De ondraaglijke lichtheid van de sociale wetenschappen

Op 8 mei jl. kwam Sinterklaas alsnog op bezoek bij een select gezelschap onderzoekers. De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) mocht namelijk adviseren, dus eigenlijk beslissen, welke onderzoekers de komende jaren kunnen putten uit een Zwaartekracht-pot van 113 miljoen euro die het Ministerie van OCW ter beschikking heeft gesteld voor de periode 2017-2026. Dat lijkt veel geld maar als je de schoolklassen nóg iets groter maakt, heb je dat geld zo gevonden op de begroting, en heb je geen last van bezuinigingen. Bovendien krijg je er heel wat voor terug, al duurt het vele jaren voor de resultaten bekend zijn; het is dan ook een investering in de toekomst.

Klassieke innovatie

Vooral de twee projecten die niet uit de beta-hoek komen zijn veelbelovend. Zo gaat een groep classici de innovatieprocessen bij de Grieken en de Romeinen onderzoeken. Ze hebben een prikkelende hypothese: traditie en vernieuwing staan “niet zo maar naast of tegenover elkaar. Bij succesvolle innovatie zien mensen juist een zinvolle samenhang tussen het nieuwe en het bekende.”.

Het lijkt mij verstandig dat de nieuwe regering alle lopende innovatieprocessen laat stilleggen want blijkbaar doen we iets helemaal verkeerd op dit terrein. Alle lof voor de NWO dat zij deze eeuwige – dus klassieke – discussie eens tot op het bot laat uitbenen door een van de “onderzoeksconsortia die de potentie hebben om tot de absolute wereldtop in hun onderzoeksveld te gaan behoren of zich reeds op dat niveau bevinden”. Mocht de Klassieke Oudheid toch te weinig inspiratie bieden, dan kunnen de onderzoekers van het overgebleven geld enkele exemplaren aanschaffen van het boek The Nature of Technology, waarin W. Brian Arthur de euvele moed heeft in z’n eentje het antwoord weg te geven.

Samen naar een veerkrachtige samenleving

Tot die absolute wereldtop behoren (in potentie) ook de onderzoekers die geld hebben binnengehaald met het project SCOOP, wat staat voor Sustainable Cooperation – Roadmaps to a Resilient Society. Hier zien we de absolute meerwaarde van gamma-wetenschappers: ze zijn uitstekend in staat een wervende combinatie te maken van een paar populaire termen waarmee je tegenwoordig elk betoog moet doorspekken. En dat alles samengevat in een titel die van alles oproept aan associaties en niets zegt over wat je nu eigenlijk gaat doen of opleveren.

Gelukkig geven de onderzoekers, vooral uit Utrecht en Groningen, die al jaren samenwerken (in de academische wereld betekent dit: elkaar de bal toespelen) enige toelichting. “Door samen te werken kunnen individuen resultaten bereiken die ze in hun eentje nooit zouden kunnen realiseren (zoals het binnenhalen van NWO-gelden, SdB). Maar waarom zien we sommige samenwerkingsverbanden uit elkaar vallen, terwijl andere over lange periodes uitstekend blijven functioneren?” Gelukkig blijft het niet alleen bij een zoektocht naar academische verklaringen op deze vraag die zelfs de Oude Grieken bezig hield, maar krijgen we ook “nieuwe oplossingen voor duurzame samenwerking in de domeinen van de zorg, het werk, en integratie”.

