Opvang van fiscale vluchtelingen schaadt de Nederlandse economie

U leest het goed: wij schrijven niet over politieke maar over fiscale vluchtelingen. Dat zijn vooral multinationals met ‘fiscale problemen’ die wèl met open armen worden ontvangen. De oprukkende fiscalisering van het bedrijfsleven brengt ons echter geen duurzame welvaart. Een mini-enquête over de Panama Papers kan een nieuwe vorm van Dutch Disease misschien voorkomen.

Belastingontduiking en -ontwijking staan de laatste jaren flink in de belangstelling, vooral sinds de publicatie van Lux Leaks en de Panama Papers. Naast Luxemburg en Panama – en vele andere kleine belastingparadijzen – wordt Nederland vaak genoemd als een plek waar buitenlandse bedrijven goed terecht kunnen als ze ‘fiscale problemen hebben’, lees: minder belasting willen betalen.

Dat Nederland deze ‘fiscale vluchtelingen’ met open armen ontvangt – wat een contrast met politieke en economische vluchtelingen – krijgt van de Nederlandse overheid liever geen publieke aandacht, maar wordt in de Nederlandse ambassades in het buitenland niet onder stoelen en banken gestoken. In Den Haag praten ze liever over de extra werkgelegenheid die buitenlandse bedrijven in Nederland creëren.

anton-d-voor-maandag-3-okt

We moeten dus onderscheid maken tussen fiscale en productieve bedrijven. In de laatste categorie gaat het om fysieke vestigingen waar mensen en machines aan het werk zijn om goederen en diensten te produceren. Fiscale bedrijven zijn brievenbusfirma’s, waar selectief bepaalde schulden en bezittingen, of inkomsten en uitgaven, zijn ondergebracht. In deze juridische eenheden werken geen mensen, hoogstens iemand van een trustkantoor. De productieve bedrijven zijn over heel Nederland verspreid, de fiscale bedrijven concentreren zich vooral in Amsterdam, met name op en rond de Zuidas.

Vooral rechtse economen hebben het vaak over het produceren versus het verdelen van de ‘nationale koek,’ en komen dan met de stelling dat de koek eerst gemaakt moet worden — door het bedrijfsleven — alvorens deze verdeeld kan worden ten behoeve van uitkeringen en ‘linkse hobby’s’. De werkelijkheid is een tikkeltje anders. Het bedrijfsleven bevat naast productieve bedrijven — die samen de nationale koek maken — ook juridische eenheden die louter om fiscale redenen zijn opgericht. Zij voegen in Nederland geen waarde toe maar verdelen de reeds gecreëerde waarde op een andere manier, namelijk door de belastingafdracht zo laag mogelijk te houden. Herverdeling van het mondiale inkomen dus, maar dan ten gunste van de winsten en ‘rechtse hobby’s’.

Eigenlijk weten we nog niet zoveel over de economische impact van brievenbusfirma’s, in de academische literatuur en de statistieken meestal aangeduid als Special Purpose Entities (SPEs) of Bijzondere Financierings Instellingen (BFI’s). Meestal wordt gerefereerd aan het rapport dat de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) in 2013 opstelde in opdracht van de publiek-private lobbyclub Holland Financial Centre.

Dit SEO-onderzoek, waarover straks meer, bevat alleen cijfers over 2010 en is dus een momentopname. Bovendien schenkt het geen aandacht aan de verhouding tussen fiscale en productieve bedrijven, en is het beperkt tot de ‘fiscale vluchtingen’ uit het buitenland. Brievenbusfirma’s die door Nederlandse concerns in eigen land zijn opgericht, blijven dus buiten beschouwing. In een pilotstudie over de periode 2008-2014, die aan het slot wordt toegelicht, proberen wij deze lacunes zoveel mogelijk te ondervangen.

Oprukkende fiscalisering

De belangrijkste uitkomst is dat de in Nederland gevestigde internationale concerns — zowel van binnen- als buitenlandse signatuur — meer fiscale dochters dan productieve dochters bezitten, en dat in toenemende mate. Fiscale dochters zijn gedefinieerd als juridische eenheden met nul of één werknemer, terwijl productieve vestigingen minimaal zes werknemers in dienst hebben. Dit is een strenge maatstaf, want soms worden alle juridische eenheden met minder dan zes werknemers als brievenbusfirma gezien.

