Stemmen met de portemonnee

Niet eens zo heel lang geleden maakte de mensheid een flinke stap voorwaarts door de parlementaire democratie en het algemeen kiesrecht in te voeren. In sommige landen ging dat relatief vreedzaam, bij andere was er flink wat revolte nodig, en anno 2016 zijn er nog steeds landen waar deze vorm van politieke innovatie niet of nauwelijks voet aan de grond heeft gekregen.

De combinatie van parlementaire democratie en algemeen kiesrecht kent allerlei varianten, doch de kern is dat op gezette tijden – meestal eens in de vier jaar – het volk een stem kan uitbrengen op voorgedragen leden van diverse politieke partijen. Na deze verkiezingen nemen de gekozen volksvertegenwoordigers allerlei beslissingen, tot meerdere eer en glorie van het nationale, provinciale of gemeentelijke belang.

Deze politieke noviteit heeft ook economische voordelen opgeleverd. De meeste markten zijn beter gaan functioneren omdat de overheid – dankzij de parlementaire democratie – voldoende gezag kreeg om allerlei spelregels voor het economische verkeer in te voeren – en te handhaven. Bovendien was de overheid in staat voorzieningen aan te bieden waarvoor het particuliere initiatief niet voldoende is, zoals diverse vormen van fysieke en sociale infrastructuur – dus niet alleen spoorwegen en asfalt maar ook onderwijs en cultuur. De parlementaire democratie zorgde er tevens voor dat de financiering van deze collectieve voorzieningen vrij probleemloos verliep omdat allerlei deelnemers aan het economische verkeer – zowel bedrijven als consumenten – bereid en in staat waren de benodigde belastingen te betalen.

De afnemende meeropbrengst van de parlementaire democratie

Zoals dat bij de meeste innovaties het geval is: de voordelen van de parlementaire democratie worden steeds kleiner. Een van de redenen waarom er sprake lijkt te zijn van afnemende meeropbrengsten, heeft te maken met de schaalgrootte van overheden en bedrijven. Zwart-wit gesteld: was tot voor kort de nationale staat groter dan vrijwel alle bedrijven die in haar territorium hun economische activiteiten uitoefenden, inmiddels zijn veel landen dwergen geworden, vergeleken met de grote multinationals die over de hele wereld hun producten (laten) maken en verkopen. Een van de gevolgen van de toegenomen globalisering – van kapitaal, nauwelijks van arbeid – is dat het belastinggedrag van grote bedrijven drastisch is veranderd. Vooral multinationals zijn in staat een groot deel van hun bezittingen en schulden, en van hun inkomsten en uitgaven, zodanig over het mondiale schaakbord te schuiven dat ze per saldo een minimum aan belastingen betalen. Nationale staten reageren hierop door – ieder voor zich – deze multinationals aantrekkelijke voorwaarden te bieden zodat zij een groter deel van die belastingkoek krijgen. Aangezien vrijwel alle landen hetzelfde doen, wordt de totale belastingkoek die bedrijven betalen, steeds kleiner, kortom een race to the bottom.

Als multinationals steeds minder bijdragen aan de nationale schatkist, en het begrotingstekort niet mag stijgen, dan zullen burgers en bedrijven die (nog) niet in de omstandigheden verkeren om een fiscalist in te schakelen, steeds meer belasting moeten ophoesten om de collectieve voorzieningen enigszins op peil te houden. Of flinke bezuinigingen moeten accepteren.

Een van de oplossingen ligt voor de hand, althans op papier: zorg voor een parlementaire democratie op wereldniveau, waarbij inwoners van Planeet Aarde hun stem uitbrengen op grensoverschrijdende politieke partijen die via mondiale coalities voldoende meerderheid verwerven om een wereldregering te leiden, tot de volgende verkiezingen. Het kan zeker geen kwaad om deze droom na te jagen, maar om te vermijden dat we in een nachtmerrie terecht komen, moeten we niet teveel op dit alternatief blindvaren. De politieke belangstelling voor supranationale instituties als de EU of de VN neemt immers eerder af dan toe.

Bovendien, de snelheid van dit moeizame proces zal altijd achterblijven bij de technologische en economische veranderingen die een mondiale politiek noodzakelijk maken.

Ook de portemonnee is politiek

Er is een andere oplossing die veel simpeler is maar wel een andere manier van kijken, denken en handelen vereist. We moeten commerciële bedrijven niet alleen beschouwen als leverancier van goederen en diensten, maar ook als vertegenwoordigers van bepaalde normen en waarden, ja zelfs van politieke principes. Ons stemrecht is niet beperkt tot eens in de zoveel jaar maar kan in principe elke dag worden uitgeoefend. We spreken onze politieke voorkeuren uit met het stembiljet maar ook met consumptieve beslissingen, oftewel: stemmen met de portemonnee.