Waarbij we het begrip samenwerking ruim moeten opvatten. “Ook mensen die een beoordeling geven op tripadvisor leveren een bijdrage aan een collectief doel” zo stelt projectleider prof. Rafael Wittek uit Groningen in het Dagblad van het Noorden van 13 mei. Zelfs de vluchtelingenproblematiek is gebaat met dit project, want de onderzoekers werpen zich eveneens op de vraag “moeten asielzoekers zo snel mogelijk taallessen krijgen?”. Dat lijkt mij gemakkelijk te beantwoorden: ja, als we hen de gelegenheid willen geven om ook een steentje bij te dragen aan onze maatschappij en economie; nee, als ze binnen zeg drie maanden terug gaan, of benut kunnen worden voor een een of andere politieke deal, bijvoorbeeld met Griekenland of Turkije. Maar blijkbaar zie ik dat helemaal verkeerd, althans volgens Wittek: “Om deze vraag adequaat te beantwoorden is langdurig onderzoek nodig”, want uiteindelijk moeten we toe naar een “veerkrachtige samenleving” en dan kunnen we blijkbaar niet volstaan met simpele antwoorden die iedereen kan begrijpen.

Was econoom John Kenneth Galbraith een socioloog, dan zou hij hebben gezegd: “Sociology is expremely useful, as a form of employment for sociologists.”

Een nieuwe vorm van Valse Bescheidenheid

Afgaande op hun artikel in Sociale Vraagstukken van 15 december jl. zou je bijna denken dat de leden van het SCOOP-team toch wel bescheiden zijn over de vorderingen van hun vakgebied. Zoals slechts heel weinig economen de financiële crisis hebben voorspeld, zo kennen zij maar weinig sociologen en andere deskundigen die de overwinning van Trump zagen aankomen. Een van hen was David Lauter die peilingen heeft uitgevoerd waarin de leden van een verkiezingspanel voor langere tijd werden gevolgd. Een andere uitzondering op de regel was de sociologe Arlie Russell Hochschild die na haar pensionering vijf jaar lang interviews heeft gehouden in Louisiana, één van de bolwerken van ‘conservatief Amerika’, waarvan zij verslag deed in Strangers in their Own Land

Maar wacht eens even, dat zijn twee mensen die juist iets anders doen dan de leden van het SCOOP-team. Want voor zover ik kon nagaan, hebben deze hoogleraren na hun afstuderen beroepsmatig nog nooit langdurig buiten de muren van de universiteit verbleven. David Lauter daarentegen is altijd journalist geweest, sinds 1987 bij de Los Angeles Times. Arlie Hochschild was weliswaar haar hele hele leven verbonden aan de Universiteit van Californië, Berkeley, maar staat bekend om haar gedetailleerde veldstudies (die in Nederland vrijwel uitgestorven zijn). Zij schrijft vooral boeken voor een redelijk groot publiek, en nauwelijks artikelen in weinig gelezen toptijdschriften.

Als je deze twee mensen als voorbeeld neemt, dan zou ik verwachten dat de SCOOP-hoogleraren een hartstochtelijk beroep doen op hun universiteiten – of op NWO – om nu eens eindelijk nieuwe wegen in te slaan. Om afstand te nemen van al die rankings en de fixatie op toppublicaties. Om bijvoorbeeld academici en journalisten samen te laten werken op voet van gelijkheid.

Wederom heb ik mij vergist. De auteurs komen niet verder dan een pleidooi voor “investeringen in het opbouwen van langdurige en duurzame samenwerkingsrelaties met onderzoekspopulaties in uiteenlopende gemeenschappen”. Ze vragen natuurlijk ook om samenwerking tussen de sociaalwetenschappelijke disciplines. “Laat sociologen en antropologen met hun collega’s van sociale psychologie, politicologie en economie een slimme en synergetische mix van methoden ontwikkelen om gegevens te verzamelen en te analyseren”. Slim en Synergie, twee woorden die het altijd goed doen, maar zonder context niets betekenen.

Omdat een historicus eveneens deel uitmaakt van het SCOOP-team is “een historisch perspectief onontbeerlijk” En de hoogleraar ethiek kan “ons inlichten over de onderliggende bredere dilemma’s en waardenconflicten”. Tot slot de uitsmijter: “Als wetenschappers op deze manier hun methoden combineren en hun krachten bundelen, neemt de kans toe dat we belangrijke ontwikkelingen op tijd zien aankomen.”. En dat alles voor slechts 18,8 miljoen euro. Echt een koopje.