Het maakt veel verschil uit welk land de ondernemingen afkomstig zijn. In 2014 ligt bij Amerikaanse en Britse ondernemingen het aandeel fiscale eenheden op respectievelijk 63 en 69 procent, veel hoger dan bij Japanse en Duitse ondernemingen met respectievelijk 50 en 41 procent. Maar de onderlinge verschillen zijn na 2008 wel kleiner geworden.

Gemiddeld is het aantal juridische eenheden per concern gestegen van 5,8 naar 6.6 in de periode 2008-2014. Deze groei komt vooral voor rekening van de fiscale eenheden: een toename van 42 procent, tegenover ongeveer 10 procent bij de productieve bedrijven. We kunnen daarom spreken van een toename van de fiscaliseringsgraad.

Brievenbusfirma’s van eigen bodem

Multinationals van Nederlandse signatuur, die ongeveer een kwart van de onderzoekspopulatie vormen, lijken het meest op hun Angelsaksische collega’s: hun fiscaliseringsgraad is gestegen van 58 naar 60 procent in de periode 2008-2014, terwijl het aandeel productieve eenheden daalde van 27 naar 25 procent. De tussencategorie — met twee tot vijf werknemers — bleef onveranderd op 14%.

Dat Nederlandse ondernemingen ook in eigen land op grote schaal gebruik maken van brievenbusfirma’s — een aspect dat in het SEO-onderzoek helemaal buiten beschouwing blijft — wordt nog pregnanter als we kijken naar het aandeel van de ondernemingen die in Nederland uitsluitend fiscale eenheden in bezit hebben. Bij Nederlandse concerns is dat aandeel bijna een kwart, bij hun buitenlandse collega’s 13%. Ook bij het aandeel van ondernemingen die in Nederland louter productieve bedrijven onder hun hoede hebben, zien we een groot verschil tussen Nederlandse en buitenlandse concerns: 6 tegenover 18 procent. Dit wijst erop dat betrekkelijk veel Nederlandse ondernemingen hun productieve activiteiten in het buitenland hebben ondergebracht en de Nederlandse onderdelen alleen gebruiken voor financiële en fiscale transacties.

Moeten we uit het voorgaande de conclusie trekken dat Nederland een belastingparadijs is? Niet in de zin dat alleen buitenlandse ondernemers van ons belastingregime profiteren. Ons eigen bedrijfsleven laat zich ook niet onbetuigd. Ook kun je niet zeggen dat ons land een van de vele eindstations is waar multinationals neerstrijken om op concernniveau de minste belasting te betalen. We zijn eerder een tussenstation — in de literatuur meestal aangeduid als tax conduit country — dat multinationals gebruiken op weg naar deze belastingparadijzen.

Nederland is typisch een doorvoerland. Wat Rotterdam is voor de handelsstromen, is de Zuidas in Amsterdam voor de kapitaalstromen.

Winnaars en verliezers

Economen zijn te snel geneigd om te denken dat globalisering per saldo alleen maar voordelen heeft, vooral voor Nederland. SEO maakt daarop geen uitzondering. Volgens haar rapport uit 2013 dragen de brievenbusfirma’s in 2010 ruim drie miljard euro bij aan de Nederlandse economie in de vorm van belastingen, loonkosten en diensten die zij inkopen. Bovendien verschaffen zij — direct en indirect — werkgelegenheid aan ongeveer negenduizend tot dertienduizend voltijdbanen. Aangezien de leden van de SEO-klankbordgroep vrijwel uitsluitend uit de betrokken financiële dienstverlening komen (p. 31), wekken deze juichcijfers niet veel verbazing. En wie het rapport goed leest, krijgt toch de indruk dat we mevrouw Baarsma, destijds SEO-directeur en hoofdauteur, vooral op haar blauwe ogen moeten geloven: het is nogal lastig om haar onderzoek te repliceren, en dat is toch een basisvoorwaarde voor een wetenschappelijk verantwoorde studie. Gelukkig zijn er inmiddels betere cijfers, van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).

