Bens

Ontwikkelingssamenwerking is mensenwerk, met alle complicaties van dien. In zijn vorige column wees Eric Kamphuis op de problemen die ontstaan wanneer wij met voor ons rationele analyse-instrumenten – zoals het Logical Frameworkgaan ‘wieden in een vreemde tuin’ die haar eigen historische dynamiek heeft.

Dit keer schetst hij een vergelijkbare kwestie: hoe kun je als buitenstaander voorkomen dat goed bedoelde interventies averechts uitpakken? Culturele empathie en gevoel voor humor zijn niet voldoende maar vormen wel basisingrediënten, vooral bij ontwikkelingssamenwerking.

Het was eindelijk vrede in Angola. Door het oorlogsgeweld waren boerenfamilies van hun eigen gronden verdreven. Ze hadden zich langdurig in opvangkampen of tijdelijk opgezette nieuwe dorpjes moeten vestigen. Afgesneden van de opbrengsten van het eigen land waren ze verstoken van hun middelen van bestaan. Om inkomen te verwerven werkten velen op het land van anderen. Of ze gingen de savannen in boompjes kappen, om er houtskool van te maken. Dat bracht nog het meeste op, maar niet genoeg om van te eten.

Een indrukwekkende hoeveelheid buitenlandse hulporganisaties stortte zich op de honger. Vele turvers in Landrovers brachten keurig in kaart waar de meeste verdrevenen zich ophielden. Nu echter de vrede was uitgebroken, sinds begin dit jaar, bleek het traceren van de displaced een groot probleem. Massaal liep de doelgroep van de hulpverleners weg, terug naar hun oude grond. De turvers waren in de achtervolging. “Ïk word er hartstikke gek van. Zo kun je toch niet plannen!” gromde een geïrriteerde UN-er mij toe.

In deze fluïde situatie moest ik samen met een landbouwdeskundige bepalen of de buitenlandse voedselhulp zijn doel had bereikt. Het ging dan niet alleen om het uitdelen van voedsel, maar meer nog om het verschaffen van zaaigoed en landbouwgereedschappen. Met die middelen konden de verdrevenen proberen in hun levensonderhoud te voorzien. Voorwaarde was dan wel dat ze land hadden en ook dat het op tijd regende. De Angolese overheid zou tijdelijk land aan hen verstrekken. Een moeilijke taak, want veel grond was al in eigendom van de oorspronkelijke ingezetenen en die was juist van de beste kwaliteit. Deze residents waren maar matig te spreken over zo veel nieuwe buren.

De aan de displaced gegeven arme gronden deden het uitgedeelde zaaigoed geen goed. Weinig regen maakte het resultaat nog slechter en wanneer er te veel regen viel in korte tijd, betekende dat een compleet verloren oogst. Het bleek desondanks dat de meeste families voor een paar maand hun eigen voedsel konden produceren. Voor het overige bleven ze afhankelijk van hun houtskoolinkomsten en hun loonarbeid.

Jullie maïs is geen echt voedsel. We eten altijd maniok. Maniok met conduto (visje en saus), dat geeft pas força ”. De soba (dorpsoudste) maakte met beide armen langs zijn lichaam een pompende beweging. Het gebaar maakte zijn schouders vierkant. “Wat is er dan met jullie maïs gebeurd?” Het uitdelen van maïs, samen met de verstrekking van zaaigoed, moest voorkomen dat het zaaigoed zou worden opgegeten in tijden van schaarste en honger, zo gold de redenering van voedselzekerheidsexperts. “Verkocht om coduto en olie voor te kopen. En om schoolschriftjes en kleren te betalen”, was zijn antwoord.

Vorig jaar waren er een hak, een machete, zaaigoed voor maïs, pinda’s, bonen en groentes uitgedeeld, naast voedsel”, stelde de landbouwdeskundige vast. Er werd geknikt. Om meer te weten over de voorkeuren van de doelgroep vroeg hij: “Aan welke twee goederen hechten jullie nu het meeste belang?” Het was onder de ons omringende dorpelingen even stil, maar daarna begonnen velen heftig gebarend en met veel stemverheffing te argumenteren. De soba kon nauwelijks de orde handhaven. Een man in een lange regenjas en met een verschoten vilten hoed op trad naar voren. Hij bracht als dorpsonderwijzer orde door met gedragen stem in zijn beste Portugees te verklaren:”Nos queriamos bens alimentares e bens não alimetares! (Wij zouden voedingsmiddelen en niet-voedingsmiddelelen willen)”. Een instemmend gemompel ging over in groot gejuich. Iemand trok met zijn wijsvinger het vel onder het rechter oog een beetje omlaag. “Então (Nou)?”

Eric Kamphuis

Share

2 Reacties.

  1. Gezien de titel van uw blog houd ik het simpel en wijs u op het onderzoek dat aangeeft dat uit Afrika structureel meer geld verdwijnt dan aan ontwikkelingshulp verstrekt wordt. Het jaarlijkse nettobedrag wordt geschat op zo’n veertig miljard!
    In het rijkste land van Afrika, Congo, leeft 95% van de mensen onder de twee dollar-grens, terwijl de waarde van haar mineralen op zo’n 24 biljoen dollars wordt geschat.
    Niet wij subsidiëren Afrika, Afrika subsidieert ons! Bron: http://www.globaljustice.org.uk/news/2017/may/23/africa-subsidises-rest-world-over-40-billion-one-year-according-new-research

    • Hartelijk dank voor de literatuurverwijzing! Het is inderdaad schandalig dat de rijkdommen van Afrika worden geplunderd, overigens ook door sommige Afrikaanse machthebbers. Als we niet snel de economie van Afrikaanse landen stimuleren (niet met hulp maar met handel), zal de volgende golf economische vluchtelingen niet lang op zich laten wachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe blogposts.

Laatste berichten