Top voor top

Het geld van NWO is natuurlijk bij lange na niet genoeg om het broodnodige sociaal-wetenschappelijke onderzoek te financieren. Er valt ook heel wat te halen bij de Topconsortia voor de Topsectoren, waar vooral grote bedrijven en beta-wetenschappers de toon zetten en het geld verdelen. Maar het duurde nog tot vorig jaar juli dat de brochure Topconsortia voor Samenlevingsvraagstukken verscheen. “Maatschappelijke organisaties, overheden, bedrijven en burgers zullen coalities moeten vormen met wetenschappers om samen de noodzakelijke kennis te creëren voor een robuuster Nederland. Wij stellen daarom voor om een aantal multidisciplinaire, publiek-private topconsortia in te richten, voor de bestudering én de aanpak van urgente vraagstukken in de samenleving.

Zoals in Nederland gebruikelijk is, hebben vrijwel alle kennispartijen – verenigd in NWO en KNAW – aan de totstandkoming van deze brochure meegewerkt, en natuurlijk zijn zij van mening dat voor de uitvoering van hun voorstellen “omvangrijke investeringen van tijd en geld noodzakelijk zijn.”. Daar hebben ze een goede reden voor. “Op alle niveaus staat de wereld, Nederland inbegrepen, voor grote uitdagingen (…..) en in elk van de uitdagingen spelen menselijke factoren uiteindelijk doorslaggevende rollen. Een ander argument dat het ook altijd goed doet, is de verwijzing naar wat er in het buitenland op dit gebied gebeurt, want internationaal achterblijven is natuurlijk het ergste wat je kan overkomen. Maar de brochure komt niet veel verder dan een verwijzing naar de Europese Commissie met haar “focus op thema’s als vergrijzing, krimp van de beroepsbevolking, groeiende immigratiedruk, gevoelens van onveiligheid, dalend vertrouwen in instituties en technologie, en overbelasting door mobiliteit.”

Maar gelukkig lezen we verderop: “Nederlandse menswetenschappers staan internationaal in hoog aanzien. Ze spelen voortrekkersrollen in internationale samenwerkingsverbanden. Ze liepen voorop bij het afbreken van barrières tussen disciplines en bij het ontwikkelen van meer interdisciplinaire concepten, theorieën en onderzoeks- en evaluatiemethoden.” Er wordt echter niet vermeld welke Nederlanders deel uitmaken van die internationale voorhoede, dus we kunnen deze claims niet verifiëren.

Het is tekenend voor de rest van de korte brochure: veel borstklopperij en dikdoenerij zonder met namen en feiten te komen. Zonder blikken of blozen wordt beweerd: “Zo wordt dankzij onderzoek belangrijke tijdwinst geboekt en het maatschappelijk draagvlak voor asielbeleid verbreed. (….) Met menswetenschappelijk onderzoek kan betrouwbaarder dan voorheen worden voorspeld hoe beleidsmaatregelen het gedrag van burgers zullen veranderen”.

De enige concrete verwijzing betreft de ‘gedragstoets’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rii) “die beleidsmakers rekening laat houden met de kennis, vaardigheden, motieven, persoonlijke omstandigheden en keuzeprocessen van burgers”. U mag zelf beoordelen of deze gedragstoets toegevoegde waarde heeft, of het zoveelste speeltje voor de beleidscircuit is.