SEO erkent wel dat er nadelen zijn voor ontwikkelingslanden, want die lopen volgens het rapport 145 miljoen euro aan belastinginkomsten mis door de Nederlandse route. Volgens SOMO-onderzoekers gaat het echter om een veel groter bedrag. De 28 ontwikkelingslanden die zij in 2013 hebben onderzocht verliezen jaarlijks € 771 miljoen aan inkomsten omdat het geld verdwijnt via Nederlandse brievenbussen. Het gaat om een conservatieve schatting, omdat alleen verliezen op dividend- en rentestromen zijn meegerekend.

Nauwelijks vennootschapsbelasting

Als ontwikkelingslanden al zoveel belastinginkomsten mislopen door ‘onze’ brievenbusfirma’s, hoe zit het dan met de rest van de wereld? SEO was zo handig om deze vraag niet te stellen, want het antwoord zou weleens heel schokkend kunnen zijn.

Ondernemingen uit ontwikkelingslanden nemen in onze onderzoekspopulatie slechts 12 procent voor hun rekening in 2014. Eenzelfde aandeel komt voor rekening van multinationals uit de VS. Bedroeg de vennootschapsbelasting in 1951 nog 5,9 procent van het Amerikaanse BNP, in 2014 was dat gezakt tot 1,6 procent. Deze dramatische daling is niet terug te voeren op het achterblijven van de bedrijfswinsten in dat land, maar op het feit dat een steeds groter deel van die winsten in het buitenland is ondergebracht, en dan vooral via hun brievenbusfirma’s in Nederland.

Figuur 1 laat zien dat in 2015 meer dan helft van de ondernemingen uit de Fortune 500 minimaal één fiscale vestiging in Nederland heeft. Daarmee staat ons land internationaal aan de top wat betreft ‘Dienstverlening voor belastingontwijkers’; niet iets om trots op te zijn.

figuur-1_html_b82aa31b80241076

Zoals gezegd worden bij deze fiscale dienstverlening de ondernemingen van eigen bodem eveneens goed bediend. Met als gevolg dat ook in Nederland het aandeel van de vennootschapsbelasting in het BNP behoorlijk is gedaald: van 4 naar 2 procent in de periode 2000-2011, terwijl het aandeel van de loonbelasting is gestegen van 6 tot 8 procent, aldus econoom Heleen Mees. De effectieve belastingdruk op de grootste niet-financiële ondernemingen is gedaald van ruim 28 procent in 2004 tot minder dan 10 procent in 2011!

Bewapeningswedloop

Het verweer is bekend: ‘als wij geen mogelijkheden bieden voor belastingontwijking — zodat onze fiscalisten en juristen een goede boterham kunnen verdienen — gaan de multinationals naar andere landen om hun belastingdoelen te realiseren.’ Als SEO en de regering zo flink waren geweest om zich tot dit argument te beperken, ook en plein public, zonder allerlei opgeklopte cijfers bij elkaar te sprokkelen, dan hadden ze — alleen op dat punt — grotendeels gelijk. Want er is hier inderdaad sprake van een internationale wedloop: ieder land probeert de multinationals zoveel mogelijk belastingvoordelen — direct maar vooral indirect — te bieden om te voorkomen dat ze naar een ander land gaan.

Dat lijkt op de bewapeningswedloop die we uit de Koude Oorlog kennen. Beide partijen moesten hun defensie-uitgaven opschroeven om te voorkomen dat de andere partij sterker zou worden. Macro-economisch is er echter een groot verschil: de bewapeningswedloop zorgde voor een Keynesiaanse bestedingsimpuls. Dit had tot gevolg dat de extra belastingen die nodig waren voor die extra bewapening, werden ‘gecompenseerd’ door de extra economische groei die op deze manier werd gerealiseerd. Bij de huidige belastingontwijkingswedloop daarentegen leiden de lagere belastinginkomsten juist tot lagere overheidsuitgaven, vooral als er strikte begrotingsnormen worden gehanteerd. Deze daling van de overheidsuitgaven leidt vervolgens tot een lagere economische groei, die weer nieuwe bezuinigingen nodig maakt. En zo gaat de vicieuze cirkel steeds verder naar beneden.

