Jaarwisseling

Deze blogpost is om diverse redenen wat uitzonderlijk. Zo geef ik voor het eerst een terugblik op een van mijn vorige blogberichten, en kondig ik de volgende aan. Ik ben ongetwijfeld aangestoken door de jaarwisseling.

Ik wil deze blogpost ook benutten om u hartelijk te bedanken, dat u mijn geschrijf voldoende interessant vindt om uw abonnement te handhaven, en mijn penvruchten regelmatig te lezen. En voor 2017: may your wishes come true! Wat een stuk kernachtiger klinkt dan: ik hoop dat uw wensen in het nieuwe jaar in vervulling gaan, of in ieder geval door het leven serieus worden genomen.

Een nieuwjaarswens lijkt vreemd uit de pen van een pseudoniem, doch bedenk dat ook S. de Beter een mens is van vlees en bloed. Maar op de eerste plaats is hij een essayist, of een columnist – hoewel mijn columns nogal aan de lange kant zijn, waarover straks meer. Dat betekent dat u – vooral als u mijn werkelijke naam kent of vermoedt – mijn opvattingen zoals verwoord op deze blog, niet te persoonlijk moet opvatten. Ik poneer hier vooral meningen die volgens mij meer gehoor verdienen, en dat zijn niet noodzakelijkerwijs de opvattingen die ik zelf huldig.

Wake up

Neem bijvoorbeeld mijn politieke Sinterklaas-wenslijstje voor 2020. Dat ik mijn wens over het bnp op de eerste plaats heb gezet, was vooral bedoeld als een wake-up. Ik erger mij namelijk steeds meer aan al die berichten over het achterblijven of juist versnellen van de economische groei, waarin automatisch het bnp als enige maatstaf wordt gebruikt. Ook het pleidooi voor een basisinkomen wordt ‘afgerekend’ op de consequenties voor het bnp, en dus zouden voorstanders van het basisinkomen juist meer moeten hameren op andere maatstaven. Eigenlijk wordt ieder voorstel beoordeeld aan de hand van het bnp, en van de daaraan gerelateerde indicatoren, zoals werkgelegenheid, begrotingstekort of inflatie. Het wordt hoog tijd om de beperkingen van deze ‘monopolistische meetlat’ onder de loep te nemen, en bijvoorbeeld te kijken naar de samenstelling van het bnp. Als we eens beginnen met het gelijktijdig publiceren van een bnp waarin sommige transacties, zoals financiële en vervuilende activiteiten, buiten beschouwing blijven, zoals de bedenker van het bnp – Simon Kuznets – ooit suggereerde.

Ook mijn pleidooi om minder gewicht te hechten aan formele onderwijskwalificaties – op nr. 2 van mijn lijstje – is als een wake-up bedoeld. Er zijn niet alleen veel bullshit banen – die het bnp enorm opblazen – , er is ook teveel bullshit onderwijs. Ik overzie alleen het basis- en voortgezet onderwijs, en het hoger onderwijs in de gamma-wetenschappen, en ik hoop dat de rest van het onderwijs een stuk beter is, maar op basis van dit overzicht ben ik uitermate sceptisch over de roep naar méér onderwijs, die vooral vanuit D66 klinkt. We hebben eerder ander onderwijs nodig, waarin jongeren kunnen ontdekken waar ze talent en motivatie voor hebben. En beroepsgericht onderwijs moet ook op andere momenten in de levensloop vanzelfsprekend zijn. Dat is een van de redenen waarom ik voorstel, mijn politieke wens nr. 3, om arbeidscontracten voor iedereen te maximeren op ongeveer zeven jaar (met een halfjaar proeftijd), met daarna het recht op half jaar sabbatical die besteed kan worden aan heroriëntatie en het verwerven van aanvullende beroepsvaardigheden.

In de huidige situatie krijgt zelfs het spelend leren bij peuters en kleuters al te weinig aandacht. En zorgt het onderwijs eerder voor een vergroting dan voor een verkleining van de maatschappelijke tegenstellingen. In mijn volgende blogbericht, die morgen in een verkorte versie op Follow the Money wordt gepubliceerd, leg ik de relatie met de opkomst van de PVV

De hel, dat zijn de anderen

Iedereen weet: kritiek werkt meestal averechts. Toch bekritiseren wij elkaar keer op keer, vooral in de politiek. Dat zal ik in de volgende blogpost illustreren aan de hand van de kritiek uit het linkse kamp op de PVV en op PVV-ers. Waarom doen we wat averechts uitpakt?

Zoals vroeger alles op God werd teruggevoerd, zo zijn tegenwoordig veel mensen snel geneigd de evolutieleer te gebruiken als een sleutel die op alle sloten past: de ander bekritiseren heeft een functie in de survival of the fittest. Het antwoord komt minder snel als je vraagt: maar welke functie dan, en kan die functie niet op andere manieren worden ‘onderhouden’?