Laten we een simpel voorbeeld nemen. Stel, u bent om allerlei redenen een groot voorstander van biologische landbouw. U zult dan natuurlijk bij verkiezingen gaan stemmen op een politieke partij die de overschakeling van gangbare naar biolandbouw hoog in het vaandel heeft staan. U kunt ook lid worden van actiegroepen en NGO’s die hetzelfde doel op andere manieren willen realiseren. Maar u bereikt het meeste resultaat door simpelweg meer bioproducten te kopen, en die steun kunt u geven iedere dag dat u boodschappen doet.

Laat ik het nog duidelijker stellen: mensen die klagen dat de overheid meer moet doen om de biolandbouw te steunen, maar ondertussen voornamelijk gangbaar voedsel eten omdat bioproducten zo duur zijn, spreken met een dubbele tong – om met Witte Veder te spreken. En zoals Gandhi al zei: be the change you want to see in the world. Heel vrij vertaald: verbeter de wereld, en begin bij jezelf – en bij je eigen portemonnee.

Politieke versus economische democratie

Drie tegenwerpingen lijken op het eerste gezicht relevant. Zo kan ten eerste worden beweerd dat in de politieke democratie de stem van de arme sloeber net zoveel waard is als die van een miljonair, terwijl in de ‘economische democratie’ de laatste een veel grotere financiële stem heeft. Dit argument klopt op papier maar in de praktijk veel minder. Om te beginnen zorgt de globalisering ervoor dat ook in de politieke arena mensen en bedrijven met veel kapitaal aanzienlijk meer invloed hebben gekregen: de dreiging om bepaalde activiteiten naar een ander land te verplaatsen is voldoende om zwakke politici naar hun pijpen te laten dansen.

Is in de politieke arena de macht van de rijken veel groter dan je misschien zou verwachten, in de economische arena is het juist andersom. Natuurlijk hebben rijke mensen meer geld te besteden – dus een grotere stem in de ‘economische democratie’ – maar die verschillen zijn een stuk kleiner als je naar concrete producten kijkt. Een miljonair besteedt nauwelijks meer geld aan voedsel in de supermarkt dan bijvoorbeeld een bijstandsmoeder, en dus hebben ze vrijwel evenveel financiële invloed op de voedselproductie. Bovendien zijn er meer arme mensen dan superrijken, dus leggen zij meer gewicht in de schaal. Om de verschuiving van gangbare naar biologische landbouw te bewerkstelligen hebben arme mensen derhalve veel meer invloed dan de rijke 1%.

Prioriteiten stellen

Een andere tegenwerping is dat arme mensen eenvoudigweg te weinig verdienen om voor duurdere alternatieven, zoals bioproducten, te kunnen kiezen. Misschien geldt dit argument voor de allerarmsten in ontwikkelingslanden maar zeker niet voor landen als Nederland. Het verschil tussen biologische warme maaltijd en een gerecht met gangbare levensmiddelen is hier minder dan een half pakje sigaretten, een biertje in de horeca, of twee zakken chips. Consumeren is prioriteiten stellen: de aankoop van het ene product is consuminderen bij de andere.

Overigens komt er bij consumptieve keuzes niet altijd geld aan te pas: voor het surfen op Internet bijvoorbeeld kun je ook DuckDuckGo gebruiken in plaats van de dominante Google-company die haar zoekexpertise blijkbaar ook gebruikt om de slimste wegen naar belastingparadijzen te vinden. Voor jou als consument heeft dat geen enkele financiële consequentie, wel voor de betrokken bedrijven want die verdienen hun geld met advertenties, die minder geld in het laatje brengen als de zoekmachine minder wordt gebruikt.