Wij zien geen andere conclusie: slechts weinigen profiteren van deze race to the bottom. De profiteurs zijn de fiscalisten en juristen die op de Zuidas werken, en de top van het bedrijfsleven die zichzelf steeds hogere beloningen kan geven dankzij de succesvolle belastingontwijking — mede met hulp van de eerste groep. De rest van de samenleving ondervindt louter nadeel van de toenemende fiscalisering van het bedrijfsleven. Met de benodigde bezuinigingen op de overheidsuitgaven zijn ze immers slechter af: direct, door minder hoge uitkeringen, of indirect, door een lagere economische groei. Bovendien leidt de race to the bottom ertoe dat alle landen samen uiteindelijk veel minder inkomsten hebben omdat grote bedrijven effectief minder belasting betalen. Ook de mondiale koek wordt dus niet alleen anders verdeeld, maar groeit ook nog eens steeds minder. Dat komt mede dankzij de rol van Nederland bij de opvang van fiscale vluchtelingen!

Brievenbusfirma’s zijn mobiel

Er zijn meer redenen waarom Nederland zich niet langer moet profileren als ‘fiscaal doorvoerparadijs’. Om te beginnen is de bedrijfstak die zich vooral op de Zuidas in Amsterdam heeft ontwikkeld, behoorlijk mobiel. Daarmee wordt bedoeld dat het betrekkelijk makkelijk is om deze bedrijfstak naar het buitenland te verplaatsen, en dat andere landen heel snel met een concurrerend aanbod kunnen komen; wat ze in de economische literatuur als footloose bestempelen. Zo blijkt uit een rapport van de Australian Tax Office (ATO) dat Singapore en Hongkong sinds het begin van deze eeuw omhoog zijn geschoten als landen waar multinationals hun fiscale en juridische ‘problemen’ met Intellectual Property (IP) kunnen laten oplossen.

Dit soort economische activiteiten is mobiel omdat ze nauwelijks zijn geworteld in een cluster met allerlei toeleverende en ondersteunende bedrijfstakken, in tegenstelling tot de meeste industriële en agrarische bedrijfstakken. Dubai heeft tevergeefs geprobeerd om Aalsmeer van de troon te stoten als belangrijkste knooppunt in de handel van snijbloemen en sierplanten, omdat het lastig bleek om de rest van het benodigde cluster daar van de grond te trekken. Als Dubai zich meer had gericht op financiële dienstverlening – zoals Singapore en Hong Kong – zou het ongetwijfeld meer succes hebben gehad. Het is niet voor niets dat ze in Londen zo zenuwachtig zijn geworden over de gevolgen van Brexit voor de City.

Crowding-out

Zolang de positie van Nederland overeind blijft in de internationale bedrijfstak ‘Dienstverlening voor belastingontwijkers,’ is er een ander probleem. Dat is een variant van wat in de economische literatuur crowding-out wordt genoemd. Deze bedrijfstak trekt namelijk zoveel kapitaal en talent naar zich toe dat andere bedrijfstakken daardoor in de knel komen. Vooral sinds de ECB op grote schaal geld in de economie pompt – lees: de balans van banken spekt – is het voor bankiers veel aantrekkelijker – en ogenschijnlijk veiliger – om hun financiële middelen te steken in de kapitaalstransacties van de groeiende groep van internationale belastingontwijkers, dan in moeilijk in te schatten investeringen van innovatieve starters uit Nederland. En vooral sinds studeren gelijk staat aan je diep in de schulden steken, is het niet verbazingwekkend dat afgestudeerden liever een hoog salaris – en allerlei extra’s – opstrijken op de Zuidas, dan solliciteren bij een wispelturige overheid, of bij de Nederlandse maakindustrie die moet opboksen tegen nieuwe concurrenten uit opkomende economieën.