Het uitbannen van onwaarheid

Volgens John Lukacs is de opdracht van een historicus “het streven naar waarheid door het uitbannen van onwaarheid”. Dat zou ook het hoogste ideaal van iedere gamma-wetenschapper moeten zijn. Zeker in de sociale wetenschappen is het nogal lastig om vast te stellen wat ‘de waarheid’ is, en hoe we die kunnen kennen. Proberen te achterhalen wat – onder bepaalde omstandigheden – niet waar is, sluit ook beter aan bij een zeer specifiek kenmerk van het gamma-domein. Het zijn namelijk niet alleen sociale wetenschappers die allerlei ‘theorieën’ hebben over hoe mens en maatschappij in elkaar steken, of zouden moeten steken: de rest van de samenleving heeft ook zijn eigen theorietjes op dit vlak, en dat in toenemende mate. Anders dan bij de natuurwetenschappen vallen studiesubject en -object dus samen. Wetenschappers in dit domein – en daar horen economen ook bij – moeten niet denken dat ze het beter weten dan de rest van de mensheid, en dus meer recht van spreken hebben. Al te vaak zijn zij immers de beste stuurlui aan wal . Zij kunnen beter wat bescheidener zijn en zich beperken tot hun hoofdtaak: laten zien dat sommige gangbare verklaringen op denkfouten berusten, achterhaald zijn, of uitsluitend onder zeer specifieke omstandigheden optreden. En aantonen dat bepaalde mensen, groepen en organisaties duidelijk belang hebben bij bepaalde verklaringen en theorieën, omdat zij hun positie en handelen daarmee kunnen legitimeren.

Kan het anders?

Zeker als er allerlei belangen in het spel zijn, is het lastig om iets te veranderen dat al decennia of zelfs eeuwen is ingesleten. Blauwdrukken van een veel omvattend alternatief zijn daarom niet zo zinvol. Geheel in de geest van John Lukacs wil ik mij daarom beperken tot wat we niet meer zouden moeten willen. We moeten in ieder geval af van de eenheidsworst die momenteel domineert, en veel meer mikken op diversiteit, gezonde wedijver, en meer mogelijkheden voor trial and error op kleine schaal.

Het is een misverstand dat alle wetenschappen over één kam geschoren kunnen en moeten worden, en dus een gelijke behandeling verdienen. Beta-onderzoek vereist meestal dure apparatuur en gespecialiseerde laboratoria, dus zijn er schaalvoordelen verbonden aan concentratie van onderzoekscapaciteit en aan samenwerking Maar bij de alfa- en gamma-studies levert concentratie eerder schaalnadelen op, zodat het beter is om onderzoek en onderwijs juist kleinschaliger op te zetten. Bij onderwijs bewijst de university college dat het kan en veel voordelen biedt voor zowel docent als student.

Meer diversiteit

In de huidige samenleving ontstaat diversiteit gelukkig vaak vanzelf, althans in de cultuur en in het bedrijfsleven wanneer nieuwe technologieën zich ontwikkelen. Maar dat geldt zeker niet voor alle onderdelen van het economisch en maatschappelijk leven. Integendeel, gevestigde belangen hebben er baat bij om concurrerende benaderingen in de kiem te smoren. Diversiteit moet dus vaak van bovenaf of van onderop worden georganiseerd, door overheersende vormen van uniformiteit tegen te gaan.

Waarom hebben we bijvoorbeeld maar één NWO? Ik zie geen enkele reden te waarom deze optie beter is dan twee verschillende fondsen die elk hun eigen criteria hanteren, en bijvoorbeeld ook onderzoeksjournalisten laten meedingen. Gezonde wedijver is de enige manier om te achterhalen welke methodiek of benadering betere resultaten boekt. Bovendien kunnen dan korte metten worden gemaakt met die belachelijke praktijk dat de NWO geen enkele informatie geeft over de 31 afgewezen projecten. En waarom doet NWO nog steeds geheimzinnig over “de deskundige referenten en een internationale onafhankelijke commissie van wetenschappers met een brede kennis van wetenschappelijke ontwikkelingen en ervaring met grote wetenschappelijke onderzoeksgroepen” die zij heeft ingeschakeld om de bokken van de schapen te scheiden?

Geen wonder dat de betere onderzoekers niet meer de moeite nemen om een NWO-aanvraag te doen en liever een beroep doen op particuliere fondsen of op crowdfunding.

S. de Beter

Dit essay is in iets gewijzigde vorm ook gepubliceerd in Argus nr. 8

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe blogposts.

Laatste berichten