

    Hoe je iets ‘als het ware als het geboortejaar’ van wat dan ook kan aanmerken ontgaat ook mij.
    Als Joke Mooij uitpluist dat achter een oprichtingsjaar een voorgeschiedenis zit, blijft dat oprichtingsjaar gewoon in stand, en of je dat nou een club van economen of een club van statistici of een club van economen, statistici en nog meer noemt, ach. Statistiek en economie lagen in die tijd heel dicht bij elkaar. Trouwens, het ledenbestand van de KVS zal de meeste categorieen die bij de Vereeniging voor Statistiek zaten ook omvatten, alleen de artsen zullen ontbreken. Mensen als Sarphati zijn een 19e-eeuws verschijnsel. Het lijkt me geen hoofdzonde om hier van een club van economen te spreken. Maar een zekere bescheidenheid kan geen kwaad (‘club van o.a. economen’, maar subtiliteit scoort niet).
    Dat de staathuishoudkunde op academisch niveau beoefend werd door juristen klopt in zoverre dat het mensen waren met een juridische opleiding, maar ik zou Ackersdijck, Wttewaal, Vissering enz. toch wel economen willen noemen. Econoom kan je uitstekend zijn met een niet-economische opleiding, denk aan Tinbergen en Phillips, of aan David Hume, Adam Smith (die beiden natuurlijk veel méér waren dan alleen econoom) en aan de bankier David Ricardo en dominee Malthus.

    vriendelijke groet,

    Hans Visser

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Wilt u zich op mijn blog abonneren (wat ik zeer waardeer), dan hoeft u alleen uw emailadres in te vullen en daaronder op 'Abonneren' te klikken.

Laatste berichten