Wie ons betoog discutabel en overdreven vindt, moet maar eens de indrukwekkende longread lezen van Oliver Bullough in The Guardian. Hij beschrijft de ontwikkeling van het eiland Jersey, een van de vele Britse Kroonbezittingen, waar om fiscale redenen zich allerlei financiële instellingen hebben gevestigd. Aanvankelijk was er een mooie mix van banken, toerisme en landbouw – en dan niet alleen de beroemde Jersey-wol. Echter, sinds Jersey als een belastingparadijs werd gepromoot, zijn de andere twee branches vrijwel helemaal weggekwijnd, net als de typische eilandmentaliteit. Waarom zou je nog landbouw bedrijven of je uitsloven voor toeristen als je in de financiële sector veel meer kunt verdienen, en de grondprijzen steeds hoger worden?

Gelukkig heeft Nederland veel meer economische ijzers in het vuur, zoals de Rotterdamse haven, en daarom is het crowding-out mechanisme hier minder zichtbaar. Niettemin is zorgwekkend dat de metaal- en electrotechnische industrie, zeg de maakindustrie, grotendeels uit de Randstad is verdwenen en zich in het Oosten en Zuiden heeft geconcentreerd, volgens een CPB-rapport uit 2010 (p. 44). Het is de hoogste tijd dat eens goed wordt uitgezocht in welke mate en op welke manieren de productieve sectoren in Nederland schade ondervinden van de dominante positie van de fiscaal-financiele sector.

Moreel Kapitaal

Er is een verwante reden waarom we helemaal niet blij moeten zijn met onze positie als ‘fiscaal doorvoerland’; het verval van normen en waarden, en dan anders wat Balkenende toentertijd bedoelde. De beroemde wet van Greshambad money drives out good money – lijkt ook van toepassing in het morele domein. “The only thing necessary for the triumph of evil is for good people to do nothing”, schreef Edmund Burke. Vrij vertaald: als het betere deel van Nederland niets doet, zal het slechtere deel de overhand krijgen. Dat kun je beschouwen als een andere vorm van crowding-out, die in ieder geval de algehele belastingmoraal om zeep zal helpen.

Meehelpen aan belastingontwijking – in feite de core business van de Nederlandse brievenbusfirma’s – heeft niet alleen tot gevolg dat een groeiende groep rijke personen en bedrijven minder belasting betalen dan in eigen land verplicht is. Het betekent ook dat deze groep zich straffeloos kan inlaten met zaakjes die in eigen land verboden zijn, of tot publieke verontwaardiging zouden leiden. Want dat is de enige manier om je core business te behouden: géén lastige vragen stellen over de herkomst van de financiële middelen die via onze brievenbusfirma’s worden doorgesluisd! Nicholas Shaxson stelt daarom voor de term Belastingparadijs te vervangen door Misdaad- of Witwasparadijs. Hoewel belastingontwijking niet strafbaar is, kom je namelijk al gauw terecht in de schimmige wereld van lieden die boven de wet denken te staan. Als je met het doorsluizen van onduidelijke kapitaalstromen je geld moet verdienen, dan is de volgende stap om het niet zo nauw nemen met morele normen en maatschappelijke waarden.

Mini-enquête over Panama Papers is hard nodig

Het is moeilijk te bewijzen maar zeker niet uitgesloten dat het fiscale gedrag van de familie Cameron dat in de Panama Papers is onthuld, beslissend is geweest voor de Brexit-overwinning. Iets vergelijkbaars kan in Nederland gebeuren, niet bij een Nexit – wat vrijwel niemand echt wil – maar bij de volgende parlementsverkiezingen. De PVV of een andere Frustratiepartij zullen weleens flink kunnen winnen als zou blijken als sommige in Nederland gevestigde brievenbusfirma’s indirect betrokken zijn geweest bij smerige zaakjes in Panama of andere Witwasparadijzen. Want dat heeft zijn uitstraling op alle personen en partijen die tot dusver de brievenbusfirma’s hebben verdedigd, en dat zijn er nogal wat. Maar bovendien zou dat onze reputatie in het buitenland behoorlijk aantasten, en zie deze vorm van Dutch Disease maar eens kwijt te raken.