Schaalvoordelen

“Die ene stem van mij gaat echt geen verschil maken”, is een argument dat bij verkiezingen vaak wordt gebruikt door mensen die hun stemrecht niet willen benutten. Een vergelijkbare redenering hoor je soms als reactie op het pleidooi voor milieu-vriendelijke consumptie: “die paar euro’s van mij leggen toch geen gewicht in de schaal”. Bij deze derde tegenwerping is er echter in dit opzicht een belangrijk verschil tussen de politieke en de economische democratie

In de politieke democratie zien we een rechte lijn, althans bij het Nederlandse kiesstelsel: naarmate meer kiezers op een bepaalde partij stemmen, krijgt die partij evenredig meer zetels in het parlement of in de gemeenteraad. Een extra stem voor een kleine partij heeft evenveel gewicht als voor een grote – afgezien van een eventuele kiesdrempel. In het economische proces daarentegen spelen schaalvoordelen een rol. Zolang het aantal klanten voor een nieuw product relatief klein is, zijn de gemiddelde kosten relatief hoog. Wordt de klantenkring uitgebreid, dan daalt de kostprijs meestal in rap tempo. Anders gezegd: iedere extra klant geeft niet alleen evenredig meer omzet maar tevens een lagere kostprijs. Aangezien die lagere kostprijs tot een lagere verkoopprijs leidt, zal het product voor meer mensen betaalbaar worden, zodat de omzet verder stijgt. De extra omzet brengt op haar beurt wederom een kostprijsverlaging teweeg. Dit betekent dat een beperkt aantal extra klanten cruciaal kunnen zijn voor het op gang brengen van een zichzelf versterkend proces.

Naast dit simpele mechanisme is er nog een ander belangrijk voordeel van economische democratie: het biedt in het huidige tijdsgewricht meer mogelijkheden tot identificatie dan in de politieke arena.

You have to serve somebody”

Zeker tot de jaren ‘90 is het in Nederland vrij normaal zich openlijk te afficheren als PvdA-er, VVD-er of CDA-er (voorheen lid van de KVP, ARP of CHU). Daarna gaan de ledenaantallen van de gevestigde partijen snel achteruit, en groeit het aantal zwevende kiezers. Het is daarom niet zo vreemd dat binnenkort een staatscommissie gaat bekijken of het parlementair stelsel genoeg toekomstbestendig is.

Ook de identificatie met het beroep of de branche is afgenomen. Steeds minder werknemers lijken veel binding te hebben met hun beroep, dat in toenemende mate bestaat uit een reeks van algemene vaardigheden die regelmatig bijgespijkerd en opnieuw gekneed moeten worden. Of met hun bedrijf waar ze werken, vooral als dat vaak van eigenaar verandert. Dat het ledenbestand van de vakbeweging in snel tempo vergrijst, is zowel oorzaak als gevolg van deze veranderingen op de arbeidsmarkt.

You have to serve somebody”, zingt Bob Dylan. De menselijke drang tot identificatie, erbij horen en zelfs dienstbaar zijn, lijkt steeds meer zijn weg naar de wereld van de bekende merken te hebben gevonden. De een zweert bij Adidas, de ander vindt producten van Nike de allerbeste. Natuurlijk zijn er ook veel zwevende consumenten, maar waarschijnlijk veel minder dan het aantal wispelturige kiezers, of mensen die voortdurend op zoek zijn naar een andere werkgever. Bedrijven spelen hierop in door hun product een bepaald imago te geven, dat zich onderscheidt van concurrerende producten, en door een brede productlijn te ontwikkelen. Nog even en je kunt bellen met een Nike-telefoon, en je vrienden verwennen met chips en zoutjes van hetzelfde merk

Machtsbasis verschuift van arbeidskracht naar consument

Het spreekt voor zich dat de strijd voor een betere wereld op verschillende fronten tegelijk kan en moet worden. Het succes van Corbyn en Sanders laat zien dat veel jonge mensen best wel weer te porren zijn voor een politieke beweging, althans tijdelijk. Ook valt er veel te winnen met nieuwe combinaties van representatieve en participatieve democratie. En als de vakbeweging wat creatiever en strijdbaarder wordt, kan het ledenbestand heus wel wat gaan groeien. Maar de meeste mogelijkheden voor politieke strijd lijken toch te liggen op het terrein van de consumptie.

Je hoeft geen geschoolde marxist te zijn om te begrijpen dat de verschuiving van de machtsbasis van productie naar consumptie – van arbeidskracht naar consument – grotendeels is veroorzaakt door de technologische ontwikkelingen – door de productiekrachten, zoals Marx ze noemde. In simpele economentaal: allerlei vormen van automatisering, waarvan robotisering de meest actuele is, zorgen ervoor dat de vraag naar arbeidskrachten in toenemende mate achterblijft bij het aanbod. Aan de afzetkant daarentegen wordt de consument steeds belangrijker doordat de vraag naar producten ruimschoots wordt overtroffen door het steeds goedkopere aanbod. Grote farmaceutische bedrijven besteden daarom inmiddels een groter percentage van hun kostprijs aan marketing dan aan R&D.