Als simpele econoom heb ik natuurlijk ook geen antwoord op de waarom-vraag. Ik weet wel dat Jean-Paul Sartre met zijn “De hel, dat zijn de anderen” hier geen goed heeft gedaan. Deze uitspraak getuigt van een ernstige naïviteit, en het helpt niet om er het etiket ‘existentialisme’ op te plakken.

Dat Sartre ook op andere terreinen nogal naief was, kunnen we lezen in een blogbericht van Margot Dijkgraaf:

In 1948 trouwde Szymborska met de dichter en criticus Adam Włodek en verhuisde ze naar een schrijverspand in het centrum. Buitenlandse beroemdheden kwamen bij hen langs, Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir bijvoorbeeld. ,,Hij stond daar met dat geheven vingertje”, vertelde Szymborska, ,, en zei dat we van Rusland af moesten blijven. Rusland was onze enige hoop, verkondigde hij. Daar moest ik toen al erg om lachen, hij wist niet eens waar Polen precies lag”.

Bob Dylan

De oplettende lezer heeft het waarschijnlijk wel gemerkt op mijn blog: ik ben een fan van een andere Nobelprijswinnaar, Bob Dylan. Eigenlijk pas de laatste jaren, en in toenemende mate, terwijl ik hem vroeger gewoon als een van de betere musici zag. Dit zegt natuurlijk alles over mijn levensproces, maar het heeft ook wel iets met zijn ontwikkeling te maken. Sterker nog: ik wil in deze speciale blogpost pleiten voor een herwaardering van het werk van Bob Dylan.

Dat lijkt overbodig na zijn Nobelprijs voor de Literatuur. Wat mij echter steeds weer opvalt, ook toen het Grote Nieuws bekend werd, dat vrijwel iedereen praat over de Dylan uit de jaren ’60 en ‘70. Zo werd bij de prijsuitreiking alleen Blonde on Blonde met name genoemd. Dat is zeker een van zijn betere platen, maar naar mijn mening eerder in muzikaal – denk aan het orgelspel van gitarist Al Kooper – dan in literair opzicht. Een groot gedeelte van deze dubbelplaat, en van zijn twee voorgangers, bevat heerlijke onzinteksten, zoals impliciet aangekondigd in de openingssong Rainy Day Women. Zeker fabuleuze teksten, maar de kwaliteit zit meer in de vorm dan in de inhoud.

Door de bank genomen zijn de teksten van zijn latere liederen qua inhoud een stuk beter, en bij Dylan gaat het altijd om de combinatie van tekst en muziek. Dit laatste geldt eveneens wanneer de tekst – typisch de latere Dylan – met zeer uiteenlopende muziekstijlen wordt gecombineerd, zoals te horen op sommige bootlegs en de non-stop Dylanradio, waar hij tevens als dj zeer te genieten is. Mijn pleidooi voor zijn latere teksten wil ik hier beperken tot Not Dark Yet, een van de meest indrukwekkende songs over ouder worden, en het vrij onbekende ‘Cross the Green Mountain over de Amerikaanse burgeroorlog. Het tweede nummer is in de filmversie niet compleet maar de volledige tekst staat eronder, evenals de ‘bronnen’ waaruit Dylan heeft geput.

Mijn advies: vaak luisteren, dan ontdek je steeds meer nieuwe elementen in de tekst, de muziek of in de combinatie. Ook de opbouw van zijn songs en de voortdurende wisseling in perspectief maken mij vaak enthousiast. Het lijkt er soms op dat ik zelfs in mijn columns zijn stijl begin over te nemen, in de vorm van een soms nogal springerige betoogtrant die eerder onderweg een paar piketpaaltjes slaat dan naar een alles omvattende conclusie leidt. En mocht u mijn columns wat aan de lange kant vinden, dan is ook dit euvel vermoedelijk aan Dylan te danken. Hopelijk toont u begrip.

Goede voornemens

Bij een jaarwisseling horen ook goede voornemens. De mijne liggen overwegend in de sfeer van: hoe wil ik in de wereld staan, niet alleen in 2017 maar tot de dood erop volgt. Ik heb twee inspiratiebronnen gevonden, die ik graag wil delen. De eerste is een uitspraak van Dylan: “A man is a success if he gets up in the morning and goes to bed at night and in between does what he want to do”.

De tweede is een fragment uit de autobiografie van Rudolf Carnap

The main task of an individual seems to me the development of his personality and the creation of fruitful and healthy relations among human beings. This aim implies the task of co-operation in the development of society and ultimately of the whole of mankind towards a community in which every individual has the possibility of leading a satisfying life and of participating in cultural goods. The fact that everybody knows that he will eventually die, need not make his life meaningless or aimless. He himself gives meaning to his life if he sets tasks for himself, struggles to fulfill them to the best of his ability, and regards all the specific tasks of all individuals as parts of the great task of humanity, whose aim goes far beyond the limited span of each individual life.

Bron: Schilpp, Paul Arthur, 1897- ed. The philosophy of Rudolf Carnap. [ 1st ed] LaSalle, Ill., Open Court [ 1963] p. 9

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe blogposts.

Laatste berichten