De eerste stap om schoon schip te maken is een mini-enquête te houden over de Panama Papers, zoals door PvdA, GroenLinks en – aanvankelijk – SP is voorgesteld, en alleen door de ChristenUnie werd gesteund. Na veel heen en weer heeft de Tweede Kamer uiteindelijk toch op 11 oktober tot deze mini-enquete besloten. We zijn benieuwd wat dat oplevert.

Over de opzet van het onderzoek

Het onderzoek is een pilotstudie en geeft geen volledig beeld want het is beperkt tot concerns die zowel in Nederland als in Indonesië minimaal één juridische eenheid hebben; en dat kan een fiscale of een productieve vestiging zijn. De keuze voor Indonesië heeft een praktische reden, die hier niet van belang is. Doorslaggevend is dat op deze manier alleen èchte multinationals zijn geselecteerd, wat veel minder het geval zou zijn als bijvoorbeeld België of Duitsland als ‘partnerland’ zou zijn gekozen.

Het kan zijn dat deze selectie redelijk representatief is voor alle Nederlandse en buitenlandse multinationals die in ons land zijn gevestigd, maar dat is dan eerder toeval dan opzet.

Gebruik is gemaakt van databank ORBIS, die voor Nederland alle bedrijven bevat die bij de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven, en dus zelfstandige juridische eenheden zijn. Vallen deze onder een groter concern, dan zijn ze in economische zin natuurlijk niet zelfstandig. ORBIS biedt de mogelijkheid om de juridische eenheden te koppelen aan de Global Ultimate Owner (GUO), de ultieme eigenaar die minimaal 50% van de aandelen in bezit heeft, dus de moedermaatschappij oftewel concern.

De onderzoekspopulatie bestaat in 2014 uit 653 GUO’s met bijna een kwart in Nederlandse handen, en voor 86% afkomstig uit OECD-landen. Deze hebben in totaal 4335 juridische eenheden onder hun hoede, waarvan 2493 fiscale eenheden, dat is 67% van het totaal. In 2008 ging het om 591 GUO’s met 3399 juridische entiteiten, met 53% minder dan 2 werknemers, die dus als brievenbusfirma bestempeld kunnen worden. In de tussenliggende periode is de gemiddelde fiscaliseringsgraad dus gestegen van 53 naar 67 procent.

Brievenbusfirma’s komen natuurlijk vooral veel voor in de bedrijfstak “Financial Services’ (NACE 64), met een gemiddelde fiscaliseringsgraad van 73% in 20018 en 76% in 2014. Maar ook in andere sectoren vinden we relatief veel fiscale vestigingen. Zo is de fiscaliseringsgraad in de sector “Real Estate Activities” (NACE 68) in de periode 2008-2014 gestegen van 76 naar 86 procent, en in de sector “Mining” (NACE 06 tm 09) van 70 naar 80 procent.

Voor meer informatie kunt u een mail sturen naar s.debeter@gmail.com

S. de Beter m.m.v. Rob Baard (met dank aan Pieter Geenen voor het beschikbaar stellen van zijn strip die op 3 oktober in Trouw verscheen)

Een kortere versie van dit artikel is geplaatst op Follow-the-Money https://www.ftm.nl/artikelen/nederland-telt-steeds-meer-fiscale-vluchtelingen

 

Share

3 Reacties.

  1.  
    Interessant artikel en goede conclusies.
     
    Zelf ben ik iets meer dan een jaar werkzaam geweest in een control functie bij een trustbedrijf dat zich richtte op de corporates, zoals de multinationals daar werden genoemd. Alhoewel deze sector in de media en mijn omgeving nu vaak wordt neergezet als een verzameling  graaiers en frauduleuze mensen, is dit niet perse mijn ervaring. Een trustbedrijf verdient zijn geld door juridisch advies te geven dus er wordt per definitie veel aandacht aan de regelgeving besteed. In mijn ervaring zijn mensen die in de trustwereld werken eerder amoreel, ze denken niet na over de ethiek van belasting betalen of wat eerlijk is. Er wordt alleen gekeken naar hoe de regels toegepast kunnen worden zodat hun klanten het minimum aan belasting betalen.
     