Consumenten aller landen ver-enigt u

De consument kan op twee manieren zijn machtspositie benutten. De eerste – samen sterk – is de aanpak die ook in de parlementaire democratie en op de arbeidsmarkt wordt gehanteerd: door samen op te trekken tegenover foute fabrikanten of dubieuze dienstverleners, bijvoorbeeld door een productenboycot of een actie op Facebook. Wakker Dier laat goed zien wat een kleine actiegroep allemaal kan bereiken bij een groot publiek. Bedenk dat grote multinationals heel veel geld steken in het opbouwen van een bepaald imago, en o zo bang zijn dat deze in duigen valt. Dit reputatie-effect – zij komt te voet en gaat te paard – lijkt tegenwoordig in het internationale bedrijfsleven veel effectiever dan in de nationale politiek, waar de korte termijn overheerst. Bovendien is het domino-effect veel sterker: als consumenten in het ene land zich massaal afkeren van een bepaald product, zullen consumenten in andere landen heel gauw volgen, met de huidige communicatiemedia.

Maar de consument kan ook op individuele basis zijn steentje bijdragen. Wilt u een betere wereld, koop dan de betere producten, vooral van jonge bedrijven die extra omzet nodig hebben om de kostprijs omlaag te krijgen. Wilt u een schoner milieu, denk dan niet alleen aan Groen Links of Milieudefensie, maar koop vooral spullen die op een milieu-vriendelijke manier worden geproduceerd. Of steek uw spaargeld in bedrijfjes die u de moeite waard vindt.

We moeten af van het traditionele linkse dogma dat vrijwel alle ondernemers het grote geld najagen; en die we daarom moeten wantrouwen, en zeker niet vertroetelen met lagere loonkosten, bijvoorbeeld in de vorm van een basisinkomen. Het Alternatieve Links stimuleert ondernemende mensen die hun nek uitsteken met producten die in allerlei opzichten beter dan van de gevestigde organisaties, variërend van grote concerns die vooral bezig zijn met belastingontwijking tot semi-publieke organisaties die de zorg en het onderwijs steeds uniformer en bureaucratischer maken.

Niet iedere advertentie is verkeerd

We willen dat onze lezers een prettige leeservaring hebben, mede daarom zijn we gestopt met het tonen van advertenties” zo schrijven Eric Smit en Arne van der Wal bij de presentatie van het nieuwe FTM-platform. Ben ik het enige FTM-lid dat juist wèl advertenties wil zien maar dan van sympathieke bedrijven en van voldoende creatief niveau? Want waar moeten mensen zoals ik dan terecht om op de hoogte te raken van de betere producten – en de betere reclame? We moeten nu noodgedwongen gebruik maken van de gangbare ‘nieuwsproducenten’, die natuurlijk de voorkeur geven aan advertenties van de grote bedrijven, en die veel te duur zijn voor kleine en jonge ondernemers.

Ook dat zou een belangrijke taak van progressieve media, zoals FTM, kunnen zijn: het kaf van het koren scheiden, dus alleen advertenties accepteren van producten en bedrijven die aan bepaalde criteria voldoen. En als je de lezer zelf wilt laten bepalen of deze advertenties een “prettige leeservaring” zijn, dan moet het technisch gezien toch niet moeilijk zijn om een aan/uit-knop op de website te installeren.

S. de Beter

Dit blogbericht is in iets gewijzigde vorm ook gepubliceerd op Follow-the-Money https://www.ftm.nl/artikelen/stemmen-met-je-portemonnee

Share

2 Reacties.

  1. Heeft Friedman niet in Capitalism and Freedom al gezegd dat de markt de perfecte vorm van democratie is? Omdat we niet alleen kunnen zeggen of we voor of tegen iets zijn, maar ook hoezeer we voor of tegen iets zijn?

    • Als de markt goed is georganiseerd, geef ik hem ook gelijk, maar dan alleen voor niet-collectieve goederen. Hij had echter te weinig oog voor slecht georganiseerde markten die als het ware automatisch ontstaan. Er zijn dus altijd ‘countervailing powers’ nodig om ‘slechte markten’ in het gareel te houden of te brengen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


Deze vraag is bedoeld om spambots tegen te gaan. Spambots zijn stukjes software die op sites automatisch formulieren invullen om zo de website te kunnen bestoken met ongewenste berichten. Spambots kunnen niet interpreteren wat het antwoord moet zijn.

Wilt u mij een persoonlijk bericht sturen? Mail naar s.debeter@gmail.com

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe blogposts.

Laatste berichten