    De dagelijkse werkzaamheden van een trustkantoor lijken eigenlijk veel op wat een administratiekantoor om de hoek doet, maar dan duurder. Entiteiten oprichten en bij de KvK inschrijven, de boekhouding voeren van de paar transacties die per jaar in zo’n entiteit gedaan worden. Dit zijn dan de kapitaalstromen die door  een dergelijke entiteit heenlopen.  De verplichte bestuursvergaderingen organiseren en een jaarverslag maken.
     
    Kijkend naar de mensen die ik in deze sector ben tegen gekomen heeft het – denk ik – weinig zin om bedrijven op hun verantwoordelijkheid te beroepen om eerlijk belasting te betalen. Ze zullen zich verschuilen achter de mogelijkheden die de wet biedt. Deze mogelijkheden zijn er doordat een aantal landen, zoals Nederland, concurreert op belasting omdat ze bang zijn dat we niks anders te bieden hebben aan multinationals. Daarom denk ik dat we het moeten zoeken in meer belastingwetgeving op Europees niveau.
     

    • Hartelijk dank, Anoniem, voor uw informatieve reactie.

      Ik proef dat dit ene jaar bij dat trustkantoor voor u een behoorlijke teleurstelling was. Ik vermoed dat u een academische opleiding heeft genoten en daar werk op dat niveau had verwacht. En dan blijkt dat de werkzaamheden bij het trustkantoor niet veel verschillen van die bij een doorsnee administratiekantoor. Zouden we in die sector alleen academici aantrekken om hun hoge vergoeding te kunnen rechtvaardigen?
      Dit is niet alleen een behoorlijke verspilling van jong talent, het zet ook vraagtekens bij de stelling dat de sector ‘opvang van fiscale vluchtelingen’, al of niet aangeduid als Trustkantoren, gestimuleerd moet worden omdat deze sector zo hoog zou scoren op kennisintensiteit.

      Maar het ergste vind ik dat de mensen die daar werken hun morele maatstaven (moeten) loslaten, en hun werk kunnen rechtvaardigen door te zeggen dat het allemaal legaal is, deze belastingontduiking; zoals Obama zei” “A lot of it is legal. But that’s part of the problem” http://www.independent.co.uk/news/world/americas/panama-papers-tax-avoidance-obama-says-frankly-americans-are-doing-the-same-a6970106.html. Hoewel ze ongetwijfeld (kunnen) weten dat over de hele wereld overheden meer bezuinigingen moeten opleggen aan grote delen van de bevolking omdat er steeds minder belasting binnen komt uit vennootschapsbelasting en andere inkomstenbronnen.
      Als mensen in de ‘hogere’ regionen van de maatschappij recht praten wat (moreel) krom is, dan is het eigenlijk verwonderlijk dat de rest van Nederland nog grotendeels allerlei normen en waarden in ere houdt. Maar voor hoelang?

      Als het morele verval en de extra bezuinigingen de prijs vormen van de nr. 1 positie van Nederland in de sector ‘Dienstverlening voor belastingontwijkers’, moeten we dan niet spreken van een onrendabele bedrijfstak, rekening houdend met alle externe effecten? En zo ja, is het dan niet beter om stap voor stap deze sector te saneren, en ons niet te verschuilen achter Europese of mondiale wetgeving die er voorlopig toch niet komt?

  2. De teleurstelling lag misschien aan andere factoren en ik ben in elke sector waar ik tot nu toe gewerkt heb mensen met een bijzonder flexibele moraal tegen gekomen.

    Verder ben ik het met u, en Obama, eens. Ik denk ook dat de Nederlandse politiek een signaal moet afgeven en deze sector transparanter dient te maken of dient te ontmantelen. Onze leiders zouden moreel een voorbeeldfunctie dienen te vervullen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe blogposts.

Laatste berichten